SNEEEEEEUW

Ja hoor!

Een vlokje, twee vlokje, meer vlokje. En toen werd het langzaamaan wit.

De kinderen van de caravan met het loslopende konijn-aan-het-tuigje verzamelen sneeuw van alle oppervlakten en zijn al bezig met een sneeuwpop.

Vanmiddag deed ik een bakkie met Niki en zij geloofde niet dat het zou gaan sneeuwen. ‘Nee hoor, al dat gedoe om sneeuw. Code geel, me neus!’. Haar intuïtie zei dat het droog bleef. Maar haar intuïtie zei ook dat we, toen we een wandeling maakten, naar rechts moesten en dat straatje liep dood. Dus ik vertrouwde haar intuïtie sowieso niet.

Mijn intuïtie stond die ochtend al aan. Ik geloofde in alle kansen op sneeuw en deze kans van vandaag ook. Ooit moet het toch gebeuren.

En ja hoor. Alles is hier wit. Niet met een dikke laag, maar wel wit. De lucht heeft ook zo’n gekke oranje gloed. Ik weet nooit wat dat precies is. Weerkaatsing van de ondergaande zon denk ik.

We vergeten even dat het over een paar dagen 10⁰C wordt, vannacht de wind alweer draait naar het westen en dat zulks dingen.

Ik heb verder ook niets te zeggen. Maar ben blij dat ik Keesje ooit in de sneeuw heb zien staan, of dat ooit nog eens gaan gebeuren weet je maar nooit.

Nu ga ik erwtensoep eten en chocolademelk drinken.

Want dat hoort. En wat hoort dat moet. Maar ik moet helemaal niets.

IJSkoude zonnige ochtend

Goedemorgen!

Het is al middag, maar toch doe ik nog even alsof het ochtend is. Het is nu ook alweer grijs getrokken, maar vanmorgen scheen de zon.

Gisterenavond om 7u begon het water in de emmer buiten al lichtelijk te beslaan met een laagje ijs. Het was koud, je voelde dat het licht begon te vriezen. Alle watermoleculen in de lucht hebben het dan een beetje moeilijk. De lucht voelt koud en de kaarsjes doen hun best, maar echt warm wordt het niet.

De grond werd glad en met kleine stapjes maakte ik een kleine wandeling om mijn kacheltje binnenin een beetje op te stoken. Mijn bed was koud, maar zodra ik erin zou gaan liggen, zou er iets gebeuren. De drie dekens zouden mijn lichaamswarmte opvangen en de koud en ijs buitenhouden. Het wordt altijd heerlijk warm in de dekencocon. Koud heb ik het ’s nachts niet. Behalve soms mijn tenen, die vinden het wel lastig.

Vanmorgen opende ik de gordijnen bij mijn bed en ik zag meteen dat de wereld wit was. Niet sneeuwwit, maar dauwwit. De ramen waren bedekt met een ijslaagje.

Blijkbaar had ik vannacht mijn sokken, broek en handschoenen uitgedaan, want die lagen op de grond. Ik sprintte naar buiten in m’n onderbroek voor een plas en zette alvast water op voor de koffie. (Ik had gisteren de fluitketel al bevoorraad, want nu doet m’n kraantje het niet, slimme meid.)

De zon kroop langzaam omhoog en het was zo ontzettend mooi. Doordat de zon het dauw liet verdampen ontstond er een soort mist die de zonnestralen heel duidelijk tekenden.

Door de oosterwind van afgelopen dagen, was het dus wat kouder. Helaas niet zo koud voor sneeuw. Maar misschien later, in de februari.

De winter heeft in ieder geval tot eind maart de tijd, want in april zet ik de knop om en krijg ik de lente in m’n bol. Echt niet dat het dan nog koud mag worden, nee zeg, daar ergens in april begint het voorjaar, wordt de snoet weer bruin, kleuren de bomen groen, komen de bloemen op, de blote voeten worden weer vies en kunnen de jurken weer aan.

joee joe

De achtertuin

Welkom in 2021. En omdat ik gisterenavond al vroeg in bed lag, had ik vanmorgen al vroeg zin om een wandeling te maken. En waar doe je dat beter dan in je eigen achtertuin?

Vocht, mijn vijand

Dag medemensen,

Alles is vochtig. Voor ik iets in m’n mond steek of überhaupt aanraak, kijk ik even of er geen schimmel op zit. Als ik een tijdje op m’n bank heb gezeten en opsta, plakt m’n legging aan m’n billen.

Ik snap wel hoe het werkt hoor. De lucht is vochtig, ik ben vochtig, mijn thee is vochtig. Dat komt in de lucht en slaat op de koude wanden, op de koude ramen. Want ook al heb ik dubbele ramen (ja ja en dat voor een 50-jarige caravan!), koud is het wel. Dat vocht hoopt zich op en vormen druppeltjes. Nu is mijn dakraam 1 op 1 met de buitenlucht en daar komt de regen soms vanaf, dus heb ik daar een handdoek onder gehangen.

In de wandkasten, zeker in de hoeken, hoopt het vocht helemaal op. Ik laat de kastdeurtjes ’s nachts altijd open om het door te luchten (alsof er een doorstroom is nu), maar het mag niet baten. Eens in de week haal ik een vieze theedoek langs alle wanden om zo het vocht toch een beetje meer naar buiten te begeleiden. Ook leg ik de kussen van mijn bank iedere avond even gedraaid, zodat het kan luchten en drogen (drogen waaraan? luchten waarmee?) en dan poets ik even de schimmel weg.

Vanmorgen was ik het zo zat. Ik pakte een boek om te lezen en die begon ook al te schimmelen. Ik pakte een cocktailprikker uit de la, die begon ook al dat harige beestje te ontwikkelen. Ik lapte mijn raam en de druppels liepen zo mijn bed in. Alles wat niet leefde, begon te leven. Alles was vies, alles was beschimmeld en mijn boeken zouden er aan gaan als ik niets deed! Dat liet ik niet gebeuren. Dus ik besloot actie te ondernemen.

Plastic zakjes ipv boeken, treurig.

Ik haalde alles uit de kastjes en stopte het in plastic tassen. Daarna maakte ik het kastje ‘droog’ en legde de zakken weer erin. Het is heel ongezellig en heel onpraktisch, maar de winter is overleven. (En nee ik heb alle vochtige dingen niet in een tasje gedaan en toen afgesloten, want dan gaat het stinken en wordt het nog meer een bende), maar vooral de tijdschriften, de krantenknipsels, de mappen met papier heb ik voordat die aangetast zouden worden alvast veilig in quarantaine gestopt.

Voordat mensen bezorgd worden en gaan schreeuwen dat dit niet langer kan zo, dat ik mijzelf dit niet moet aan doen en dat ik zo ziek word en dood ga; ik heb mij al een beetje laten overtuigen door mijn ouders dat ik misschien een elektrisch kacheltje af en toe een uurtje aan moet doen. Liever niet natuurlijk, maar ja ja ja misschien is dat toch wel verstandig.

Dat ga ik dan maar eens proberen, kijken of het vocht wat verdwijnt. Sommige mensen hier op de camping hebben vochtvreters, maar die trekken dan nog meer vocht van buiten, aangezien Kees een grote kier is.

Als iemand nog tips heeft, mag je mij mailen of een reactie achter laten. Als je je afvraagt of ik nog gelukkig ben in de caravan, hoef je je dat niet af te vragen het antwoord is: absoluut. Als je je afvraagt of ik gek ben, is het antwoord ook ja dus dan hoef je dat ook niet te mailen.

En daarbij: het is zo weer lente, en dan is het zomer en zo heet als de ziekte dus dan wordt alles sowieso droog.

De kop van de kat is jarig

Er is er één jarig! Hoera hoera.
En waar kan je mij blijer mee maken dan met een wandeling? Niets. Dus ik ging een wandeling maken.

Toet toet met de Corsa naar IJmuiden gereden. Want wandelen in het bos is leuk, maar soms wil ik wel eens iets anders. Bergen bijvoorbeeld, maar die zijn zo moeilijk te vinden in Nederland dus ik ging maar naar het strand. Nu ben ik niet echt woeste fan van het strand, of eigenlijk niet van water an sich en zwemmen enzo, maar op zo’n winterdag zijn de natuurelementen zo heftig dat ik het wel kan waarderen. En je kan er úren lopen; dat is het allerbeste. Dus op naar de zee. Misschien een Wim Hof-duik, maar dat was optioneel.

Zo zwiepte ik de auto in een parkeerplek, zipte mijn jas dicht zo hoog dat ik mijn neus erin kon verstoppen, strikte mijn veters, nam nog een slok water en at voor de energie een banaan, die aan de onderkant zo bruin en pulp was dat ik dat stukje oversloeg. Ik liep de duinen over en tuurde naar het westen. De zee was zo mijlenver weg dat ik haar eerst niet eens zag. Über-eb was het.

De strandtent bleek toch open te zijn, wat ik frappant vond. Niet zozeer i.v.m. corona – ik geloofde wel in take-away -, alleen het was winter en vorig jaar met mijn verjaardag was ik hier ook, voor precies dezelfde wandeling op precies dezelfde plek op precies dezelfde dag en toen was alles dicht. Dat vond ik toen heel moeilijk.
Maar nee, de strandtenten zagen er toch heil in om open te gaan voor meeneemkoffies, en natuurlijk chocolademelk. Of gluhwein, boeie.

Ik kwam er al heel snel achter waarom die strandtenten dat dachten. Het werd namelijk giga druk op het strand. Zeker rond Bloemendaal aan Zee en zo richting Zandvoort kwamen hordes mensen aan met hun honden, kekke hardloopkleding of andere units. Dat had ik ook wel aan kunnen komen zien, aankomen zien komen, aankunnen komen zien, iets. In het bos vergeet ik soms hoe het in de beschaving is, dat het een gekkenhuis is en dat mensen uit hun normale ritme gerukt worden. Dus dan zit er maar één ding op; lekker uitwaaien op het strand.

De wandelschoenen die ik heb, zijn de LOWA’s die ik in St Jean heb gekocht. Dat is vier jaar geleden en deze schoenen hebben denk ik wel 5 of 6 duizend km’s gehad. Ze zijn echt super versleten, maar dat was ik even vergeten toen ik lachend naar de zee rende, een vogel achterna en met drijfnatte sokken en hangende pootjes weer terug naar het droge rende. Oeps.

Het was in de ochtend super mistig geweest, maar het klaarde steeds meer op en ik moest mijn ogen dichtknijpen om niet verblind te worden. De wind kwam ook recht in mijn gezicht, maar hield mijn haren er ook uit, dat was fijn. Het was niet koud.

Op een gegeven moment liep ik mijzelf vast en werd ik omringd door zeewater. Ik had geen zin om terug te lopen en ik had toch al natte voeten dus ik besloot er overheen te springen, al wist ik wel dat het te ver was. Maar proberen kan geen kwaad. Ik sprong en belande midden in de zeerivier, waardoor alles opspatte en naast mijn sokken nu ook mijn legging nat was. Als ik straks een koude duik ging nemen hoefde ik mijn kleren niet eens uit te doen, tegen die tijd was ik toch al doorweek.

Nee, niets van dat al. Want ik kwam bij Parnassia, een strandtent halverwege IJmuiden en Zandvoort. Die was natuurlijk ook open en daar haalde ik een bakkie. Er was geen terras, maar dat is daar ook helemaal niet nodig. Ik plantte mezelf tegen een duinpan, ook nog eens in de luwte van de wind. De zon scheen fel en ik moest mijn jas uitdoen, want het werd echt tropisch.

Rollebollen in de duinen

Op de terugweg kwam ik een man tegen met twaalf honden. Allemaal verschillende soorten honden ook. Ik zag een teckel, een grote herdershond, border collie en nog meer maar ik weet niet zoveel van honden dus ik kan ze niet benoemen. Eerst dacht ik aan een hondenuitlaatservice, maar het viel mij op dat de honden de man allemaal volgden zonder riem, zonder gefluit, zonder geroep. Er waren echt heel veel honden en alle honden wilden ook iets van elkaar. De herder en border collie waren heel druk en renden vaak ver weg van de groep. Maar al snel keerden ze weer terug. De paar kleintjes bleven braaf en netjes dicht bij de man. Het was echt een heel mooi gezicht. Het leek ook zeker alsof de honden elkaar goed kenden. Misschien waren de twaalf honden natuurlijk wel van de man zelf. Maar twaalf honden? Twaalf? Nu was mijn grote droom om een huisje in het bos te hebben en allerlei zwakke en zielige katten te verzorgen dus misschien zou ik er dan ook wel twaalf hebben, (minstens) maar dat is wel iets anders dan twaalf honden. Of misschien niet.

Ik bleef de man volgen. Nu is het op het strand ook niet zo moeilijk, want je loopt of naar het noorden of naar het zuiden, maar hij sloeg opeens links af naar zo’n inham (die ene waar ik toen ook knel zat) om daar op een soort prive eiland met zijn honden te zitten en toen moest ik ze verlaten. Ik heb wel een foto gemaakt, die staat hier rechts.

Voor een volgende strandwandeling, want één is geen, stapte ik in de corsa en reed ik naar Noordwijk. Daar bij de vuurtoren sprak ik met Yke af en terwijl de zon onder de horizon verdween, zaten we met een grote fles whiskey in het zand. En een fles kombucha (Yke is kombucha-meester). Nu moesten we beiden natuurlijk nog drinken, nee eh rijden, dus hielden we het maar bij kombucha. Yke had mijn ijskristallen gezien op de ramen en kon het niet verdragen dat ik zo’n kou leed, dus had ze een fles whiskey voor mij gehaald zodat ik het ‘altijd warm zou krijgen’.

Eind goed al goed. Via mijn favoriete weg de N201 ben ik teruggesjeesd en spring ik zo in mijn bed. Volgend jaar weer.

Bezoek

Ik heb in de afgelopen weken een paar keer bezoek gehad. Niet dat ik thee voor hen zette, of de kranten met hen door nam, maar voor wat gezelschap of warmte. Denk ik.

Yeti kwam op een zonnige dag. Ik zat buiten en had de deur van de caravan open staan. Als de zon schijnt wordt het flink warm in de voortent (zomer, heb genade) en zo probeer ik dat een beetje de caravan in te krijgen.

Ik zat fijn buiten met koffie of iets anders, ik weet het eigenlijk niet meer, en moest iets pakken.

Binnen hing ik mijn jas op en hoorde gelijk geritsel van het bed komen. Een soort gebonk misschien. Ik keek om het hoekje, zag niets en draaide mij weer om. Daarna weer geluid, het leek wel gefladder.

En ja hoor. Daar zat ze. Een klein slank roodborstje fladderde naar het aanrecht en keek mij uitdagend aan. Hoi, zei ik. Ze zei niets. Dan niet. Heb je het koud, vroeg ik. Ze hupte weer op het bed en vloog naar het raam. Maar ja dat zat dicht. Ik wilde het wel open doen voor haar, maar dat zou misschien wat te intimiderend zijn. Dus ik opende het keukenraampje en nam wat afstand.

Yeti hupte en fladderde wat rond. Keek door het keukenraampje, maar leek niet geïnteresseerd. Ze vloog naar een plantje en pikte in de aarde.

Na een tijdje ging ze naar buiten en toen kwam ik er achter dat ze overal poepjes achter had gelaten. Ik weet niet of ze daar echt controle over heeft, maar ik vond het erg onbeleefd.

De volgende gast is Brutus. De kampingkat. Volgens mij is hij heel wat gewend.

Toevallig was het die dag ook lekker zonnig dus ik zat weer buiten en had weer m’n deur open staan. Het wordt namelijk heel warm in de voortent, weet je, als de zon er op staat.

Toen ik weer naar binnen liep, miauwde Brutus vrolijk me tegemoet. Ik schrok nogal van hem, maar hij niet van mij. Rond snuffelde zat’ie in m’n caravan en lag hij even later lang uit op z’n rug zich te wassen op de wollen deken. Ik vond het best, ik ben gek op katten.

Af en toen zie ik hem op het terrein achter een muis aan. Hopelijk laat hij Yeti met rust, want zij is heel vaak hier rondom de caravan. Dan kwettert ze wat en komt ze heel dichtbij. Misschien heeft ze honger of koud.

Als het straks voor lange tijd vriest, Yeti, hang ik wel iets voor je op aan de boom. Beloofd.

Begint de winter nu echt?

Lief dagboek,

Vanmorgen werd ik wakker en het sneeuwde. Dat gebeurde eerst in mijn droom – ik zat op een olifant en die voerde ik pinda’s en toen gaf die olifant mij een sjaal omdat het begon te sneeuwen -, maar half ontwakend merkte ik dat er sneeuwvlokjes op mijn neus dwarrelden.

Lijkt een zomerse bedoeling, maar dat is schijn

Blijkbaar had ik mij wild omgedraaid en sloeg het kussen/deken/haren/arm tegen het raam boven mijn hoofd, waardoor de ijskristallen die zich gesetteld hadden, los kwamen.

Onder de dekens voelde het zomer. Warm en behaaglijk, maar mijn neus was koud en het was fijn dat ik m’n lange manen terug op mijn hoofd had om ze als tulband te draperen.

Vorige week was de allereerste keer dat het ’s nachts vroor. Een losse misplaatste nacht, want toen de zon opkwam draaide de wind en begon het te regenen om vervolgens 10⁰C aan te tikken.
Nee, vannacht was het begin van een koude week, misschien wel weken.
De misplaatste vrieskou van vorige week viel rauw op mijn dak. Ik had het een beetje onderschat en was zonder voorbereidingen naar bed gegaan. Geen extra dekens, geen warme kleren aan, geen niets. Boeie, dacht ik. Brr. Meerdere keren werd ik ’s nachts wakker om kou te lijden. Maar het kwam niet in mij op om een extra deken te pakken. Dat was toch niet meer de moeite waard, ik weet nog dat ik dat dacht en stug door probeerde te slapen.

’s Ochtends was ik daarom ook helemaal stijf en totaal niet uitgerust. Met een lichte chagrijnigheid wilde ik water in de theepot doen om te koken, maar dat ging niet want het water in de leiding was bevroren. Oei.
De leiding liep naar een pompje in de disselbak, en dat pompje zat in een jerrycan vol ijs. Ook de emmer naast de tent zat vol ijs dus daar ben ik maar aan het wakken geslagen. Hengel er bij en we hebben vis voor het ontbijt.

Gelukkig wist ik deze morgen wel wat mij te wachten stond en had ik m’n bed opnieuw ingericht en de dekens gerangschikt. Ook had ik alvast een flanellen blouse en broek bij mij onder de dekens gelegd zodat ik die ’s ochtends warm aan kon trekken. Ik was alleen wel de wollen sokken kwijt, blijkbaar had ik die uitgeschud tijdens mijn slaapuren.
Er zat vanmorgen weer ijs op de ramen, zowel binnen als buiten. Het vaatdoekje stond stijf van de kou en de enkele druppels in de gootsteen waren ook tot vaste stof geëvolueerd.

Ik deed snel m’n handschoenen aan, extra paar sokken aan, muts op m’n kop en liep met m’n theepot en jerrycan naar de badkamer voor water. Het was een illusie te geloven dat het water daar warmer zou zijn, maar het viel mij alles mee.

Met een warme kop chai dook ik weer onder de dekens en met het zonnetje in mijn gezicht begon ik deze Sinterklaasdag. Ietwat koude tenen en vingers, maar ach.

de Oertijdwandeling

Lief dagboek,

Vandaag trok ik er weer op uit voor een heuse wandeling. In ’t gebied hier is van alles te doen en ik heb al meerdere wandelings en fietstochts gemaakt. Even op de website van Staatsbosbeheer kijken.

Daar vond ik de Oertijdwandeling. Eentje die ik wel vaker heb gemaakt. ‘Wandeling langs oude grafheuvels en door de uitgestrekte bossen van De Vuursche op de Utrechtse Heuvelrug.’ staat erbij. De route is 10km en je mag honden meenemen míts aangelijnd. Eronder hebben mensen sterren gegeven met commentaar, fantastisch. Komt ie:

Ene John zegt dat de naam oertijd geheel fout is gekozen omdat ‘we langs een dorp kwamen en een stuk langs een weg moesten wandelen. Dat is niet echt oertijdrepresentatief.’ Ook veel mountainbikers.

Raymond uit Amsterdam vond het vooral fijn om ‘zo dichtbij Amsterdam’ er even uit te kunnen zijn. Na het lezen van de commentaren had hij het ergste verwacht, maar het viel hem mee. Wel veel mountainbikers.

Haha. En dat voor een wandeling in het bos. Net een happening van zo’n artiest die bakken met geld verdient en jij tientallen euro’s betaalt voor een optreden. En dan 1 ster krijgen en toch gaan! Arm bos.

Robin was na 1km verdwaald en pas na anderhalve dag hoorde iemand hen roepen. Oei! Dat is ook niet echt oertijdrepresentatief. In die tijd was het een zeldzaamheid om andere mensenachtigen tegen te komen. En daarom: waarom roepen? Komen alleen de holeleeuwen op je af. Nog meer oei.

Ook veel mensen vonden de bewegwijzering slecht. Maar ze hebben het steeds over ‘blauwe paaltjes’, terwijl toch duidelijk op de website staat dat je de dónkerblauwe paaltjes moest volgen.

Ok dan weet ik wat mij te doen staat. Ik ga eens de wereld in en kijken hoe het gesteld is met deze wandeling. Met al deze nieuwe inzichten van Raymond, John en Robin zal ik er vast heel anders naar kijken. Schoenen vastbinden, vuurstenen mee, leren buideltje met kruiden om want je weet maar nooit, we gaan!

*wandelt*

Voor mij was het 9,77km wandelen. Ik was zelfs een beetje verkeerd gelopen (donkerblauw, marineblauw, oceaanblauw?!) dus eigenlijk is de wandeling in praktijk rond de 9km. Erg verwarrend, want op de website staat 10, maar op het bordje in Lage Vuursche staat 8,5km.

Midden in het bos is een grote open plek waar allerlei routes beginnen. De twee beruchte mountainbikeroutes bijvoorbeeld. Ook wat paardenroutes en natuurlijk verscheidene wandelroutes. Er is een groot veld waar heul veel auto’s staan, een grasveld waar je kan picknicken en een café restaurant waar veel vuurkorven stonden.

Bij deze kuil haalde ik een bakkie. Maar deze was niet oertijdproef. Ik moest met euro’s betalen. Er waren veel mountainbikers daar met vieze billen en grote monden. Dat was erg genieten. Er waren veel boomstammen om op te zitten en rond te kijken.

Ook kwam ik langs een grote weg die zo hup mij het dorp inleidde. Daar waren nog meer vuurkorven en mensen. De ex-koningin woont daar, maar Trix was niet thuis. Sowieso niet erg oertijd.

Nee, de wandeling is niet echt prehistorisch. Ik denk dat er geen boom staat die in die tijd leefde. Maar ach, boeie. Grafheuvels heb ik ook niet gezien. Wel mountainbikers, veel.

Tot de volgende aflevering!

P.s. de foto’s zijn ook totaal niet oertijd

Verlaten camping

Hai ’n goeie,

Hier in het bos wordt het rustiger en rustiger. Nu de dagen toch echt wel frisser worden, de zon maar een paar uur per dag schijnt en de regen en wind ons om de oren slaan, verdwijnen de mensen naar binnen.

De camping is het grootste gedeelte leeg, een toiletgebouw is al dicht en alle waterpunten zijn afgesloten. Deze kunnen kapot vriezen.

In een verdoemhoekje staan de winterkampeerders. Er staan meerdere caravans verspreid over deze hoek van het gehele terrein. De meesten gebruiken hun caravan (of camper) als buitenhuisje naast hun bijv. appartementje.

Een enkeling verblijft hier de hele winter. Present! De rest keert weer terug naar huis.

Zo heb je een gezin dat al jaren hun caravan in de zomer hier stalde, om in de vakanties en weekenden hier heen te komen. Dit jaar besloten ze hem ook in de winter te laten staan. Het stel woont met hun dochtertje in het hartje van Utrecht. Ze hebben ook een konijn: Pip. Die dartelt aan een touwtje rond op het gras.

Er is een gebouwtje open in de winter, daar zit zelfs vloerverwarming in. Dat vind ik heel decadent klinken, maar het blijkt een hele effectieve manier te zijn van verwarmen en als je er even over nadenkt is dat ook heel logisch.

Ik zet iedere avond m’n schoen, maar zwarte piet komt hier niet. Dus koop ik zelf maar pepernoten en eet ze op. Van de week hoorde ik alweer Last Christmas op de radio, maar dat mag ook wel want het is al eind november. In de badkamer wordt Sky Radio gedraaid, en dan weet je het wel. The Christmas station. Terwijl ik een paar weken geleden nog mee neuriede op Shania Twain, moet ik het nu doen met Michael Bublé.

Er staat ook een tipitent hier, de bewoners zijn er af en toe een paar dagen en dat ruik je meteen. Ze hebben een houtkachel erin. Heerlijk. Ik wil ook een houtkachel! Al is dat in combinatie met Kees niet erg plezierig denk ik.

Nog een paar dagen, het is bíjna december. Je weet wel de gezellig tijd met lampjes en kerstbomen. Kerstbomen genoeg hier! Misschien versier ik er wel eentje, al wordt de piek wel lastig. Deze joekels zijn mega.

Ik heb een baantje gevonden in het dorp, dat is een uurtje lopen. Als ik ’s ochtends moet beginnen loop ik in het donker, terwijl de lucht al wat begint te kleuren, door het bos. Ik kan de paadjes dromen. Wat goed uitkomt, want als ik ’s middags en begin van de avond werk, is de tocht in het pikkedonker! Laatst was het helder en scheen de maan super fel waardoor alles duidelijk zichtbaar was. Maar het is wel goed de benen op te tillen om niet te struikelen.

Oh ja en ik zag een keer een vos. Daar was het maanlicht erg goed voor, anders hoorde ik hem alleen. De Vos zag mij vast ook, maar negeerde me wel. Erg jammer want ik had graag een goed gesprek met hem of haar gevoerd over de mountainbikerspaden door het bos, of de dieren er niet gek van worden.

Aju!