In het weiland ergens in Friesland

Goedendag allen,

Nu ik Keesje de caravan als huisvesting heb, betekent dit niet dat ik mijn andere grote vriend de tent vergeten ben. Vorig weekend was het zo ver: uit het stof, op in het weiland.

IMG_20200808_210117.jpg

De Amsterdamse Kirsten kwam ook eens de ring uit en daar gingen we. Toet toet met de auto naar het noorden. Dat kwam sowieso goed uit, want hier in het midden van het land werd verwacht dat het 35°C zou worden. Niet in Friesland, daar staat altijd een straffe wind en de nuchterheid van de Friezen koelt alles af.

Paspoorten in de tas, vliegtickets uitgeprint en natuurlijk de tent achterin. Nu was het al een tijdje geleden dat mijn Vrijbuiter katoenen tent het daglicht had gezien. Volgens mij moest ik eind maart het bos uit, dus dat is wat weken geleden. Ik wist ook vaag nog wel iets dat de tentstokken niet helemaal koosjer waren, en er was ook iets met een muizengat, maar goed boeie.

Met de ramen wagenwijd open de A28 afknallen, in de file staan met overal caravans om ons heen. Zouden ze weer naar huis gaan of gaan ze lekker kamperen in Groningen of misschien wel door naar Denemarken? Het was warm, dat kan ik je wel zeggen. De wind wapperde braaf, maar het mocht niet baten.

In Friesland ging elke brug voor onze neus open, waardoor we keer op keer konden zwaaien naar mensen op zeilbootjes. Met de linkerhand omhoog wuivend, met de rechterhand het zweet van onze neus afvegend. Niemand kon ons iets maken. We luisteren op dit soort tochtjes altijd naar Manu Chao, maar door de hitte had de CD-speler in de auto het ook begeven. Nog steeds geen wolkje aan de hemel, wij gingen lekker kamperen.

Exif_JPEG_420
De Friese meren pikten we ook mee

In Friesland waren we welkom op een soort van verjaardagsopenluchtfeestje. Niet dat de dame in kwestie jarig was, maar soms is een reden eigenlijk ook niet nodig.

Omgebouwde busjes waarin mensen sliepen, appelboompjes met hangmatten, kleine auto’s waar mensen in woonden, kalfjes in de stallen, opgooitentjes, hooibalen die jeuk veroorzaakten, provisorisch zwembad van zeil en geplastificeerdehooibalen (daar is een naam voor; weet niet meer), dingen.

Omdat Kirsten en ik op tijd wilden gaan slapen en absoluut niet mee wilde gaan met de rave-woop-woop-nacht liepen we een eindje het weiland in om daar die verdomde tent eens op te gooien. Dat werkte natuurlijk niet. In de auto bespraken we al een optie om onze yogamatjes uit te rollen in het gras en daar neer te ploffen. Daar kwam verandering in toen we in Friesland merkten dat het echt een stuk kouder was. ’s Avonds koelde het flink af, er stond echt een harde wind en we hadden geen trui of vest mee. Want warm.

Binnentent opgezet, alle stokken sloegen alarm en met wat scheerlijnen de boel toch een beetje vast weten te krijgen. Dat wolkje dat in de auto nog niet aan de hemel leek, kwam nu opzetten en ik dacht dat er eventueel misschien een onweersbui zou komen. Het kon allemaal niet gekker. Het maakte eigenlijk ook niet uit. We hadden weinig mee, dat mocht best nat worden.

IMG_20200808_210051.jpg

In het weiland naast ons, dat met een klein slootje achter onze tent lag, stond een groep schapen die ons luidkeels begroette en steeds dichterbij kwam. Toen we ’s avonds naar de zonsondergang aan het kijken waren, hoorden we ze weer een hels kabaal maken. Het bleek dat er iemand naar ons toe kwam lopen. Dit voelde veilig; de schapen waakten over ons.

’s Nachts was het koud ja. En door ons gebrek aan voorbereiding en de gewenning aan de 35°C was 23°C opeens heel fris. Ik barstte midden in de nacht in lachen uit toen ik wakker werd en het koud had. In maart lag ik nog met -7°C in ditzelfde tentje en moet je nu eens zien.

Terwijl de zon weer opkwam, rekte en strekte ik mij uit, maakte een wandeling over het weiland, nam ik een (ijskoude) duik en zette koffie op de boerderij. Er waren nog wat partypeople bij de appelgaarde en ik vroeg mij af of zij ook zo vroeg wakker waren of nog steeds wakker waren. We waren blij dat we ons tentje lekker in het weiland op hadden gezet, met de schaapjes, de kikkers en de muggen. Veel beter dan appels op je hoofd en dronken mensen om je heen.

Na een lome ochtend met koffie, uitzicht op de landerijen, kalfjes die in m’n nek kwijlden en wat streekhistorie van Vrouw des Huizes, gooiden we de tent achterin en vervolgde we onze reis weer terug. Nog even snel wat Fryske sûkerbôle ingeslagen en daarna via de aardappelen van Opperdoes, louche P langs de snelweg en zonder Manu Chao richting de files. Was fantastisch, joe!

Entree met museumkaart is gratis

Hallo hey hoi, alles kits?
IMG_0741
Keesje is een soort museum. Ik kan er nauwelijks nog mijn kont in keren. Overal zijn dingen, overal zijn spullen; waar is Marie Kondo!
Nee, weg met haar. Er staat zo’n ellenlange rij bij het grofvuil, het is nu geen goede timing.
Nu is het ook een goed idee om in caravan te gaan wonen om te ontspullen. Van een (semi)groot huis naar een (semi)klein huis dwingt je om afstand te doen van spullen, mocht je dat willen.
Van een tent naar caravan is een ander verhaal, gelukkig had ik nog genoeg beeldjes en spulletjes in verhuisdozen staan van de tijd dat ik nog in huizen woonde, dus ik hoefde niets te kopen; ik kon shoppen in mijn eigen spulletjes. Waterkoker, bestek, wokpan, tweepersoonsdekbed, van die doekjes voor op het aanrecht, kussenslopen en al die dingen die je in een huis nodig heb, zat ergens in een doos. Of niet, maar dan had ik het ook niet nodig.

IMG_0756

Mijn vader stond al dagen te popelen om de elektra nog eens flink onder handen te nemen. Hij heeft nieuwe stopcontacten aangesloten en draden/snoeren vervangen waar nodig. Geen kortsluiting hier in Keesje. Ik heb het de vorige aflevering al gehad over de kringloop (des levens) en met wat jargon gesmeten, dus ik zal er verder niet over uitweiden. aju.

De belangrijke dingen zijn gedaan:

Boeken op de planken, water aangesloten, koelkast na intens project op standje 3, kleding in de kast, een kastdeur eruit gehaald om meer ruimte hebben voor boeken, schilderij opgehangen, fruit in de fruitschaal, vogelstickers op de muur/kastjes/overal (<3), kast boven 't bed gedecoreerd met bloemenlampjesslinger, langs de weg bloemen plukken voor in een vaas, palo santo roken om de boze geesten weg te jagen, meer boeken op meer planken, runentekens op de wanden, kleedjes op de (koude) grond, muziek aan, duizenden dekens en kussen op bed, muggenjacht -iedere avond weer-, Keesje schoongemaakt zowel binnen als buiten, dingen.

Ik wil het dakraam nog vervangen, maar daar moet ik nog even naar kijken. Het is 50×50 voor mensen die een verzameling dakramen hebben en mij daarmee kunnen helpen.

Ook is het gas nog een ding. De gaskachel is helemaal niet aangesloten en sowieso zit er geen gasfles aan alles in de disselbak. Maar de gasleidingen zijn niet helemaal koosjer geloof ik, dus of ik wel of niet gas ín de caravan wil is de vraag. Misschien een gasmannetje (of vrouwtje, Zora, gasmens?) erbij halen. Eerst zelf doen, natuurlijk. Altijd eerst zelf doen duh.

9F136A43-37DD-4BDD-8C94-234EAA5E0951

We hebben ook een paar haakjes gemaakt onderaan de kastjes zodat ik mijn plantjes daar kan hangen. Ik had ergens op internet een bewegende foto gezien hoe je makkelijk met een touwtje dat kon ophangen, dus ik aan de slag. Nu zijn de potjes rond, waardoor dat natuurlijk allemaal weer niet makkelijk ging. Zolang ik niet met de caravan ga rijden, blijven ze wel hangen, denk ik.

Oh ja en de gordijntjes! Ik wil ze verven, alleen nu weet ik niet zeker of de gordijntjes van natuurlijke materialen zijn gemaakt of een mix tussen katoen en dingen. Je hebt van die textielverf, alleen dat pakt blijkbaar niet op synthetische stoffen. Wat een dilemma’s allemaal.

Ik geloof dat ik er nu wel ben met vertellen, doei!

Bezig met Keesje

Klik voor uitleg plasticfolie van wandspiegel afhalen zonder agressief te worden

Hoi pipeloi,

We zijn nu alweer twee weken verder en eigenlijk heb ik meteen de eerste nacht al intrek genomen in mijn nieuwe huis. Zonder er ook maar iets aan gedaan te hebben, heb ik dekens en kussens op het bed gelegd en ben gaan slapen. Geduld is nooit mijn sterkste kant geweest, en waarom zou ik ook in dit geval?

De volgende dag ben ik begonnen eens orde op zaken te stellen. De vorige eigenaar had zijn hele/halve inboedel erbij gegeven en dat heb ik er eerst allemaal eens uitgehaald. Naast de immense voortent, grondzeilen, stokken en luifel vond ik nog veel meer. Het was een soort Hermione-tasje, je weet wel zo’n mini-tasje waar dan opeens een tent, appels, paarden en boeken uitkomen. Een tas zonder bodem. Dit was een caravan zonder bodem. Nee, gelukkig zat er wel een bodem in, een harde ook nog; gelukkig. Keesje mag dan 45 jaar oud zijn, met zijn fundament is niets mis.

Tja, wat vond ik allemaal? Handige dingen, minder handige dingen. Een elektronisch kacheltje, handig. Een elektrisch klein wasmachinetje, handig. Plastic borden en kopjes, onhandig – niet nodig. Haarelastiekjes, onhandig – niet nodig. Houten plankjes, onhandig – denk ik?. Wasrekje, handig. Allerlei handige technische dingen in de disselbak, uiteraard handig. Paraplu, nog een eettafel, hanglamp, sokkendrooghangrekje, felroze opblaasbaasmatras voor in een zwembad en veel meer.

Alles leeghalen en schoonmaken, wat een ruimte!

Mijn vader heeft de elektrische kant onder handen genomen. De waterpomp zou het niet doen, we keken al naar een nieuwe (welke? met of zonder terugslagventiel? hoeveel liter per minuut? droogloop? KEUZES) tot opeens mijn vader eureka schreeuwde. Er ging wel wat aan vooraf, maar het bleek dat er ergens in de spanningskringloop een foutje zat en de pomp het gewoon bleek te doen. Iets met 220v/12v. Ik zal jullie er niet mee vermoeien, maar alles is eigenlijk heel logisch.

De koelkast dan. Die deed het meteen, en hoe. Mijn sojamelk bevroor en mijn hummus was één harde klomp geworden. In de koelkast zit een vriesvakje en daar zit een koelelement dat heel koud wordt. Vanuit dat vriesvakje wordt de rest vd koelkast gekoeld.
Boven de koelkast zitten knopjes, maar wat die doen is niet duidelijk. Eentje lijkt een ontsteker, je hebt nog wat draaidingen die oneindig kunnen doordraaien en er is nog een knop die je maar één slag kan omzetten.
Boven de koelkast zit een tweepit-gasstel, maar die heeft er niets mee te maken, want het gas is niet aangesloten.

Ik wilde de koelkast helemaal uitzetten, maar hoe dat moest wist ik ook niet.
Uiteindelijk is het duidelijk geworden en kon hij uit. Uit en aan was toen duidelijk, maar of er een thermostaat op zat was een ander vraagstuk. Nu heb ik een thermometer in de koelkast gelegd en ben ik op systematische manier de knopjes zo aan het draaien om antwoord te krijgen op deze vraag. Lijstje en pen liggen op het aanrecht voor de aantekeningen. (De koelkast kan blijkbaar ook op gas draaien, en op 12 volt en 220 volt. Wat een ding, wat een ding.)

Kruidenpotjes met dubbelzijdig tape vastgemaakt. ’s Nachts een paar keer hartaanval gekregen omdat ze 1 voor 1 afvielen. Koffiekopje is ook kapot :(

Vorige week was het vrij koud, nu is het heel warm. Ik heb alle ramen die open kunnen, opengezet. Dat is heel lekker en waait alles goed door. Ook het dakraam kan open, wat heel gezellig is. Voor de ramen (en het dakraam!) zit een hor zodat er geen vervelende muggen naar binnenkomen. Toch ben ik de hele week al lekgeprikt. Op mijn elleboog zitten er 5 in een cirkeltje, en probeer daar maar vanaf te blijven.

Nu is er ook wel een probleem met de horren. Of eigenlijk met één hor, die bij mijn bed. Die heb ik kapot getrokken. Je hebt namelijk bij de ramen die open kunnen (er zijn ook nog 3 zijraampjes die niet open kunnen en geen extra mogelijkheden hebben) een hor én verduisteringsding. Beide kun je naar beneden schuiven en, als het goed uit, omhoogschuiven. Alleen die hor bij mijn bed wil niet meer naar boven; gaat niet, doet niet. En toen ik het een beetje gefrustreerd passief agressief probeerde omhoog te porren, is het hor los geraakt uit de zijkanten waar ze vast zitten. Nou, langdradig verhaal kort: doet het niet meer. Nu hangt hij er een beetje sneu bij, ik denk dat ik hem maar uit zijn lijden verlos en afknip. Aju hor.

Ik heb nog een tip voor alle caravanmensen in de wereldwijde omgeving: zet je caravan waterpas op de wielen en het wieltje bij de dissel. NOOIT (niet doet echt niet doen) met de uitdraaisteunen. Wij hadden dit -uiteraard- wel gedaan, want lekker makkelijk. Caravan neerzetten, steunen uitklappen en waterpas in het midden van de caravan. Dat hoekje wat omhoog, daarna die en klaar. Niet doen dus, daar gaan deze steunen door kapot. De caravan moet het meeste gewicht dragen op de 2 wielen en het kleine wieltje voor bij de dissel.

‘Keesje’ in runenschrift en cyrillisch schrift

Keesje staat nu bij mijn ouders naast huis. Daar heb ik een paar weken geleden met gevaar voor eigen leven bomen en struiken weggesnoeid, getrokken en weggezaagd om in dat oerwoud een open plek te creëren. Dat is gelukt, samen met eeuwig veel krassen op mijn benen en armen, maar de ondergrond is niet echt vlak; niet te doen. Toen mijn pa en ik de caravan opnieuw waterpas gingen zetten hebben we een tegel onder de banden moeten schuiven. Dus Keesje naar achteren geduwd en met een vaartje de tegel op (1 2 3 NU!). Tegels onder het ene wiel, bleek te veel. (Dus maar bij de andere een smalle erbij-weer te weinig-weer te veel-uitgraven dan maar.)

Nu is alles goed en stroomt het water gewoon het afvoerputje in, rollen de mandarijnen niet van tafel en rol ik mijn bed niet uit.

Tot de volgende aflevering!

 

Nieuw huis gekocht

Keesje

Ik heb een nieuw huisje: een bibaBürstner uit ’76.

Lekker bezig met de caravan, dat wordt wat. Niet dat ik twee linkerhanden heb. Ik heb wel eens een lamp vervangen, een klap op de DVD-speler gegeven als het laatje niet openging, de keukenkastje geschilderd, maar daar houdt het toch echt bij op. Gelukkig is Keesje in goede staat, dus hoef alleen kleine dingetjes aan te passen.

PS: tips, adviezen, ideeën: altijd welkom! Ook voor plekken om te gaan staan.

Verrekijken met Zora

In deze rubriek neem ik je mee op tocht door de ogen van mijn verrekijker. Vandaag gaan we naar het natuurpark bij Lelystad.

He ho let’s go. We gaan verrekijken met Zora. Ditmaal in ‘het Flevo-landschap’. Dat ligt ergens in de polder. En natuurlijk, we hebben allemaal onze vooroordelen over Flevoland. Het is bijvoorbeeld helemaal niet echt Nederland. Het is gewoon water en nu toevallig niet meer. Er woont alleen maar tuig en alle huizen zakken door hun fundering heen. Wat moet je in hemelsnaam daar? Dat is bijna net zo erg als onder de rivieren! Praten ze er ook raar?
Toch ging ik er heen, want soms moet je even buiten je comfort zone treden. Dus wandelstok in de hand, vogelboekje in de andere, verrekijker om de nek, schriftje met pen ook ergens en hier gaan we.

Wat de Flevolandwebsite ons belooft: “In Natuurpark Lelystad leven bijzondere dieren in een natuurlijke omgeving. Zo kunt u oog in oog komen te staan met een wisent, wild zwijn, edelhert, Przewalskipaard of zelfs een eland. Ook leven in het park ooievaars, otters, bevers, moefflons en Pater Davidsherten. De dieren leven in grote leefgebieden dus het is altijd een uitdaging om de dieren te kunnen spotten.”

En er zit een restaurant met een geweldig uitzicht, maar door de corona is dat helaas gesloten. Helaas. Er is wel een foodtruck met koffie en patat. Maar goed, dat belooft wat. Ik kan het haast niet geloven. We kunnen oog in oog komen te staan met een wisent! Wat is dat eigenlijk? Een bizon of zoiets geloof ik. Dat is spannend zeg, en nota bene Przewalskipaarden, echte OERpaarden die niet tam gemaakt kunnen worden door ons, de mens. Ik dacht dat wij alles konden en ieder ander dier kort en klein konden maken. Oppassen dus. Pater Davidsherten… Pater David… Even googlen. Wauw, das een man die heel veel dieren en soorten heeft ontdekt. En wikipedia zegt ook dat hij, de Pater, resten van dode dieren naar Europa heeft verzonden. Van dat hert dus. Arme herten…

Moefflons! Wat is dát dan weer? Oh dat is maar met 1 ‘f’, Flevoland. Een ‘moeflon’ is het kleinste wilde schaap. Let op de ‘wild’ in de omschrijving. Ja, echt wild. Ze zitten namelijk in ‘hun natuurlijke omgeving’ en ‘leven (ze) in grote leefgebieden’. DUS hebben wij een uitdaging om de dieren te kunnen spotten.
Sorry voor mijn cynisme. Ik houd gewoon niet zo van dieren in hokjes en achter hekjes.

Maar genoeg inleiding, ik heb er een paar uur rondgedarteld en ik kan je wel zeggen: het was een flinke uitdaging om de elanden te zien, die zag ik uiteindelijk niet. De otters waren ook verdwenen voor het oog. Maar wauw wat waren die wisenten groot en impulsant. En wat waren er veel vogels! Echt fantastisch. Er is heel veel water en ik hoopte op een ijsvogel, maar dat was mij helaas niet gegund. Wel waren er prehistorische hutjes, een scheepswrak (daar was ik naar op zoek maar niet gevonden) en natuurlijk al die dieren in hun natuurlijke leefomgeving.

Midden in het park heb je een bezoekerscentrum. Daar zet je je auto/fiets neer dus eigenlijk start de wandeling daar. Het was gesloten nu, uiteraard, dus ik heb geen idee wat je er allemaal kan doen. Kaarten kopen denk ik, en zelfgemaakte honing wellicht. Aan het einde van de middag was het best druk met mensen en kinderen. Normaal zou het denk ik wel rustiger zijn, misschien dat het in het weekend ook druk is. Nu was het Koningsdag, alleen hadden de mensen hun kleedjes hier neergelegd.
Ik had mijn kleedje ook meegenomen, een thermosfles met thee en een broodje. Tussen de madeliefjes en de witte kwikstaart mensen gekeken, uiteraard erg gelachen.

Foto’s maken met de verrekijker is niet gemakkelijk, maar een foto maken van een vogel is echt buitenaards lastig. Het is sowieso al pittig om de vogel te spotten – zeker nu de bomen weer blaadjes krijgen – en dan ook nog dóór de verrekijker zoeken. Vogels houden daar geen rekening mee en vliegen vaak alweer weg of huppen naar een ander takje. Sta je dan met je goed gedrag. Niemand zei dat het een eitje zou zijn.

Ik heb hieronder nog wat visueel verrekijkbeeld om een extra dimensie toe te voegen, maar ik heb geen beeld van de elegante Przewalskipaarden en de Europese bizon, de wisent. Oh ja, en de bevers heb ik ook niet gezien. Ik wil niet alles verklappen. Groetjes!

Hangmatpaardenavontuur

Dat kamperen niet meer is toegestaan houdt niet in dat ik het bos niet meer in mag. Dus met de hangmat op de rug, trek ik het wijde veld weer in voor een frisse neus.

De paarden kwamen bij mij neuzen terwijl ik de hangmat ophing. In een drafje kwamen ze op mij af, manen wapperend in de wind en de neusgaten flink open. Klaar om te ruiken wie ik ben.

Ik verstopte snel het zakje met peren, die wilde ik zelf opeten. De bomen stonden eigenlijk iets te dicht op elkaar, maar het was een heel mooi plekje aan het water, semi in de zon en dat leek mij de ideale plek om aan een nieuw boek te beginnen. Terwijl ik de hangmat aan de ene kant ophing, knabbelde een donker paard aan de andere kant en trok het met zich mee. Hey, zei ik, laat dat. Het donkere paard trok zich er niets van aan, het lichtere paard begon er ook in te bijten en samen trokken ze de hangmat weg van de boom waar ik het aan wilde hangen. Kom nou, zei ik, mag ik asjeblieft die hangmat ophangen? Ze luisterden niet, maar keken alleen maar naar me. Ik nam de hangmat in mijn hand en trok er aan, ze lieten los en triomfantelijk keek ik naar ze. Doordat de bomen wat te dicht bij elkaar stonden, moest ik beide kanten een paar keer verstellen, wat de paarden ruimte gaf om uitgebreid in de hangmat te snuffelen, kruimels op te eten en mijn jasje mee te nemen. De donkere holde weg met het jasje in zijn mond. Paard, riep ik, hier met dat jasje! Het paard bleef even verderop staan en toen ik op hem afliep deed hij niets. Ik wees terechtwijzend met mijn vinger naar zijn snuit, terwijl ik hem toesprak. Niet meer doen, zei ik belerend. Ik had niet het idee dat het paard onder de indruk was.

Met het jasje liep ik terug waar opeens een derde paard bij was gekomen en half in het water stond. Zijn staart zwiepte en nam wat water mee. Dit witte paard was een stuk groter en stond met zijn billen richting de hangmat. Ik heb zelf niet zoveel met paarden, althans: geen idee wat ik er mee aan moet. En nu stond hij daar maar, echt niet dat ik nu in de hangmat ging liggen. Straks kreeg ik een trap of ging hij op mijn voet staan. Wil je even aan de kant, vroeg ik aan het witte paard. Zijn oren bewogen naar achteren, verder bewoog er niets. Ja, de boomklimmer die de boom op en neer klom op zoek naar zaadjes. Ik stond daar maar, met het jasje nog in mijn handen. Twijfelend over wat ik moest doen.

Terwijl ik mij druk maakte om het witte paard, was het donkere paard al weer volop in excursie opzoek naar de peren in mijn tas. Ik duwde voorzichtig tegen de billen van het witte paard, lief pratend en hopend dat hij niet zo zou schrikken. Lief doch streng sprak ik het witte paard toe en probeerde hem te overtuigen om even verderop te gaan staan. 

Tegelijk hield ik het zwarte paard in de gaten, opdat hij mijn tas niet mee zou nemen zoals hij daarnet ook gedaan had met mijn jasje. Het lichte beest stond verderop te grazen, hij bemoeide zich er niet meer mee. Ik keek naar zijn vacht en zag achter hem wat bewegen. Er kwamen wandelaars aan. Ik negeerde ze verder en ging door met de hangmat die nog steeds niet goed hing.

Het zwarte paard had zich onder de hangmat heen gewrongen en het lapje stof hing over hem heen. Wat ben je toch aan het doen, vroeg ik aan hem. Ik aaide hem onder zijn manen en hij hapte in mijn arm. Kunnen we er veilig langs?, hoorde ik. De wandelaars stonden op een afstandje stil en te wijzen met hun stokken. Ze gebaarden naar de paarden en daarna naar de weg die ze wilden bewandelen. Ja, zei ik, ze doen niets. Behalve mij helpen met mijn hangmat, mompelde ik en ik keek boos het zwarte paard aan. Hij moest lachen. De wandelaars liepen verder, voorzichtig. Ze keken om zich heen. Horen ze alle drie bij jou?, vroeg de vrouw en ze stond stil. Ik schudde mijn hoofd en zei dat ze alle drie niet met mij hier gekomen zijn. De vrouw trok een verbaasd gezicht en het zwarte paard duwde met zijn snuit in mijn oksel. Ik duwde hem een beetje weg. Daarna duwde ik het witte paard ook weg, vastbesloten de hangmat in te gaan en mij niet gek te laten maken door een eventuele hoef tegen mijn been. Of erger.

De vrouwen waren doorgelopen toen ik verder niets meer tegen hen zei en ik lag eindelijk in mijn hangmat. Mijn billen schaafde af en toe tegen de grond aan, maar ik wilde niet meer opstaan. Ik leunde achterover, legde mijn armen achter mijn hoofd en fantaseerde hoe het zou zijn om een trektocht te maken met mijn hangmat, boeken en drie paarden. Of twee. Het zwarte paard duwde zijn natte snuit tegen mijn wang en galoppeerde daarna met de andere paarden weer weg. Doei.

Moet weg!

Lief dagboek,

Wat een mooie dagen, zo met die zon. En als hij bijna ondergaat, komt Venus tevoorschijn. Prachtig, zo westelijk van Orion. En ’s ochtends, zo rond een uurtje of vijf, staan Jupiter, Mars en Saturnus in het oosten aan de hemel. In een rijtje. Ze verdwijnen snel weer, want kwart voor zeven komt de machtige zon met al zijn kracht licht brengen en overstemt alles in de lucht. Alle sterren uit het zicht.

Water koken voor bakkie met vriendin

Overdag rol ik mijn yogamatje uit voor een neerwaartse hond, pluk ik takjes van de fijnspar en maak een vuurtje om water te koken. Ondertussen cirkelen de roofvogels boven mijn hoofd, luidden de raven hun gekras, ritselen de muizen en ruimen de rode mieren de grond op.

Dan leg ik mij neer op een kleedje met de thermosfles naast mij. Boek erbij, schoenen uit. Humbert Humbert is nu het meisje aan het verleiden, in het boek. Hij trouwt met haar moeder. Al gaat zij snel weer dood.

Van de week was het in de nacht -7°C. Dat was heel koud. Ik droomde drie keer dat ik het koud had in mijn droom, om vervolgens wakker te worden en het daadwerkelijk koud te hebben. Daarna duurde het een tijdje voordat ik weer in slaap viel.

Het is sowieso fris, ’s nachts. Maar dat hoort erbij. Het is niet zo dat ik klappertandend in mijn slaapzak ligt, nee, maar fris is het wel.

Maar goed aan alles komt een einde. Zo ook hier nu. Door de pandemie heeft de vereniging besloten om het terrein te sluiten. Zodat mensen niet worden verleid tot kamperen. Want mensen: BLIJF THUIS!

Ik zat hier prima in mijn quarantaine maar het draait niet om mij. Wat niet? Het. En de aarde draait om de zon. En de wereld draait ook niet meer door. Waar door? Het heelal. De realiteit. Door de tijd? Wat is tijd? Koekoek.

Op naar de sterren en daar in ieder geval voorbij, tot de volgende keer.

Liefs,
Zora

Vlucht je huis uit

Lief dagboek,

Er zijn mensen! Luitjes komen hun quarantaine uit in het weekend om eindelijk weer een frisse neus te halen.

Op zaterdag verscheen tentje na tentje op het terrein. Mensen werden gek, zeiden ze, zo binnen. Ik kan het mij voorstellen. Waarom kom je dan niet langer, vroeg ik. Maar nee, er moest wel gewerkt worden. En met deze kou de hele week?

Vuurtje maken voor thee en havermout

‘Deze kou’ houdt in: ‘s nachts min 2°C en overdag slechts 9°C en flinke oostenwind (das nu koud). Maar goed, op papier ziet dat er intens uit maar in de praktijk heel anders. Ik lig namelijk al twee dagen met blote armen en voetjes lang uit op de grond met thee en een boekje. In de zon. Uit de wind (soort van) en keihard te relaxen.

Van de week kwam ook nog een leuk meisje uit de stad waar ik gezellig de buurvrouw mee kan uithangen. Af en toe komt en gaat ze weer, naar haar werk of even naar huis. En af en toe komt ze weer hier. Ze heeft me een fantastisch boek geleend over een man die sinds de jaren 70 de hele wereld over fietst. Krijg meteen de kriebels en jeukende handen. De man heet Frank van Rijn, misschien zegt het je iets.

Er is geen vuiltje aan de lucht, geen enkel wolkje. Puur blauw. Strak helder. De zon staat al hoog en ik smeer mijn albinohuidje al in. Beter van wel. Vroeg beginnen.

Een stel met een hele mooie grote tipi (echt zo’n gave met mooi stevig doek, een kachel die uit de punt komt en waar je eeuwig mee bezig bent om dat goed waterdicht te monteren), hebben een bordercollie bij zich van nog geen jaar en dat beest is fantastisch. Hij luister niet, echt niet, rent het hele terrein over en komt daarna gezellig bij mij liggen met zijn snuit op m’n schoot. Bij gebrek aan de katten knuffelen in het asiel (door Corona ook geminimaliseerd in vrijwiligers), dan maar met de honden hier.

M’n tentstokken van de binnentent zijn al sinds ik de tent heb gehaald niet helemaal koosjer meer. Nu is de tent al een stukkie ouder en vergaan dingen als je ze intensief gebruikt. In het midden, waar de stokken bij elkaar komen, schuif je ze in een ander ding en daar breekt het af ivm slijtage en de kracht die er op komt te staan. Bij deze uitleg houd ik het even.

Nu heb ik van de winter een stukje pvcpijp (pcpijp pvpijp iets) eromheen geschoven en met ductape vastgelijmd, alleen is er nu eentje knapt náást de pvcpijp. Kan ook niet anders. So wot? Nou, ik lag met het tentdoek half op m’n gezicht te slapen en het is al krap in de tent.

Nu had ik weinig zin om m’n hele tent weer uit elkaar te halen en met stokjes hem te spalken, want dat houdt op een gegeven moment op. Dit moment dus.

De buitentent sla je over de binnentent en vanuit daar maak je de binnentent vast aan de buitentent. Gewoon met een touwtje; stelt niet zoveel voor. Dus ik dacht: in plaats van dat vanuit de binnentent te regelen (dat hij blijft staan) kan ik het ook vanuit buiten regelen! En ik heb nog genoeg touwtjes én er zat een lussie. Huppa. Gelukt. Ajeto.

Hehe, mooie momenten. Ik ga weer verder in de zon m’n fietsboek lezen. Houd je goed en houd 1,5 m afstand, zoen niet, was je handen en dingen.

Gegroet, Zora

Lente-quarantaine

Goedendag allemaal!

Ja luitjes, ik ben weer gesetteld in het bos. En ik doe alsof het al lente is. Fake it till you make it.

Ik kwam van een koude kermis thuis, toen ik terugkwam uit Spanje. Wat een regen, wat een storm, wat een ellende. En wat een kou! Relatief natuurlijk, want geschaatst heb ik nog steeds niet deze winter. Gaat ook niet meer gebeuren; shit.

Toch was er een lichtpuntje. Nadat er van bovenaf bepaald werd dat er geen bakkies meer gedaan mochten worden ivm het coronavirus, begon de wind te draaien en kwamen wij Nederland in een hoge drukgebied te liggen. Dat betekent dat er geen regen komt en hoogwaarschijnlijk wel zonneschijn.

En dat kwam er. Met blote armen heb ik mijn gammele tent opgezet. Met wat gevonden takken de tentstokken opnieuw gespalkt en de buitentent strak gespannen zodat deze de binnentent rechtop laat staan. Afgelopen nachten werd ik wel een paar keer wakker, enerzijds doordat het ’s nachts rond het vriespunt was; dus koud, en anderzijds doordat het tentdoek op m’n gezicht rustte.

Net met het nog kleine beetje gas dat ik heb een kopje thee gezet. Ik zit fijn in quarantaine hier in het bos. Er is hier niemand, hooguit een of andere roofvogel, kwakende gans of ander dier. Ik las een paar weken geleden dat de teken door de zachte winter ook alweer actief waren. Help.

Vanmiddag kwam er trouwens wel een papa met twee kiddies op de fiets. Ze kwamen hier uit de buurt en wilden gewoon even de tent opzetten. Lekker doen.

Het terrein hier is groot en wijds. Ik weet niet hoeveel hectare maar als je een rondje wandelt hier, ben je toch een kwartier verder. En raad eens, ze gingen náást mij de tent opzetten. Papa legde al het zeil neer en de kleine kinderen renden elkaar gillend achterna met stokken. Zat ik eíndelijk in de zon met thee en een boek; kreeg ik dit. Geen boek van de bieb overigens, die is ook dicht. Gelukkig hebben al meerdere mensen de paniek in mijn ogen gezien en heb ik ondertussen weer een heuse bibliotheek in de tent opgebouwd.

De man met de kinderen. Gelukkig zag hij ook in dat het wel erg intiem werd zo en verkaste hij naar de andere kant van het terrein.

De kleine jongen van het stel kwam een uurtje daarna naar mij toe. Quasi verlegen maar ik zag aan zijn ogen en blik dat hij iets heel tofs of ondeugends had gedaan. En jawel, hij opende zijn hand en er lag een reeënpoot in. Afgehakt, afgeknakt, iets. Fantastisch! Je zag een stuk bot, het vachtje was heel zacht en de nagels en/of hoeven waren intact.

Meteen heb ik de dop op de thermosfles stevig aangedraaid, sprong ik op van de stoel en ben met de kleine jongeman op jacht gegaan naar de rest van het (waarschijnlijk dode) lichaam. Geen succes, want niet gevonden. Toch erg leuk.

Voor de eventuele regen heb ik een tarp, alleen is het eigenlijk een zonnedoek, maar die hoef ik nu niet op te zetten. Daar zie ik ook erg tegenop. Van het najaar ben ik er anderhalf uur mee bezig geweest omdat dat rotding niet bleef staan.

Net ben ik een half uur bezig geweest om het op te hangen als improvisatorisch windscherm. Wel een succes.

leuk hè ok doei,
Zora

Overwinteren #7

Hoi!

Hier in het hostel konden ze niet geloven dat we zout op de grond strooien in de winter. Zout?! Op de grond?! Wat?! Ik stond er een beetje van te kijken, ik had er eigenlijk nooit zo over nagedacht.

Een jongen hier in het hostel vertrok na twee maanden gewerkt te hebben. Zo’n workawayding. Dat je in het buitenland kan werken tegenover een slaapplek. En in dit hostel zijn veel van soort workawaymensen.

De jongen ging naar Berlijn. Hij komt uit Brazilië. Hij vond het intens spannend om naar Duitsland te gaan want ‘daar is alles koud’. Ja ja. Koud. Alsof dat het enige is dat anders is daar. Het is voornamelijk Duits. En dat is altijd even schrikken. Maar dat zei ik maar niet.

Toen zei iemand anders, een Zwitser (dat Zwitserse taaltje hè, dat is mij toch een verhaal apart. Ik spreek best een woordje Duits maar dat Zwitsers… koekoek! Zo is hier ook een meisje uit Quebec, zij spreek Frans – zei ze. Nou ik heb haar frans gehoord en dat Quebec Frans is óók een verhaal apart!)

Waar was ik?

Oh ja, die Zwitser bij ons aan tafel sprak over de kou en sneeuw. En hij zei dat je met leren schoenen altijd even moet uitkijken in verband met het zout. Na dit gezegd te hebben stond hij op om koffie te zetten en liet de Braziliaan met een wazige blik achter. Dat was prachtig. Hij stotterde maar wist niet zo goed wat hij moest zeggen. Was het een grap? Het was ook een heel absurd gesprek. Zout op de grond. Tja. Slim toch? Hier groeien de mandarijnen aan de boom, nou wat wil je.

In mijn blogpost over Lyon had ik het over de bloedgevaarlijke stepjes die daar opeens tevoorschijn kwamen. Nou, in Spanje is het niet anders. In Valencia waren ze er al en hier niet te minder. Je kan je kont niet keren of er komt een Indiër naar je toe met óf sjaals óf een stepje.

Zo kwam er ook eens iemand naar mij toe met de vraag of ik een fiets wilde huren. Ik zei heel beleefd (en in het Spaans!) dat ik dat niet wilde. Hij vroeg toen waar ik vandaan kwam. Nederland zei ik. Hij moest lachen en zei dat ik vast al vaak genoeg op de fiets reed thuis. Is zo.

Op vrijdag lag iedereen voor pampus in het hostel. Niemand kon in beweging komen. Ik kwam rond een uur of drie terug van een wandeling kriskras door de hele stad, en daar lagen ze. Eentje wat te plingelen op de gitaar, een ander was een poging doen tot koken en de rest lag een film te kijken op het scherm. Het gestoorde hoofd van Leonardo DiCaprio flikkerde op tv. Ik pakte een zak chips af van iemand en legde mij er ook bij neer. No sun no fun, zei de Zwitser. Toen dacht ik aan Nederland en dat het daar ook best te pruimen is als het grijs is, ik wilde iets zeggen over de zon in jezelf, maar ik nam net een hapje van de chips.

Nog even over die Gaudí. Zijn werken zijn hier overal te vinden. Je hebt in Barcelona de straat La Rambla en dat is dé straat van de stad. Breed, druk, uitgesproken. Langs de weg staan verschillende gebouwen van zijn hand en het is net alsof je door de Efteling loopt. Mocht je geïnteresseerd zijn om het te zien nodig ik je uit om het zelf te zoeken op het internet – of naar Barcelona te gaan -, want ik heb er geen foto’s van gemaakt. Net zoals dat park waar ik het over had, daar ben ik niet meer geweest.

Nog maar wat foto’s van palmbomen zolang het nog kan. De palmbomen blijven gewoon staan.

Want… we gaan door in de reis:

In de bus naar Brussel kreeg ik zitplaats 15B toegewezen, maar die bleek niet te bestaan. Ik keek links, ik keek rechts. De achterbank was nummer 20, aan de linkerkant had je 15cd en rechts ging het tot 14. Dit sloeg nergens op. De chauffeur snapte er ook niets van en zei dat ik maar op een willekeurige stoel moest gaan zitten.

Het was een ramp. De hele nacht bij iedere stop moest ik verhuizen. Er was om de twee á drie uur een stop en ik besloot op een gegeven moment maar gewoon op te staan en naar buiten te lopen met mijn tas. Luchtje scheppen, benen strekken en als laatste weer naar binnen om te kijken welke stoelen er vrij waren. Slapen kwam er niet van.

IMG_0115.jpg

Uiteindelijk in Brussel (KOUHOUD) een paar uur geslenterd als een zombie. Het was super vroeg in de ochtend en de stad ontwaakte, samen met alle daklozen. Ik denk dat ik het enige open koffietentje gevonden had, want samen met de straatslapers ging iedereen er een bakkie halen. Dit was erg leuk zelfs, iedereen was blij met hun koffie. Ik ook, dolblij.

Daarna ontbeten bij een tentje dat ik op internet gevonden had. Het was erg leuk, maar het was zo leuk (blijkbaar) dat mensen buiten wachtten tot een tafel. Zodra de zaak vol zat, keerde de koffiejongen een bord om bij de deur en er ontstond een rij met wachtende mensen. Normaal zou ik een beetje met een bezwaard gevoel er gezeten hebben (ik had mijn boek er ondertussen bij gepakt – nog steeds niet uit), maar alles ging langs mij heen. Ik zat daar te knikkebolle boven m’n koffie. De koffiejongen vroeg zelfs of ik een zware nacht had gehad. Ja, maar niet met drank en drugs. Ik kreeg espresso’s toegespeeld en zijn medelijden, maar niets kon mij helpen.

Ik heb nog nooit zo verlangd naar een bed. Een heus bed. Waar niemand je stoort. Ik ga er een zoeken en een winterslaap houden. Zo overwinteren is misschien nog een beter idee, hebben die beren goed voor elkaar.

Slaap lekker, en voorzichtig met die orkaanwind.