Tentje Dennetje Kevertje

Hey hoi,

Lekker in het bos. Spitten op zoek naar de kevertjes die na de regen uit hun hol kruipen en met gevaar voor eigen leven de weg oversteken. Of steekt de weg hun bos door?


Als ik de onrust voel opkomen trek ik er maar weer op uit.
Dan pak ik m’n racefiets en zoef zoef ik door de bossen. Om daarna uren zoet te zijn met de fiets en mijzelf schoon te maken van de blubber.
Of ik pak de kaart, trek de wandelschoenen aan en ga op zoek naar vogels, bomen, kevers, landerijen, vergezichten en andere wonderlijke dingen.

Nou was het toch wel wat ingewikkelder allemaal de afgelopen tijd door de eeuwige regen. Want wat kwam het uit de lucht vallen. Nu ben ik meermaals zeiknat thuisgekomen, omdat ik overvallen werd door een bui. Verfrissend ja, maar de kleren hangen nu nog steeds te drogen.
Mijn regenjas neem ik standaard mee, ook al is de lucht blauw en schijnt de zon. Je weet het nooit. Als het niet regent en ik doe hem toch aan op de fiets, kom ik soms nog steeds zeiknat thuis doordat het dan een sauna ónder de jas is geworden. Dan moet ik m’n shirt nog steeds te drogen ophangen en dat kan dan weer een paar dagen duren.

Nu is het wel zo dat áls de zon dan schijnt, en ik alles even ophang het ook zo droog is. En het ruikt zo lekker daarna.


Hier in het bos kun je alle kanten op en dat is fantastisch. Maar soms kom ik niet eens van het terrein af en duik ik hier in een bosje omdat er heel veel paddestoelen groeien.

Er staan ook een paar bomen die ik niet kan plaatsen. Eentje met lange takken en op het uiteinde hele kleine ronde blaadjes. De boom is ook heel hoog en hij is enige van zijn soort die ik tot nu toe gezien heb.

Door het bos lopen veel wandelroutes, er staan paaltjes met kleurcodes en dat stemt mij altijd wel rustig. Gewoon de kleuren volgen, lekker veilig op de route. Er zijn er echt wel veel. Van 3km, maar ook een van 10km. Die loopt hier langs het terrein.
Laatst was ik dus eruit gegaan en toen bleek het zondag te zijn. Super druk! Koekoek. Snel weg.

Ik speur voor een vos, die heb ik nog niet gezien. De buurman, van Jaap, zei dat je die hier ook zag maar ergens denk ik dat hij jokt. Maar wie weet. Er zullen vast wel vossen zijn, maar misschien vinden ze het hier te druk met mensen. Alhoewel je hebt ook wel eens vossen in de stad. Of is dat dan uit noodzaak?

Oh ja de herfstvakantie is begonnen en er zijn wat campers bijgekomen. Tussen 7 en 8 vermijd ik het sanitairgebouwtje maar even want dan doet iedereen de afwas.

Groetjes thuis!

Inbreker in de tent

Hai,
wat er nu toch weer is gebeurd!

Uitgebreid met hete thee, sterremunt – m’n lievelings, een crackertje met hummus en de krant van zaterdag (die ik toen maar gewoon bij de boekhandel heb gehaald i.p.v. de markt), zat ik languit in bed. Of lag. Beetje tussen liggen en zitten in. De vogeltjes floten, blabla leugens. Nee, natuurlijk niet het is herfst.
Het regende keihard en het zag er ook niet naar uit dat het zou stoppen met regenen.
En toen, toen hoorde ik geluid vanuit de voortent. Geritsel. Dingen die omvielen.

Hier ging Jaap weer naar binnen, ik probeerde hem mee te nemen een stukje lopen – aju, dacht’ie

Snel pakte ik de schaar in mijn hand, mocht het een slechterik zijn. Voorzichtig opende ik de deur en spiekte om de hoek. BAM. Daar was hij. Jaap. Luidruchtig kwispelend stortte hij zich op mij, ik had geen tijd om te beseffen wat er gaande was of ik moest uitgebreid met deze natte hond gaan knuffelen. Hij sprong al op het krukje om naar binnen te gaan, maar daar had ik geen zin in. Een kat, ok, maar er zijn grenzen.

Omdat er een paar kleine onhandige lekkages zijn met de voortent, stonden er blikjes gepositioneerd op de grond die de druppels zouden opvangen. Jaap pakte er een en rende er uitdagend mee weg. Al eerder probeerde ik hem te enthousiasmeren om een stukje te gaan wandelen (en de eigenaar te zoeken), maar dat vond Jaap maar niets. Met het blikje in zijn bek wel, weg was hij. Nu leek mij een blikje niet echt goed voor zijn tanden dus ik sjokte achter hem aan.

Daar op een paar veldjes verder ontmoette ik een buurman. Jaap zat aan de riem, buurman was even aan het bellen en huppa, ondeugende Jaap was weg.

Ik zei dat Jaap best vaker even langs mocht komen. De campingkat was namelijk ook welkom en ik wilde niet discrimineren. Voor je het weet ben je de hondenhater, ook al geloof ik dat het kattenras suprieur is aan de hondenras, maar goed als je dat zegt hè. Je mag ook niets meer zeggen tegenwoordig poe poe.

De buurman vroeg waar wij dan stonden. Daar. Waar? Daar, alleen, niet wij. Maar dan stond ik helemaal alleen. De hele winter? Hij zal maar niet vragen wat er aan de hand was, de meesten die hier alleen staan liggen in scheiding en dat soort dingen. Zijzelf waren hun huis uitgezet en het zou een paar weken duren voor ze hun nieuwe huis in mochten, en moet je ze nu zien! Anderhalf jaar verder! Hij had z’n hele leven nog nooit gekampeerd en moet je ze nu zien! Maar ze hebben wel een echt kooktoestel en een koelkast, want koken op zo’n klein pitje doet hij niet – echt niet.


En inderdaad. Hun grote voortent, 30 jaar oud (‘alles wat je ziet bij elkaar kostte nog geen 7000€, koop daar maar eens een huis van haha!’) stond volledige ingericht klaar voor de aankomende winter. Houten vlonder, aanrecht, grote kachels, eetkamer, kroonluchter, allesch. Ik kreeg thee (zwart) en een koekje, of eigenlijk een trommel met koekjes en ik mocht pakken wat ik wilde. Moet je net mij hebben, als t voor m’n neus staat hè.

‘Goh, deze meid, helemaal alleen, nou lieverd als er iets is weet je ons te vinden. Gezellig hoor.’

Nou goed, neem een hond als je eenzaam bent zeggen ze wel eens, dat dus. Zo maak je vrienden.

Liefs,
Zora

Markttaferelen

Op de zaterdagmarkt wilde ik de krant halen bij de sigarenboer, groente en fruit pakken bij de groente/fruitboer en een krentennotenbrood bij de broodboer, oh nee de bakker. Er stond geen sigarenboer, dus ik kon geen krant halen. Ik dwaalde maar wat rond en besloot uit pure zelfmedelijden een warme stroopwafel te halen bij de stroopwafelboer en zuchtte neer op een steen die patsboem midden op het plein stond.

Na de stroop van mijn vingers, wangen en mond te hebben gehaald ging ik naar de bakker. Misschien wilde ik ook wel een croissantje, of twee – boeie. Het bakkersmeisje vroeg of ze mij kon helpen en ik vroeg dingen over het krentenbrood. Of er ook noten in zaten. Nee, wel krenten. Was er anders een brood met krenten én noten? Of rozijnen, is ook goed. Die was er wel, maar nu niet, zei ze. Ok doe dan maar dat krentenbrood, zei ik, ik heb een tasje. Ik pakte mijn broodzak uit mijn tas en wilde het aan haar geven. Ze schudde haar hoofd. Nee, dat kan niet, wij doen aan corona. Ze zei het echt. Oh, je doet aan corona, zei ik kijkend of ze het ook geestig vond. Vond ze niet en ze deed het krentenbrood in een papieren zak.

Gelukkig kon ik mijn wekelijkse fruitboodschappen wel zelf allemaal in m’n linnen slash andere tasjes doen zodat ik niet thuis aankwam met een plasticoverschot. Gele kiwi’s, sinaasappelen voor de vitamine C (in deze guurheid heb je al snel een koutje te pakken!), Kanzi’s, niet-te-zachte peren want anders weet je het wel, en nog een tros bananen. Ik heb een hangmatje geknoopt waar de fruitjes gezellig in kunnen dutten, daar kwamen ze terecht. Totdat ik ze ga opeten natuurlijk. Ons staat allemaal het einde te wachten, dus ook het fruit.


De visboer liep ik voorbij, net als de patatboer. Bij beide kramen stonden lange rijen, de mensen dicht op elkaar. Zij deden blijkbaar ook aan corona. Ik liep er met een grote boog omheen.

Bij de kaasboer keek ik met een schuin oog of ik een blokje kon jatten, maar zij deden helaas ook aan corona. Hè, jammer.

Mimamuggen & vivavochtig

Gegroet!

Misschien, en dat is: waarschijnlijk, ga ik hier mensen voor de voeten lopen, steken in hun idealisme en ben ik bereid de haatmail voor lief te nemen. MAAR, ik heb een sterke mening wat betreffende het volgende en die ga ik uiten ook: ik vind muggen stom.

Chillen

Muggen, Zora? Daar in het bos in oktober? Zit je weer aan de valium ofzo? Heb je een fles Riesling achterover gekoekeld?

Nee. Geen van al. Wat ik wel heb is de afgelopen nachten met een zaklamp naast m’n hoofd liggen waken met een mantra-achtig gezoem rond mijn hoofd. Al die vrouwtjes die op het laatste moment nog willen paren en eitjes willen leggen. (Tijdens de slapeloze uren een onderzoekje gestart naar deze meesterlijke vrienden. Vrouwen prikken en zoemen, mannen niet. Vrouwen drinken bloed als ze willen paren en daarbij eitjes willen leggen. (Ik geloof trouwens niet dat ze ook willen paren om geen eitjes te leggen enfin.) Waar mannen zich dan aan voeden zal vast ook op het internet staan, maar toen ben ik in slaap gevallen.)

De vrouwtjes zijn dus volop aanwezig in de caravan. Ik heb er al meerdere naar Valhalla gestuurd, maar ze blijven komen. Misschien zitten ze verstopt in al de vochtige spullen en dat ze door de volle maan van afgelopen nacht weer herrezen zijn. Helemaal in de war natuurlijk. “Huh is het al oktober? Ah verslapen, snel voortplanten” – terwijl de mannetjes al diep in de grond zitten (of waar dan ook). Koekoek.


Terwijl ik dit typ zit ik languit op mijn jaren 70 sprei dat bijna pijn doet aan je ogen, met een kop koffie. Af en toe kijk ik wat naar buiten, praat met een merel die hieronder m’n raam een wurmpje pikt. Afgelopen dagen regende het heel veel en scheen de zon ook nauwelijks. Daardoor was het redelijk warm, beetje benauwd. Ik denk dat de wind gedraaid is, want het voelt koeler maar ook frisser. En dan niet fris als in koud, maar tja verkoelend? Nee, hm, oppeppend. Ja. Oppeppend.

Gisteren heb ik wat kleren in een sopje gezet om te weken. Het is slim om regelmatig te doen, aangezien alles pas na minimaal drie dagen droog is. In de voortent kan het wel een week duren! Haha nee grapje in de voortent wordt het soms nooit droog omdat er condens ontstaat en dat de kleding weer vochtig maakt. Wat te doen wat te doen.

Aan m’n vlaggetje hierbinnen hang ik wel eens iets op, alleen te veel vocht ín Kees wil ik ook niet, want schimmelvorming enzo. Ook voelt/is een ruimte met hoge luchtvochtigheid kouder en moeilijker te verwarmen.

Zie je dat doekje en die handdoek? Vochtig! Zie je de ultra chemisch behandelde-tentdoek? Zeiknat!

Dus heb ik het buiten aan een provisorisch lijntje gehangen zodat de wind er mee kan spelen. Ook staan alle ramen open, het condens op de ramen is verdwenen. Dan maar een dikkere trui aan, boeie het is ochtend. Lekker verfrissend, oppeppend en dingen. Kan geen koffie tegen op!

Groetsels,
Zora

Winterstek

Hoi pipeloi!

Sinds een paar dagen is de zon langer onder dan dat hij op is. De dagen worden korter (leugens natuurlijk) en het wordt kouder. ’s Nachts daalt de temperatuur al dik onder de 10ºC, de bomen kleuren rood – mijn neus kleurt niet-rood, kleding is na een dag drogen nog steeds vochtig, om zeven uur in de avond is het al schemerig en om zeven uur ’s ochtends is het ook nog donker. Duidelijk; herfst.

Ik ben gek op de herfst. En met een nieuw seizoen, een nieuw avontuur. Voor de aankomende koude maanden heb ik een plek in het bos gevonden voor Kees en mij. Een plek waar ik mij mag verwarmen aan vuur, een sanitairgebouwtje dat in de winter openblijft en waar ik mijn jerrycans met water kan vullen.

In de winter is een grote voortent niet toegestaan, dus heb ik op marktplaats een heus wintertentje gevonden. Deze is kleiner, compacter, gemaakt van schimmelvrij-materiaal en sneeuwproof. Al zou ik mijn tent wel laten instorten voor sneeuw deze winter. Zou het dan toch eindelijk weer eens gebeuren? En kunnen schaatsen? Oh dolletjes.

Nee, winter ligt nog voor ons, we zijn nu in de herfst. De winter is lichtblauw en wit, koude kleuren; de herfst rood, oranje, smaragdgroen en dat soort diep donkere kleuren. Warm en cosy.

Met Kees de weg op, alle planten en klinkende breekbare spullen in de auto. M’n fiets en tuinstoel midden in Kees gedrapeerd, BBQ op z’n kop en gaan. Zou je denken. Niets is minder waar. Kees bleek toch wat ouder dan dat hij zichzelf voor deed.
Kees is namelijk vijftig jaar oud, en wat stram. Zo verliep het koppelen aan de auto niet geheel vlotjes, wilde de achterverlichting van Kees niet meewerken en kwam onze eigen onkunde ook weer boven water.


Na een rit van 20 minuten met de handen voor de ogen vanwege de doodsangst dat Kees ook nog suïcidaal  bleek te zijn, bleek meneer Wintervoortent ook een oude brombeer te zijn. En onze onkunde was ook weer aanwezig. Joe joe.

Maar goed, alles wel. Ik was een plantje vergeten, dat ik zelfgemacrameed opgehangen had en lag samen met alle aarde verspreid in mijn bed. Dat kriebelde vannacht wel een beetje. De wol onder m’n voeten kriebelt ook maar is wel lekker warm.

Op naar de kou en daar voorbij, doei

Pelgrimsreünie

We gaan HIER even 4 jaar terug. Het is 5 maart 2016 en ik vertrek vanuit het koude en grijze Amersfoort voor een tocht van 3000km naar Santiago. Door heel het zuiden van Nederland, België en Frankrijk zo huppa naar het noorden van Spanje. Het begin van een heel nieuw tijdperk, kun je wel zeggen. Soms lees ik mijn blog terug, kijk ik door de foto’s of blader ik door de dagboekjes die ik schreef.

2016 in Frankrijk

Met dat avontuur begon ik ook dit blog, als heuse pelgrim. Veel lezers van nu nog steeds kwamen hier vier jaar geleden door mijn camino, dat vind ik erg leuk dat er mensen zijn blijven hangen. Ook krijg ik regelmatig mailtjes van nieuwe/aanstaande pelgrims die mijn blog hebben gevonden op het internet.

Ergens in een gehucht in Frankrijk, de dag dat ik bij de nonnen de nacht mocht doorbrengen, liep ik een café in voor WiFi. Het was een stom cafe, de mannen aan de bar staarden allemaal naar mij en ik wilde er snel weer weg. Ik was bijna bij de deur toen ik werd aangesproken door twee gasten. Of ik naar Compostela liep en waar ik vandaan kwam. Ik zei Ja en dat ik uit Nederland kwam. Toen begonnen ze Nederlands (nee nee Vlaams, dat is echt heel anders, sorry) tegen mij te praten en ging ik bij ze zitten en bestelde een biertje.

2020 Mau-en met De Belgen en Guust!

Dat was het begin van een wekenlang samen-optrek avontuur met ontzettend veel bier en gelach. De ‘heilige kroegentocht’. Na twee weken (geloof ik) kwam daar een vierde bij: De Tilburger. Met ons vieren konden we de wereld aan, in ieder geval Frankrijk.

Afgelopen weekend, na ruim vier jaar dus (!), zagen we elkaar weer. De meest diepverstopte herinneringen haalden we samen op. Maar eigenlijk zaten we meer ons favoriete spel het Traditionele Zuid-Afrikaanse Mau te spelen. Ik heb geen idee of ik er vier jaar geleden überhaupt over heb geschreven. Ik zal er nu even de tijd voor nemen, het is de moeite waard.

Dit spel is een soort pesten maar je mag je eigen regels bedenken, mits je wint. In het begin zijn er 3 kaarten waar iets mee is, maar niemand weet precies wat het is (behalve 1 iemand in het spel). Als je het spel vaker speelt, weet je de eerste drie regels natuurlijk ook wel.

Als je wint mag je een regel verzinnen, dat mag van alles zijn. Zo had ik van het weekend iets voor de ‘2’ verzonnen. Een handeling, maar niemand wist het en niemand kon het raden. Pas als ik een ‘2’ zou opgooien zou iedereen het weten. Maar dat gebeurde niet. Of bijvoorbeeld alleen even-kaarten op ‘3’ of alleen plaatjes op ’10’. Of een of andere vage zin roepen bij ‘aas’. (Je kan het spel ook stuk maken door onmogelijke regels te verzinnen.) In 2016 was er ook opeens de regel dat Zora overgeslagen moest worden bij de hartenkaarten. Altijd leuk.

Boven 2016, onder 2020 – nog steeds kinderachtig

Klinkt super gaar hè. En mega super frustrerend. Als je een hoge bloeddruk hebt, speel het spel niet. Speel het spel ook niet met mensen die niet tegen hun verlies kunnen. Want geloof me, dan ga je met ruzie naar bed.

Ik google nu even dat spel, maar ik kan het niet vinden en kom zelfs op mijn blog terecht. Guust?! Hoe the koekoek ben je aan dit spel gekomen?

We wilden een ‘lange’ wandeling maken, zonder rugtas dit keer. Maar we bleven uren zitten bij een theehuis en zijn na een klein rondje stappen alweer naar het volgende terras gegaan. Eigenlijk verschilde het niet zoveel van 2016 in Frankrijk. Wel was er minder bier en was iedereen vier en half jaar ouder.

Groetjes, vooral aan de vaste gasten die hier al vanaf 2016 zijn! Luf ya.

Goeree-Overflakkee

Heuj!

Vivavouwfiets

Veel Duitsers hier op Goeree-Overflakkee, zeg. Ze leggen hun kleedje neer bij de zee en moeten dijken graven om bij vloed niet in het water te belanden. Want tja, zo gaat dat; de zee doet wat zij wil (onder invloed van de maan) en Duitsers graven kuilen.

We vonden het na Friesland wel zo eerlijk om de andere kant van Nederland ook te bezoeken en daarom gingen we met de toet toet Corsa naar Zeeland.
Dus niet, want Goeree-Overflakkee is geen Zeeland. Serieus waar niet. Maar dat mag de pret niet drukken, want ik wilde altijd al eens naar Goeree-Overflakkee. Dat is toch al een geweldige naam voor een eiland? 

Kirsten en ik zaten in Ouddorp. Eigenlijk zat zij er, want ze moest haar scriptie schrijven en vond het een goed idee om dat op G. Overflakkee te doen. Alles is beter op Goeree. Als taxi-chauffeur bracht ik haar en mijzelf erheen en omdat ik niet de beroerdste ben hield ik haar een weekendje gezelschap. Want zo ben ik. 

Op de heenweg reden we langs Zierikzee. Mocht je fantastisch goed zijn in topografie dan weet je dat vanaf Amersfoort naar Ouddorp je niet langs Zierikzee komt. Dat klopt. Maar omdat we zó dicht bij Zeeland waren, wilden we er toch even voet aan wal zetten. Het zal toch niet dat we uren naar het Zuiden rijden en maar tot Zuid-Holland komen? Ook al is het Goeree ja. Zeeuwse bolussen wilden we na dat Friese suikerbrood.

Exif_JPEG_420
Ja, kijk maar goed. Dit is een mossel

Toen we bij Zierikzee aankwamen stonden we meteen een half uur stil op de N59 tussen allemaal Duitsers. Eenmaal in het dorpje aangekomen waren we er al zo klaar mee (en met de hitte, dat speelde ook mee) dat we niet eens de auto uitgestapt zijn, maar linea recta met de auto de N59 weer opdraaiden. Toevallig ging deze weg naar het eiland net iets ten noorden van het Zierikzee-eiland (Schouwen-Duiveland): Goeree-Overflakkee!

Goeree-Overflakkee heeft zijn naam te danken aan het waterschap dat er was, dat dezelfde naam droeg. (Bron: wikipedia #jeweet) De vraag is nu natuurlijk: hoe komt dat waterschap aan die naam? 

Mevrouw Rita, van de stacaravan, vertelde ons dat het een hele speciale dag was op Goeree-O. Mensen hielden rommelmarkt en de opbrengst ging naar de kerk. We zagen toen we Ouddorp in reden al allerlei vlaggen en mensen bij hun huis zitten met een kleedje of tafel. We vonden het wel aandoenlijk, maar ook een beetje vreemd omdat ze geen zelfgekweekte pompoenen of courgetten verkochten, maar tupperware-bakjes en speelgoedbrandweerautootjes. Voor een paar euro allemaal, of nog niet eens. Een dubbeltje hoogstens. De kerk zal er vast mee binnenlopen.

image1

Want tja, we moesten absoluut niet vergeten dat Goeree een christelijk eiland was. Op dat we niet vergeten.

Er waren een paar vinkjes die dit weekend moesten worden gezet. Zoals verse mosselen eten in een strandtent met een glas prosecco. Witte broek aan, zalmroze trui over de schouders, zonnebril op en de gouden lokken gedrappeerd op de rug. Beetje brallen over (gebrek aan) mooie mannen op het eiland en roddelen over dat arrogante trutje van HR. 

Nu ben ik geen groot fan van dieren eten, maar ik maakte een uitzondering om het toch eens te doen deze zaterdagavond in de strandtent. We kregen allebei een grote pan voor ons neus, vol met mosselen. De mosselen konden gekookt worden in bier en in wijn. Onze gastvrouw Nicole zei dat ‘wij van het eiland ze naturel eten’ toen we vroegen wat het verschil was qua smaak. Maar wij zijn niet van het eiland. We spreken geen Zeeuws (oh nee Goeree is Zuid-Holland, wanneer leer je het nou eens, Zora?!) en zijn al helemaal niet christelijk. Dus namen we wijn, want bier hebben we al genoeg gedronken in ons leven. Goed verhaal.

Leuk, de mosselen. Was fantastisch. Hoe langer ik naar de mossel keek hoe enger ik ze vond. Heb jij wel eens goed naar een mossel gekeken? Je kon de darmpjes zien (heeft een mossel darmen?), een soort tong (?) en de ene waren wit en de andere geel. Of meer oranje. Kirsten zei dat er ook mosselgroenten bestonden en warempel. Onderin de pan lagen ze, deze groenten. Super zout. Alles was sowieso heel zout, maar wij waren ondertussen door de zee en het zweet dat van onze lijven afgutste ook veranderd in zoutblokken dus dat kon er nog wel bij. (Even een heel klein snel lesje van de anatomie van een mossel: de tong is de voet.)

Exif_JPEG_420

Hier is op zondag alles dus dicht, want men rust op zondag. Potje dicht. Autoloze zondag stond niet op de planning, althans, de Duitsers deden daar niet aan. Wij deden op zondag alles te voet. We zondigden bij een pannenkoekhuisje, maar dat mocht ook wel na een hele lange woeste strandwandeling. De vuurtoren zagen we ’s avonds wel af en toe oplichten over de duinen, maar we zijn er niet heen gewandeld. Dat wilden we begin van de avond doen maar het koelde af waardoor er onweer ontstond en roet in het eten gooide.

Thor liet zich op zondag niet stil houden. Aan het eind van de middag barstte het los. Niets en niemand werd gespaard. De vuurtoren moest maar wachten tot de volgende keer.

Ik zat tijdens de ellendige code geel/oranje in de auto terug naar het noorden met de ruitenwissers op standje 5 en handen op tien voor twee. Met vijf meter zicht, de mistlampen aan en hagelstenen van minstens 7cm. Ik dacht dat ze de ruiten zouden versplinteren. Ik was blij dat ik Zeeland achter mij liet, waar ik dus nooit echt was.

Ik weet niet of Goeree mij niet wilde laten gaan, of mij weg wilde jagen. Het is een moeilijk eiland, ik voel veel liefde maar ook een stukje haat. Ik zeg altijd maar zo: wrijving geeft glans. 

Goej’n!

In het weiland ergens in Friesland

Goedendag allen,

Nu ik Keesje de caravan als huisvesting heb, betekent dit niet dat ik mijn andere grote vriend de tent vergeten ben. Vorig weekend was het zo ver: uit het stof, op in het weiland.

IMG_20200808_210117.jpg

De Amsterdamse Kirsten kwam ook eens de ring uit en daar gingen we. Toet toet met de auto naar het noorden. Dat kwam sowieso goed uit, want hier in het midden van het land werd verwacht dat het 35°C zou worden. Niet in Friesland, daar staat altijd een straffe wind en de nuchterheid van de Friezen koelt alles af.

Paspoorten in de tas, vliegtickets uitgeprint en natuurlijk de tent achterin. Nu was het al een tijdje geleden dat mijn Vrijbuiter katoenen tent het daglicht had gezien. Volgens mij moest ik eind maart het bos uit, dus dat is wat weken geleden. Ik wist ook vaag nog wel iets dat de tentstokken niet helemaal koosjer waren, en er was ook iets met een muizengat, maar goed boeie.

Met de ramen wagenwijd open de A28 afknallen, in de file staan met overal caravans om ons heen. Zouden ze weer naar huis gaan of gaan ze lekker kamperen in Groningen of misschien wel door naar Denemarken? Het was warm, dat kan ik je wel zeggen. De wind wapperde braaf, maar het mocht niet baten.

In Friesland ging elke brug voor onze neus open, waardoor we keer op keer konden zwaaien naar mensen op zeilbootjes. Met de linkerhand omhoog wuivend, met de rechterhand het zweet van onze neus afvegend. Niemand kon ons iets maken. We luisteren op dit soort tochtjes altijd naar Manu Chao, maar door de hitte had de CD-speler in de auto het ook begeven. Nog steeds geen wolkje aan de hemel, wij gingen lekker kamperen.

Exif_JPEG_420
De Friese meren pikten we ook mee

In Friesland waren we welkom op een soort van verjaardagsopenluchtfeestje. Niet dat de dame in kwestie jarig was, maar soms is een reden eigenlijk ook niet nodig.

Omgebouwde busjes waarin mensen sliepen, appelboompjes met hangmatten, kleine auto’s waar mensen in woonden, kalfjes in de stallen, opgooitentjes, hooibalen die jeuk veroorzaakten, provisorisch zwembad van zeil en geplastificeerdehooibalen (daar is een naam voor; weet niet meer), dingen.

Omdat Kirsten en ik op tijd wilden gaan slapen en absoluut niet mee wilde gaan met de rave-woop-woop-nacht liepen we een eindje het weiland in om daar die verdomde tent eens op te gooien. Dat werkte natuurlijk niet. In de auto bespraken we al een optie om onze yogamatjes uit te rollen in het gras en daar neer te ploffen. Daar kwam verandering in toen we in Friesland merkten dat het echt een stuk kouder was. ’s Avonds koelde het flink af, er stond echt een harde wind en we hadden geen trui of vest mee. Want warm.

Binnentent opgezet, alle stokken sloegen alarm en met wat scheerlijnen de boel toch een beetje vast weten te krijgen. Dat wolkje dat in de auto nog niet aan de hemel leek, kwam nu opzetten en ik dacht dat er eventueel misschien een onweersbui zou komen. Het kon allemaal niet gekker. Het maakte eigenlijk ook niet uit. We hadden weinig mee, dat mocht best nat worden.

IMG_20200808_210051.jpg

In het weiland naast ons, dat met een klein slootje achter onze tent lag, stond een groep schapen die ons luidkeels begroette en steeds dichterbij kwam. Toen we ’s avonds naar de zonsondergang aan het kijken waren, hoorden we ze weer een hels kabaal maken. Het bleek dat er iemand naar ons toe kwam lopen. Dit voelde veilig; de schapen waakten over ons.

’s Nachts was het koud ja. En door ons gebrek aan voorbereiding en de gewenning aan de 35°C was 23°C opeens heel fris. Ik barstte midden in de nacht in lachen uit toen ik wakker werd en het koud had. In maart lag ik nog met -7°C in ditzelfde tentje en moet je nu eens zien.

Terwijl de zon weer opkwam, rekte en strekte ik mij uit, maakte een wandeling over het weiland, nam ik een (ijskoude) duik en zette koffie op de boerderij. Er waren nog wat partypeople bij de appelgaarde en ik vroeg mij af of zij ook zo vroeg wakker waren of nog steeds wakker waren. We waren blij dat we ons tentje lekker in het weiland op hadden gezet, met de schaapjes, de kikkers en de muggen. Veel beter dan appels op je hoofd en dronken mensen om je heen.

Na een lome ochtend met koffie, uitzicht op de landerijen, kalfjes die in m’n nek kwijlden en wat streekhistorie van Vrouw des Huizes, gooiden we de tent achterin en vervolgde we onze reis weer terug. Nog even snel wat Fryske sûkerbôle ingeslagen en daarna via de aardappelen van Opperdoes, louche P langs de snelweg en zonder Manu Chao richting de files. Was fantastisch, joe!

Entree met museumkaart is gratis

Hallo hey hoi, alles kits?
IMG_0741
Keesje is een soort museum. Ik kan er nauwelijks nog mijn kont in keren. Overal zijn dingen, overal zijn spullen; waar is Marie Kondo!
Nee, weg met haar. Er staat zo’n ellenlange rij bij het grofvuil, het is nu geen goede timing.
Nu is het ook een goed idee om in caravan te gaan wonen om te ontspullen. Van een (semi)groot huis naar een (semi)klein huis dwingt je om afstand te doen van spullen, mocht je dat willen.
Van een tent naar caravan is een ander verhaal, gelukkig had ik nog genoeg beeldjes en spulletjes in verhuisdozen staan van de tijd dat ik nog in huizen woonde, dus ik hoefde niets te kopen; ik kon shoppen in mijn eigen spulletjes. Waterkoker, bestek, wokpan, tweepersoonsdekbed, van die doekjes voor op het aanrecht, kussenslopen en al die dingen die je in een huis nodig heb, zat ergens in een doos. Of niet, maar dan had ik het ook niet nodig.

IMG_0756

Mijn vader stond al dagen te popelen om de elektra nog eens flink onder handen te nemen. Hij heeft nieuwe stopcontacten aangesloten en draden/snoeren vervangen waar nodig. Geen kortsluiting hier in Keesje. Ik heb het de vorige aflevering al gehad over de kringloop (des levens) en met wat jargon gesmeten, dus ik zal er verder niet over uitweiden. aju.

De belangrijke dingen zijn gedaan:

Boeken op de planken, water aangesloten, koelkast na intens project op standje 3, kleding in de kast, een kastdeur eruit gehaald om meer ruimte hebben voor boeken, schilderij opgehangen, fruit in de fruitschaal, vogelstickers op de muur/kastjes/overal (<3), kast boven 't bed gedecoreerd met bloemenlampjesslinger, langs de weg bloemen plukken voor in een vaas, palo santo roken om de boze geesten weg te jagen, meer boeken op meer planken, runentekens op de wanden, kleedjes op de (koude) grond, muziek aan, duizenden dekens en kussen op bed, muggenjacht -iedere avond weer-, Keesje schoongemaakt zowel binnen als buiten, dingen.

Ik wil het dakraam nog vervangen, maar daar moet ik nog even naar kijken. Het is 50×50 voor mensen die een verzameling dakramen hebben en mij daarmee kunnen helpen.

Ook is het gas nog een ding. De gaskachel is helemaal niet aangesloten en sowieso zit er geen gasfles aan alles in de disselbak. Maar de gasleidingen zijn niet helemaal koosjer geloof ik, dus of ik wel of niet gas ín de caravan wil is de vraag. Misschien een gasmannetje (of vrouwtje, Zora, gasmens?) erbij halen. Eerst zelf doen, natuurlijk. Altijd eerst zelf doen duh.

9F136A43-37DD-4BDD-8C94-234EAA5E0951

We hebben ook een paar haakjes gemaakt onderaan de kastjes zodat ik mijn plantjes daar kan hangen. Ik had ergens op internet een bewegende foto gezien hoe je makkelijk met een touwtje dat kon ophangen, dus ik aan de slag. Nu zijn de potjes rond, waardoor dat natuurlijk allemaal weer niet makkelijk ging. Zolang ik niet met de caravan ga rijden, blijven ze wel hangen, denk ik.

Oh ja en de gordijntjes! Ik wil ze verven, alleen nu weet ik niet zeker of de gordijntjes van natuurlijke materialen zijn gemaakt of een mix tussen katoen en dingen. Je hebt van die textielverf, alleen dat pakt blijkbaar niet op synthetische stoffen. Wat een dilemma’s allemaal.

Ik geloof dat ik er nu wel ben met vertellen, doei!

Bezig met Keesje

Klik voor uitleg plasticfolie van wandspiegel afhalen zonder agressief te worden

Hoi pipeloi,

We zijn nu alweer twee weken verder en eigenlijk heb ik meteen de eerste nacht al intrek genomen in mijn nieuwe huis. Zonder er ook maar iets aan gedaan te hebben, heb ik dekens en kussens op het bed gelegd en ben gaan slapen. Geduld is nooit mijn sterkste kant geweest, en waarom zou ik ook in dit geval?

De volgende dag ben ik begonnen eens orde op zaken te stellen. De vorige eigenaar had zijn hele/halve inboedel erbij gegeven en dat heb ik er eerst allemaal eens uitgehaald. Naast de immense voortent, grondzeilen, stokken en luifel vond ik nog veel meer. Het was een soort Hermione-tasje, je weet wel zo’n mini-tasje waar dan opeens een tent, appels, paarden en boeken uitkomen. Een tas zonder bodem. Dit was een caravan zonder bodem. Nee, gelukkig zat er wel een bodem in, een harde ook nog; gelukkig. Keesje mag dan 45 jaar oud zijn, met zijn fundament is niets mis.

Tja, wat vond ik allemaal? Handige dingen, minder handige dingen. Een elektronisch kacheltje, handig. Een elektrisch klein wasmachinetje, handig. Plastic borden en kopjes, onhandig – niet nodig. Haarelastiekjes, onhandig – niet nodig. Houten plankjes, onhandig – denk ik?. Wasrekje, handig. Allerlei handige technische dingen in de disselbak, uiteraard handig. Paraplu, nog een eettafel, hanglamp, sokkendrooghangrekje, felroze opblaasbaasmatras voor in een zwembad en veel meer.

Alles leeghalen en schoonmaken, wat een ruimte!

Mijn vader heeft de elektrische kant onder handen genomen. De waterpomp zou het niet doen, we keken al naar een nieuwe (welke? met of zonder terugslagventiel? hoeveel liter per minuut? droogloop? KEUZES) tot opeens mijn vader eureka schreeuwde. Er ging wel wat aan vooraf, maar het bleek dat er ergens in de spanningskringloop een foutje zat en de pomp het gewoon bleek te doen. Iets met 220v/12v. Ik zal jullie er niet mee vermoeien, maar alles is eigenlijk heel logisch.

De koelkast dan. Die deed het meteen, en hoe. Mijn sojamelk bevroor en mijn hummus was één harde klomp geworden. In de koelkast zit een vriesvakje en daar zit een koelelement dat heel koud wordt. Vanuit dat vriesvakje wordt de rest vd koelkast gekoeld.
Boven de koelkast zitten knopjes, maar wat die doen is niet duidelijk. Eentje lijkt een ontsteker, je hebt nog wat draaidingen die oneindig kunnen doordraaien en er is nog een knop die je maar één slag kan omzetten.
Boven de koelkast zit een tweepit-gasstel, maar die heeft er niets mee te maken, want het gas is niet aangesloten.

Ik wilde de koelkast helemaal uitzetten, maar hoe dat moest wist ik ook niet.
Uiteindelijk is het duidelijk geworden en kon hij uit. Uit en aan was toen duidelijk, maar of er een thermostaat op zat was een ander vraagstuk. Nu heb ik een thermometer in de koelkast gelegd en ben ik op systematische manier de knopjes zo aan het draaien om antwoord te krijgen op deze vraag. Lijstje en pen liggen op het aanrecht voor de aantekeningen. (De koelkast kan blijkbaar ook op gas draaien, en op 12 volt en 220 volt. Wat een ding, wat een ding.)

Kruidenpotjes met dubbelzijdig tape vastgemaakt. ’s Nachts een paar keer hartaanval gekregen omdat ze 1 voor 1 afvielen. Koffiekopje is ook kapot :(

Vorige week was het vrij koud, nu is het heel warm. Ik heb alle ramen die open kunnen, opengezet. Dat is heel lekker en waait alles goed door. Ook het dakraam kan open, wat heel gezellig is. Voor de ramen (en het dakraam!) zit een hor zodat er geen vervelende muggen naar binnenkomen. Toch ben ik de hele week al lekgeprikt. Op mijn elleboog zitten er 5 in een cirkeltje, en probeer daar maar vanaf te blijven.

Nu is er ook wel een probleem met de horren. Of eigenlijk met één hor, die bij mijn bed. Die heb ik kapot getrokken. Je hebt namelijk bij de ramen die open kunnen (er zijn ook nog 3 zijraampjes die niet open kunnen en geen extra mogelijkheden hebben) een hor én verduisteringsding. Beide kun je naar beneden schuiven en, als het goed uit, omhoogschuiven. Alleen die hor bij mijn bed wil niet meer naar boven; gaat niet, doet niet. En toen ik het een beetje gefrustreerd passief agressief probeerde omhoog te porren, is het hor los geraakt uit de zijkanten waar ze vast zitten. Nou, langdradig verhaal kort: doet het niet meer. Nu hangt hij er een beetje sneu bij, ik denk dat ik hem maar uit zijn lijden verlos en afknip. Aju hor.

Ik heb nog een tip voor alle caravanmensen in de wereldwijde omgeving: zet je caravan waterpas op de wielen en het wieltje bij de dissel. NOOIT (niet doet echt niet doen) met de uitdraaisteunen. Wij hadden dit -uiteraard- wel gedaan, want lekker makkelijk. Caravan neerzetten, steunen uitklappen en waterpas in het midden van de caravan. Dat hoekje wat omhoog, daarna die en klaar. Niet doen dus, daar gaan deze steunen door kapot. De caravan moet het meeste gewicht dragen op de 2 wielen en het kleine wieltje voor bij de dissel.

‘Keesje’ in runenschrift en cyrillisch schrift

Keesje staat nu bij mijn ouders naast huis. Daar heb ik een paar weken geleden met gevaar voor eigen leven bomen en struiken weggesnoeid, getrokken en weggezaagd om in dat oerwoud een open plek te creëren. Dat is gelukt, samen met eeuwig veel krassen op mijn benen en armen, maar de ondergrond is niet echt vlak; niet te doen. Toen mijn pa en ik de caravan opnieuw waterpas gingen zetten hebben we een tegel onder de banden moeten schuiven. Dus Keesje naar achteren geduwd en met een vaartje de tegel op (1 2 3 NU!). Tegels onder het ene wiel, bleek te veel. (Dus maar bij de andere een smalle erbij-weer te weinig-weer te veel-uitgraven dan maar.)

Nu is alles goed en stroomt het water gewoon het afvoerputje in, rollen de mandarijnen niet van tafel en rol ik mijn bed niet uit.

Tot de volgende aflevering!