Overwinteren #7

Hoi!

Hier in het hostel konden ze niet geloven dat we zout op de grond strooien in de winter. Zout?! Op de grond?! Wat?! Ik stond er een beetje van te kijken, ik had er eigenlijk nooit zo over nagedacht.

Een jongen hier in het hostel vertrok na twee maanden gewerkt te hebben. Zo’n workawayding. Dat je in het buitenland kan werken tegenover een slaapplek. En in dit hostel zijn veel van soort workawaymensen.

De jongen ging naar Berlijn. Hij komt uit Brazilië. Hij vond het intens spannend om naar Duitsland te gaan want ‘daar is alles koud’. Ja ja. Koud. Alsof dat het enige is dat anders is daar. Het is voornamelijk Duits. En dat is altijd even schrikken. Maar dat zei ik maar niet.

Toen zei iemand anders, een Zwitser (dat Zwitserse taaltje hè, dat is mij toch een verhaal apart. Ik spreek best een woordje Duits maar dat Zwitsers… koekoek! Zo is hier ook een meisje uit Quebec, zij spreek Frans – zei ze. Nou ik heb haar frans gehoord en dat Quebec Frans is óók een verhaal apart!)

Waar was ik?

Oh ja, die Zwitser bij ons aan tafel sprak over de kou en sneeuw. En hij zei dat je met leren schoenen altijd even moet uitkijken in verband met het zout. Na dit gezegd te hebben stond hij op om koffie te zetten en liet de Braziliaan met een wazige blik achter. Dat was prachtig. Hij stotterde maar wist niet zo goed wat hij moest zeggen. Was het een grap? Het was ook een heel absurd gesprek. Zout op de grond. Tja. Slim toch? Hier groeien de mandarijnen aan de boom, nou wat wil je.

In mijn blogpost over Lyon had ik het over de bloedgevaarlijke stepjes die daar opeens tevoorschijn kwamen. Nou, in Spanje is het niet anders. In Valencia waren ze er al en hier niet te minder. Je kan je kont niet keren of er komt een Indiër naar je toe met óf sjaals óf een stepje.

Zo kwam er ook eens iemand naar mij toe met de vraag of ik een fiets wilde huren. Ik zei heel beleefd (en in het Spaans!) dat ik dat niet wilde. Hij vroeg toen waar ik vandaan kwam. Nederland zei ik. Hij moest lachen en zei dat ik vast al vaak genoeg op de fiets reed thuis. Is zo.

Op vrijdag lag iedereen voor pampus in het hostel. Niemand kon in beweging komen. Ik kwam rond een uur of drie terug van een wandeling kriskras door de hele stad, en daar lagen ze. Eentje wat te plingelen op de gitaar, een ander was een poging doen tot koken en de rest lag een film te kijken op het scherm. Het gestoorde hoofd van Leonardo DiCaprio flikkerde op tv. Ik pakte een zak chips af van iemand en legde mij er ook bij neer. No sun no fun, zei de Zwitser. Toen dacht ik aan Nederland en dat het daar ook best te pruimen is als het grijs is, ik wilde iets zeggen over de zon in jezelf, maar ik nam net een hapje van de chips.

Nog even over die Gaudí. Zijn werken zijn hier overal te vinden. Je hebt in Barcelona de straat La Rambla en dat is dé straat van de stad. Breed, druk, uitgesproken. Langs de weg staan verschillende gebouwen van zijn hand en het is net alsof je door de Efteling loopt. Mocht je geïnteresseerd zijn om het te zien nodig ik je uit om het zelf te zoeken op het internet – of naar Barcelona te gaan -, want ik heb er geen foto’s van gemaakt. Net zoals dat park waar ik het over had, daar ben ik niet meer geweest.

Nog maar wat foto’s van palmbomen zolang het nog kan. De palmbomen blijven gewoon staan.

Want… we gaan door in de reis:

In de bus naar Brussel kreeg ik zitplaats 15B toegewezen, maar die bleek niet te bestaan. Ik keek links, ik keek rechts. De achterbank was nummer 20, aan de linkerkant had je 15cd en rechts ging het tot 14. Dit sloeg nergens op. De chauffeur snapte er ook niets van en zei dat ik maar op een willekeurige stoel moest gaan zitten.

Het was een ramp. De hele nacht bij iedere stop moest ik verhuizen. Er was om de twee á drie uur een stop en ik besloot op een gegeven moment maar gewoon op te staan en naar buiten te lopen met mijn tas. Luchtje scheppen, benen strekken en als laatste weer naar binnen om te kijken welke stoelen er vrij waren. Slapen kwam er niet van.

IMG_0115.jpg

Uiteindelijk in Brussel (KOUHOUD) een paar uur geslenterd als een zombie. Het was super vroeg in de ochtend en de stad ontwaakte, samen met alle daklozen. Ik denk dat ik het enige open koffietentje gevonden had, want samen met de straatslapers ging iedereen er een bakkie halen. Dit was erg leuk zelfs, iedereen was blij met hun koffie. Ik ook, dolblij.

Daarna ontbeten bij een tentje dat ik op internet gevonden had. Het was erg leuk, maar het was zo leuk (blijkbaar) dat mensen buiten wachtten tot een tafel. Zodra de zaak vol zat, keerde de koffiejongen een bord om bij de deur en er ontstond een rij met wachtende mensen. Normaal zou ik een beetje met een bezwaard gevoel er gezeten hebben (ik had mijn boek er ondertussen bij gepakt – nog steeds niet uit), maar alles ging langs mij heen. Ik zat daar te knikkebolle boven m’n koffie. De koffiejongen vroeg zelfs of ik een zware nacht had gehad. Ja, maar niet met drank en drugs. Ik kreeg espresso’s toegespeeld en zijn medelijden, maar niets kon mij helpen.

Ik heb nog nooit zo verlangd naar een bed. Een heus bed. Waar niemand je stoort. Ik ga er een zoeken en een winterslaap houden. Zo overwinteren is misschien nog een beter idee, hebben die beren goed voor elkaar.

Slaap lekker, en voorzichtig met die orkaanwind.

Overwinteren #6 Tibidabo

Lief dagboek,

Eigenlijk wilde ik mijn tweede dag in Barcelona weer zwervend rondbrengen. Beetje richting de zee, wat dwalen tussen de toeristen enzo. Niets van dat al is gebeurd. Ik ging voor een heuse hike.

Wandeling dus. Bergwandelen. In het westen van de stad liggen meerdere bergen en de hoogste heeft de intimiderende naam Tibidabo. Ik vond dat zo gaaf klinken, een beetje zoals een enge vulkaangod van de Hawaïse mythologie ofzo.

De berg op. Dat zou ik gaan doen! Niets naar de winkels, niets flaneren over de boulevard. Nee, klimmen als een aap. En dat heb ik geweten.

Ik liep met de kerk, die bovenop de berg staat, in mijn ooghoek gericht de stad uit. Iedere weg naar boven is er weer een. Geen kaarten, geen bordjes, nada.

Dat ging natuurlijk helemaal mis. Ik sloeg het eerste paadje in – steil omhoog. Met mijn handen hield ik takken vast, mijn voeten gleden weg onder al de kleine steentjes. Met gevaar voor eigen leven klom ik naar boven. Dit liep dood. Gewoon totaal dood, kon geen kant op, alleen terug. En dat was dóódeng. Met mijn ultra gladde hardloopschoenen van tien jaar oud, gleed ik naar beneden. Op mijn kont onder andere.

Uiteindelijk was ik wel wat opgeschoten om naar boven te gaan, maar meer uit nood omdat ik niet meer naar beneden wilde.

Toen ik op een weg kwam – bezweet, hijgend uit een bosje sprong, zag ik mensen met stokken, vlotte wandelkledij en mountainbikers. Dit zag er goed uit, veel beter dan dat geklim van mij waarbij ik vanavond of volgende week dood gevonden word – onderaan de berg. Ik volgde de weg en kwam uit bij bordjes met allerlei routes die onder andere zo huppa naar boven leidde. Veel beter.

Het blijkt maar weer dat de weg belangrijker is dan het doel ofzo, want daar boven was niets te beleven. Je kon de kerk in, uiteraard met bedekte schouders want de Heer heeft schouders niet gecreëerd om te laten zien. Dat was het. Snel weer naar beneden.

Gelukkig was onderweg overal water te tappen. Wel met die verdomde chloorsmaak, maar daar moet ik maar aan wennen hier. Ik ruik het al van ver, bij een fontein ofzo. ‘Ah hier wordt schoongemaakt!’, denk ik dan maar dat is natuurlijk niet waar.

aju

Overwinteren #5

Tjoek tjoek naar

Barcelona

De Spaanse man achter het loket op het station in Valencia zei dat de trein vol zat en draaide zijn computerscherm om het te laten zien. Pas om vijf over een was er weer een die te betalen was. In Spanje zijn er op de lange afstanden ook van die übersnelle treinen die zonder vooraf op het internet te reserveren niet te betalen zijn. Dus moest ik noodgedwongen een paar uur op een terras zitten met een bakkie.

De trein zat vol, maar was relaxter dan de bus. Er lagen oortjes op de stoel en je kon ze inpluggen in de leuning voor wat Spaanse deuntjes op zender 1, klassiek op 2, iemand die een boek voorlas op 3, op 4 jazz en ragtime en op de vijfde zender stond het geluid van de film die op schermpjes werd gedraaid. Het was net een schoolreisje. Nu ben ik gék op ragtime en oude blues en jazz dus ik was in mijn nopjes.

De jongen die naast mij zat, tikte mij na twee uurtjes aan en vroeg naar mijn boek. Of ik er wel doorheen kwam en hoe ik het vond. Ik heb Anna Karenina van Tolstoj bij mij. Een hele oude pocket editie. Hij zei dat hij er twee keer aan begonnen was, maar hij er niet doorheen kwam door de ouderwetse taal en eeuwige traagheid van de Russische 19e eeuwse stijl. Hij had wel andere boeken gelezen van bijvoorbeeld Dostojevski en daar kwam hij wel doorheen. We hebben tot aan Barcelona gekletst over van alles en nog wat. Ik heb hem natuurlijk het hemd van het lijf gevraagd over alle verschillen tussen Spanjaarden, Italianen (hij woont nu in Napels maar komt uit Valencia). Maar weer was het antwoord dat iedereen eigenlijk een beetje hetzelfde is en er enkel kleine nuance verschillen zijn. Typisch.

Op het station in Barcelona was ik meteen verdwaald en toen we uiteindelijk buiten stonden namen we afscheid en vervolgde ik mijn weg naar het hostel. Ik was even vergeten hoeveel heuvels hier zijn. Of hoeveel niet-heuvels Nederland heeft.

Als je in het buurtje van mijn hostel een rondje loopt, kom je bekaf thuis. Deze wegen, echt, niet te geloven hoe steil. Zo steil. Je kan absoluut niet naar boven fietsen en als je naar beneden loopt is het oppassen geblazen dat je niet op je kont glijdt.

De eerste volle dag in deze stad ben ik gewoon bam naar het oosten gelopen tot ik niet verder kon: de zee. Daar bij de zee is de oude stad en ik dacht zo: dan kom ik vanzelf mooie dingen tegen. En dat gebeurde. Grote kathedraal, oude straatjes en pleintjes, toeristen, de zee. Beetje rondgeslingerd, helemaal de weg kwijt geraakt en heerlijke koffie gedronken.

Voor mijn gevoel was de kathedraal een soort Vaticaanstad. Het had straatjes en pleintjes, niet overzichtelijk. En het was druk, maar ik steek een kop boven iedereen uit, dus ik kon gelukkig wel veel zien. Als de toeristen dan naar rechts gingen, ging ik rebels naar links waardoor ik bij een doodlopende steeg kwam dat in de steigers stond. Misschien toch even tactisch de massa volgen hier, zij weten het.

Gaudí, een surrealistische architect uit de 19e eeuw, heeft hier allerlei gebouwen ontworpen. Oké, zijn stijl valt onder art nouveau slash jugendstil al heb ik daar toch echt een ander beeld bij. Dit doet mij eerder denken aan Dalí.

Zo heb je Sagrada Família, een kathedraal-achtig gebouw met hele funky uitsteeksels. Google maar. Ik heb er geen goede foto van kunnen maken, want – zoals gewoonlijk – stond het compleet in de steigers.

Hier om de hoek heb je Park Güell en daar heb je ook allerlei aparte gebouwtjes. Daar ga ik nog heen, dus dat houden jullie van mij te goed.

Nu ga ik even de voetjes omhoog doen en uitrusten want ik heb woeste wandelingen gemaakt vandaag.

Tot snel,
Zora

Overwinteren #4

Lief dagboek,

Op zaterdag ben ik in de ochtend naar het strand gegaan, en het was druk. Natuurlijk, want het was weekend. Maar dat had ik even niet zien aankomen. Het was druk, maar niet té druk zoals je vast over een paar maanden daar hebt. Eigenlijk was het wel gezellig.

Er waren mensen aan het volleyballen, badmintonnen, voetbalisch en yoga-achtig taferelen. Ook was er een jongen die de handstand oefende.

Aangezien de temperatuur opliep naar 27°C, strakke blauwe lucht en krachtige zon, bleef ik even op een bankje zitten – in de schaduw voor ik een zonnesteek zou krijgen – om deze meute te bekijken.

Overal kon je gewoon naar de wc, water was ook op allerlei plekken te tappen (let wel, met chloorsmaak). Ik had namelijk al anderhalf uur náár het strand gelopen, daar wat geflaneerd op de boulevard en eigenlijk moest ik best nodig naar de wc. Kan gewoon, overal. In cafeetjes, hokjes, dingen. Je mag gewoon naar de wc. In Nederland moet je meteen betalen of word je eruit gestuurd en dergelijke. Dat viel mij mee.

Op de terugweg liep ik een supermarkt binnen voor een fles water. Ik nam er een met bubbels, maar je blijkt er dan gratis een soort citrussmaakje bij te krijgen. Terwijl ik bij de kassa stond af te rekenen, keek er een wat oudere man naar mij. Hij lachte en zei in het gebrekkige Engels dat ik wel heel wit was. Echt wit. Ja, ik was echt heel wit, wist ik dat wel?

Stel je nou voor dat je in Nederland tegen een persoon van kleur zou zeggen dat diegene super zwart was? Of hij dat wel wist, dat hij zo zwart was? Nou, dan heb je de poppen aan het dansen hoor. En waarschijnlijk ook nog wat politieke partijen achter je aan. Maar andersom is er weinig aan de hand. Gekke wereld.

In Ruzafa/Rufaza bleek er een heuse ambachtenmarkt te zijn met vooral veel vlees. Maar ook schilderijtjes, sieraden en edelstenen. En natuurlijk bier, want mensen willen bier. Het liefst al vroeg in de ochtend na hun espresso (van een euro – ach wat is het leven hier heerlijk).

Ook liep ik tegen een demonstratie aan waar die leute met borden aan het schreeuwen waren. Ze protesteerden tegen hondengevechten. Ik riep fonetisch de Spaanse leuzen mee en stak mijn vuist in de lucht. Stop-honden-gevechten!

Met een tas vol zelf geplukte mandarijnen liep ik naar huis, het was zwaar op mijn rug maar ik kon niet wachten tot ze op m’n balkon op te eten met een bakkie erbij. Alleen ze waren volgens mij nog niet helemaal rijp, ze waren in ieder geval hard. Viel dat even tegen. Ik kon rollen wat ik wilde, de schil ging er heel moeizaam vanaf en ze hadden ook weinig smaak. Verkeerde boom uitgekozen. Wanneer is het eigenlijk mandarijnenseizoen?

Ondertussen loop ik zonder op de kaart te kijken naar plekken, pik ik lachend een tussendoorweggetje en maak ik ’s avonds nog even een klein ommetje voor het slapen gaan. Alsof er niets gebeurd is. Morgen ga ik weer weg uit Valencia, op naar Barcelona. Geen idee wat daar te beleven is, en hoe ik in het Spaans de goede trein ga vinden of überhaupt een ticket ga zien te bemachtigen, de goeie. Ik zie dat morgen wel, nu eerst maar eens een groenteprutje in elkaar flansen.

En dan aan het einde van de dag kijk ik naar de lucht en zie ik de zon ondergaan. Dan zie ik de halve maan fel schijnen en Venus aan de hemel verschijnen. Dat zal altijd hetzelfde blijven of ik nou in Barneveld, Skopje, Stockholm of Barcelona zit.

Adíos,
Zora

Overwinteren #3

hoi, waar was ik – Valencia dus.

Gisteren wandelde ik naar het strand. Dat is ongeveer anderhalf uur lopen. Het leek mij wel eens leuk om zo’n strand te zien met palmbomen en warme taferelen.

Daar staat ze

Ik liep met m’n blote voeten door het water en ik voelde mij heel gek. Alsof er iets niet klopte. Maar toen besefte ik wat het was. De zon. De zon stond in mijn rug maar het water was rechts van mij.

Het klinkt misschien niet indrukwekkend, maar wij hebben alleen de zee aan de westkust, daar waar de zon ondergaat. Hier is het strand aan de oostkant. Als je ver tuurt zie je Griekenland. Of nee toch Italië. Of misschien Egypte, daar ergens schuin? Erg exotisch allemaal.

De eerste keer dat ik op la playa mijn teen in de zee dipte dacht ik stiekem dat het warm zou zijn, want hè mediterraans enzo. Was nie. Was koud.

In Lyon heb ik geen Nederlands gehoord maar hier in Valencia zijn ze weer. Op de fiets: tring tring ‘inhalen inhalen!’ hoor ik dan, dan moet ik lachen. Zij hebben fietsen gehuurd, want dat doen wij. Fietsen. Je kan hier heel goed fietsen, overal fietspaden en rekjes enzo.

Het is hier tussen 12u en 16u rond de 22/23 °C. De zon staat flink hoog. Mijn neus is alweer verbrand. Máár ik ben echt verbijsterd over dat mensen hier donsjassen dragen met sjalen enzo. Echt! Dikke winterjassen, truien eronder, mutsen op. Dat hebben ze hier! Hoe kan dat?!?! Ik snap heus dat ik misschien wat heftig reageer op de voor Nederland zomerse taferelen, en ik persoonlijk snel reageer op hitte, maar kom op! Ik heb ze eens goed geobserveerd en ze zwéten niet eens. HOE KAN DIT?! Zit het in het DNA? Het mag dan in de zomer twintig graden warmer zijn, maar een sjaal?! Een trui mét winterjas?! Ik ga in m’n hemdje al dood als ik in de zon loop. En dan die rugtas op m’n rug. Lekker hoor. Hoef niet meer naar bikram yoga. (Dat zit hier om te hoek.)

Ik heb er opgelet, en tijdens de wandeling naar de zee, heb ik letterlijk vijf andere mensen met blote armen gezien. Drie daarvan waren aan het sporten en twee waren er niet aan het sporten. Die twee niet-sporters waren Nederlanders. True story. Op het strand lagen mensen wel half naakt in het zand. Geen Duitsers.

OH EN DE MANDARIJNEN. Even een momentje voor deze oranje rakkers. Want ze groeien hier dus in het wild. Zoals wij de appels hebben (een beetje toch). Je koopt ze in de winkel voor €1,- per 2kg. En serieus. De beste mandarijn uit je pakketje in Nederland (zo’n oranje netje met een kilo mandarijnen, er zitten altijd een paar mindere tussen, de meeste zijn wel lekker en dan een paar die heel zoet en sappig zijn hm?), nou die lekkerste van het Nederlandse netje is níets in vergeleken met de mandarijnen hier. De smaak is zo intens, niet te geloven. En dat gewoon van de boom. Ik ga op een mandarijnendieet. Altijd mandarijnen.

Rondom de binnenstad, een halve cirkel dus niet helemaal rond de binnenstad, loopt een park. Jardí del Turía. Wat Catalaans is voor ‘Turiapark’. Het is super mooi en groen, je hebt nauwelijks door dat je in de grote stad bent. Rechts en links van je loopt de rondweg, maar die ligt hoger waardoor je dat niet hoort. Het gehele park is ongeveer 9km lang en er zijn allerlei paadjes, speeltoestellen, sportactiviteiten, palmbomen, vijvertjes en mensen op kleedjes. Ook loopt er een speciaal hardloopparcours. Mij iets te heet, al heb ik wel m’n hardloopschoenen mee. Misschien ’s ochtendsvroeg dan maar.

Bij het zuidelijkste puntje van het park zijn een paar hele moderne witte strakke gebouwen die dienen als musea, samen met een groot waterfestijn dat zo blauw is dat ik het niet geloof. Er zaten ook geen eendjes in of mensen die baden. Maar misschien doe je dat ook niet, het is tenslotte winter.

Wel zag ik allerlei mensen skeeleren – een paar mensen – en ik ben zelf gék op skeeleren en had beetje spijt dat ik mijn skates niet had meegesjouwd. Misschien kan ik ze ergens huren.

Of niet. Genoeg te doen. Nu eerst thuis maar even die stinkschoenen uit, voetjes omhoog, Manu Chao aan en een café con leche de soja van barista Zora.

Si si si. Adios!

Overwinteren #2

Lief dagboek,

Koekoek – ik ben weer naar Spanje gelopen! Nee, leugens. Wat een leugens! Ik ben er:

VALENCIA

Ik ben een decadente zwerver; ik zit een week in een appartementje naast de kathedraal. Ja, dat lees je goed: appartementje. Geen tent, oké, maar ook geen hostel? nee: appartementje. Huh? Een camping dan? NEE EEN APPARTEMENTJE. Deur kan hier dicht, niemand is hier, een kingsize bed voor mij ALLEEN, een badkamer voor mij alleen. De koelkast: voor mij alleen! Ik heb hele lieve vrienden die mij dit gunde, een super lief kadootje!

De laatste dag in Lyon, dat was best pittig. Ik had pas om 23u de bus en moest vóór 10u uitchecken. Dan maar beetje rondhangen de hele dag, in de miezer. En met mijn drukke zijn is een paar uur stilzitten altijd weer een uitdaging wat resulteerde in overdreven veel gewandel. Het werd al vroeg donker (en nog frisser) dus had mij bij het vallen van de avond maar gesetteld in het station met een kop koffie en het boek waar ik nog aan moest beginnen. Ik zat naast een hele oude oma die gezellig aan het breien en neuriën was.

Met mijn dunne Human Nature regenjasje begon ik te bibberen en toen bleek de bus ook nog eens een woeste vertraging te hebben! Op het station kwam ik wel een bekende van de vorige bustocht tegen, dat was grappig.

Lekker stappen naar Santiago, ook vanaf hier te bereiken!

In de bus sloeg alles meteen om naar het Spaans en heb ik iedereen om mij heen aangegrepen als vertaler. ‘Ok dus over vijftien minuten terug bij de bus?’ 1 hand op voor 5, nog een voor 10 en dan nog 1 voor 15. ‘Is dit nu twintig minuten pauze ? Ja? Ok en dan weer vamos vamos!’

Ook gebeurde er spannende dingen hier op de rit. Bij de grens met Spanje (het was 3u ’s nachts en ik kreeg m’n ogen amper open door het felle licht), kwamen vier agenten binnen en moesten we allemaal ons paspoort laten zien. Duurde ééuwen. Drie mannen werden eruit gehaald en mochten niet meer mee met de bus. Koffers er uit, allesch. Wat o wat zou daar voorgevallen zijn? Heftig!

De eerste paar uur in Spanje liep ik met een stijve nek, rugpijn en een droge bek, want ik had heel lang niets gedronken omdat ik anders weer de hele tijd moet plassen. Heel irritant, zeker in een volle bus waar de kippen rondvliegen.

Vanaf Lyon tot Barcelona zat de bus vol, maar vanaf daar tot Valencia was er een klein clubje over en tijdens een stop maakten we allemaal een praatje met elkaar en kleedde ik mij half uit omdat ik al behoorlijk aan het plakken was (het is hier 22°C én felle zon). Ik ben ook niets gewend. De rest (Spanjaarden, Marokkanen, Latijns Amerikanen) lachten mij allemaal uit en noemden mij een beetje cynisch ‘the northern girl’. Ik voel mij hier de buitenlander. Dat ben ik natuurlijk ook.

Overal groeien sinaasappelen in de stad, overal! Niets kopen, gewoon plukken.

Met zieke vertraging dus eíndelijk in Valencia aangekomen. Op naar de sleutelafgifte en op naar het BED. Nee, zo werkt dat niet, want ik was veel te hyper. Dus heb ik duizend rondjes gerend door de stad (ik ben verliefd!) en een kar volgeladen met verse groenten, fruit en andere lekkernijen. Als pakezel nog meer rondjes gerend. Ik denk dat ik zo neerval.

Morgen maar eens zonder brak hoofd de stad gaan bezwerven. But first: keihard slapen. En eindelijk water naar binnen klokken. Kan nu weer makkelijk naar de wc.

Liefs,
Zora

Overwinteren #1

Lief dagboek,

Overwinteren, dat klinkt niet alsof ik in Nederland zit hm? Overwinteren kan ook in Nederland. Eigenlijk als je de winter doormaakt en je bent nog levende wanneer de lente aanbreekt, overwinter je natuurlijk al. (En alsof het in Nederland zo koud is.)

Iets óver de winter tillen. Net zoals dat mailtje óver het weekend heen tillen, zodat je vrijdagmiddag lekker vroeg aan het bier kan. Jottum.

Maar nee, ik ben weggegaan. Jetzt zit ik in het Franse

Lyon

Quasi Zuid-Frankrijk. Er zijn hier wat palmbomen en het weer is een stuk beter dan in Nederland. Grapje, leugens. Ik mag dan 800 á 900 km (hangt er vanaf hoe je het bekijkt) zuidelijker zitten, de zon eerder opkomt én ook later ondergaat; het is ijskoud en grijs hier. In m’n regenjas trotseer ik de miezer.

Van te voren bakkie in Amsterdam en na wat mealprepping en een discodutje ouderwets de Flixbus opgezocht en in een zowat lege bus gestapt.

Ik ben onderweg naar Valencia en Lyon is mijn eerste – en enige – stop, en ik houd er niet van om met 1 keer knipperen op de ‘bestemming’ te zijn, dus ik heb een nachtbus gepakt van Amsterdam naar hier. Het was 16u rijden, ik heb geen oog dicht gedaan. Heerlijk. Het was een dubbeldekker en ik zat voorin bovenin zodat ik alles goed kon zien. Dat het natuurlijk donker was (en mistig!!) doet er even niet toe.

Morgenavond neem ik een nachtbus naar Valencia, wat scheelt in kosten voor een bed, maar altijd een beter idee lijkt dan het in de praktijk is. Gelukkig is de bushalte niet in een ghetto gelegen tuigbuurt, waar ik dan midden in de nacht mijn bus moet halen. Dat had ik in Berlijn wel, daar lag de ineens grote buscentrale een achenebbisj buurt ver buiten het centrum. Maar toen werd het pas om 23u donker en was het lekker weer, dat scheelde. Eigenlijk was dat een hartstikke leuk avontuur. Met zo’n nachtbus zie je weinig van de omgeving, dat is jammer. Maar ik vind het heerlijk om in de ochtend aan te komen en je de hele dag heb om op een nieuwe plek te acclimatiseren, aan te komen en rustig eens zien waar je gaat pitten, zonder te moeten stressen omdat de zon al weer ondergaat.

ACH JA. Lyon dus. Deze kant van Frankrijk ken ik nog niet. De oostkant van La France, geen idee. Ja, daar bij de Rijn met de grens van Duitsland wel, laat ik zeggen: de Zuid Oostelijke kant van La France, die ken ik niet. En nu zit ik er, niet vuistdiep, toch een beetje.

Overal zijn stepjes. Wat voor Nederlanders de fiets is, is hier de step. De elektrische weliswaar. Ze staan echt overal! Midden op straat, in het park, tegen een vuilnisbak, op de brug, in het water. Het is niet zo dat je hem gewoon kan pakken – dit dacht ik wel even -, je moet een soort OVchip op een sensor houden en dan hup hup kun je lekker steppen. Zonder het steppen zelf, want je moet er alleen op staan.

Ze gaan giga hard en ik ben al meerdere keren bijna aangereden toen ik nietsvermoedend door het rode verkeerslicht liep. ‘Hallo hier is een zebrapad!’ roep ik dan maar dat verstaan ze niet. Meerdere keren betrap ik mij er weer op om ‘merci hè’ en ‘non hoor!’ te antwoorden in een poging te inburgeren dat gigantisch mislukt. Ik heb wel een stokbrood gekocht als accessoire voor in de hand. Want daar loopt iedereen mee.

In het hostel sprak ik een jongen uit Noord Afrika. Hij was al maanden op reis in Europa en zo zag hij er ook uit. Hij had fantastische verhalen en ik vroeg naar de verschillen die hij opmerkte tussen de Europese landen onderling maar ook met zijn thuis. Tussen de mensen, de cultuur en architectuur. En zijn antwoord was opvallend: weinig. Hij zei dat het allemaal weinig verschilt, dat mensen overal dezelfde dingen doen en zich hetzelfde gedragen. Waar je ook bent, mensen komen samen in een café, mensen lopen hard, gaan naar hun familie, gaan naar tennis of zoiets. En dat hij zich daarom overal thuis voelt.

Dat vond ik een fantastisch antwoord, want ik ben altijd op zoek naar de verschillen. De meest kleine afwijking valt mij al op en dat vind ik juist zo leuk. Toen ik even later op mijn zwerftocht rondkeek, zag ik eerst de ietwat aftandse gebouwen, de kieren en gaten in de weg, de bedelaars die op straat liggen. Maar daarna keek ik nog eens en zag ik een meisje dat zo in Amsterdam kon lopen, ze had notabene een yogamatje op haar rug. Chinezen met dure fotocamera’s en mondkapjes op. De jongen uit het hostel was een meester in het uitzoomen en het grote geheel te zien.

Ik heb een boek en de krant van zaterdag meegenomen, maar ik ben nog niet eens aan het boek begonnen en de krant is ook nog niet uit. Wel heb ik tien miljoen miljard stappen gezet, twintig duizend zes en tachtig treden beklommen, allerlei Frans en Spaanse woorden door elkaar gebrabbeld zonder Engels te gebruiken én m’n zelfgesmeerde baguette met geitenkaas en hummus gegeten op het oudste openluchttheater van Frankrijk.

Op naar de sterren en daar voorbij, aju!