Dag 20-25 Troyes

weer: grijs, bewolkt en miezer 12 °C
dorpen: hautvilles, montmore-lucy, sezanne, anglure(romilly), troyes
afstand: 30/31/34/20

Lief dagboek,

Het weer slaat om. Na weken meer zon dan wolken te hebben gezien, is alles nu grijs en heb ik zelfs m’n poncho al een paar uur aangehad. 

Ik word er niet zo vrolijk van. De zon maakt alles toch wat leuker en de pauzes fijner. Ik loop nu wel meer km, want op een goede zonnige dag lig ik liever anderhalf uur aan een meer dan ik ruim 30km loop. 

 

Heel dubieuze kunst in de kathedraal.
 
Ik was al redelijk verkleurd maar als dit zo doorgaat ben ik zo weer net zo wit als dat ik was voor de camino. Albino Zora. 

Op vrijdag regende het zelfs zo hard dat ik m’n poncho aanmoest omdat het niet meer te houden was. Of was het zaterdag? Ik ben zo in de war met de dagen. Niet normaal. Terwijl ik dit typ is het zondag en is het Pasen. Het is ook heel verwarrend voor jullie want ik typ alles door elkaar. Lekker puh. 

Als er nooit meer een morgen zou zijn, zouden we vandaag in Santiago aankomen. 

– Marco Borsato. Indirect. 

Maar overal zijn lichtpuntjes want ik kwam in Montmore aan in een heel achenebbisj hotelletje en een vrouw gebaarde mij zonder aan te kijken, om mee te lopen. Maar toen ik op de kamer aankwam zag ik dat ik … EEN BAD had. Een bad!! Ik houd helemaal niet van baden. Heb er totaal geen geduld voor mij dit was de zevende hemel waar ik terecht kwam. Wauw. Een bad.

  
Twee dagen liep ik weer alleen. Maar niet voor lang. Na bij de nonnen op de koffie te zijn geweest en een slaapplek te hebben gefixt (veel werkwoorden in een zin), liep ik een cafe binnen en werd door iedereen begroet. Toen er geen WiFi bleek te zijn liep ik heel sip weer naar buiten. Ik werd aangesproken door twee gasten die vroegen of ik Engels sprak. Het waren Kris en Stefan uit Belgie. Twee medepelgrims. We wandelen nu al wat dagen samen. Heel tof hoe je zo makkelijk mensen ontmoet. 

We kwamen aan in Anglure op zaterdag en alles dicht. Niemand kon ons helpen voor een slaapplaats. Er was niets. Probleem dus. Het zou ook intens gaan regenen dus we zagen het ook niet zitten om onze tent op te zetten.  

Vlaamse boyz

Gelukkig was er een vrouw in de kroeg die ons wilde helpen en een biertje aanbood. Ze belde een pater in een dorp verder en bracht ons erheen met de auto. Heel fijn. ’s Avonds lagen we in een zaal met Marco Borsato op, biertjes (Stefan ging midden in de nacht nog bier halen) en een kerkkaars. Wat een belevenis weer. Er stond een heel eng gaskacheltje dat we niet vertrouwde.

Gisteren aangekomen in Troyes en de stad is prachtig. Heel oud en heel tof. Overal straatjes met oude huisjes met houten balken. Het is heel utopisch. Er zijn zelfs terrasjes! Dat is zeldzaam. Ik kom door zo veel kleine dorpjes waar niet gebeurd, geen kip op straat leeft en geen winkel te bekennen is. 

Vandaag een rustdag en straks komt Willemijn langs!

Advertenties
Dag 20-25 Troyes

Dag 16-19 REIMS!

weer: rond de 10 °C overwegend bewolkt
dorpen: signy l’abbaye, château-porcien, neufchâtel-sur-aisne, reims
afstand: 30/30/24/26

Lief dagboek,

Ik zit in mijn eerste grote Franse stad waar ik met enkel m’n tas Tinus van ruim 10kg ben heengelopen. Met m’n benen die veel hebben geleden en m’n voeten in m’n strakke schoenen.  

Zie mij gaan
 
Ik ben dus al bijna 3 weken onderweg. De tijd gaat snel en traag. Wat een clichés weer maar het is echt zo. Aan de ene kant voelt het als gisteren dat ik wegging en de andere kant maanden dat ik in Amersfoort zat in de kroeg met een biertje. 

Gelukkig is hier ook overal bier, en gelukkig ben ik klaar met de cliché verhalen. 

Zora in een kerk. amen
 
Ik ben deze afgelopen weken meer in kerken geweest dan ever te voren. Iedere keer voel ik even aan de deur. Waarom? Omdat ik het mooi vind. En de kerk helpt pelgrims. 

Het is geweldig. Ik ben nu in het echte Frankrijk en in ieder klein gehucht hebben ze een Mairie (gemeentehuis) en een kerk. In ieder klein gehucht hebben ze daadwerkelijk een burgemeester. En ze helpen de pelgrims. Het is ontzettend aandoenlijk en lief hoe warm ik overal word ontvangen. Koffie met de burgemeester, ik vroeg wat ze de hele dag doen. En geloof me, ze houden zichzelf bezig. Heerlijk.

 

Dit was vies.
 
Waar ben ik allemaal terecht gekomen? Je wilt het niet weten. Bij mensen thuis op een zolderkamer, in een luxueus hotelkamer, in een kleedkamer van een voetbalclub en bij de Franse politie. Ook anderhalf uur bij een meer gelegen (moest wel 3.5km omlopen; helemaal waard) in de zon, geen enkel ander persoon gezien en de endorfine maximaal toegelaten. 

 

Niet normaal, bijna 500km gelopen
What next? Geen idee. Ik weet alleen dat de temperatuur toeneemt, m’n zonnebrand bijna op is en ik m’n vrienden best mis en ik iedereen uitnodig om met mij bier te komen drinken op het Franse platteland! 

Saluutjes! 

Dag 16-19 REIMS!

Dag 13-15

weer: wisselvallig, rond 10 °C
dorpen: olloy-dur-viloins, rocroi, rimogne
afstand: 26/28/21


Lief dagboek,

Ik ben alweer twee weken op pad. Dat gaat zeer rap. Vandaag in Olloy sur Viloins (ofzoiets) kwamen we terecht in een hilarische situatie. Na een hele zware etappe van bergen beklimmen, geen grap, werden wij ontvangen op een school. Naakte kinderen renden voorbij, luid geschreeuw.

We mochten aanschuiven bij zes grote tafels kinderen van zes jaar oud. Iedereen al in pyjama en haartjes netjes gekamd. We kregen soep, danoontje en draadjesvlees.

 

de weg is het doel enzo

We keken elkaar vaak genoeg even aan, waar zíjn we beland. En JONGENS JONGENS JONGENS HET HIELD NIET OP!

Er kwam een goochelshow! Een man hield de kinderen bezig. De kinderen vonden het prachtig. En wij ook. Het was geweldig.

  • Ik heb nog geen tosti gegeten in deze twee weken.
  • Ik heb al twee weken zin om Harry Potter te kijken.
  • M’n neus is aan het vervellen.
  • Geiten zijn hilarisch.
  • Ik heb nog geen blaren.
  • Iedere dag neem ik m’n onderbroek en m’n sokken mee onder de douche.
  • Mijn schoenen zijn waterdicht.

De dagen zijn fantastisch. De hele dag in de natuur, zon op m’n huid, pauzes van anderhalf uur aan het water met Frans stokbrood met Franse kaas en nutella. Het is zo ontzettend genieten.

De laatste paar dagen lopen we voornamelijk door bos en we hebben meermaals meegemaakt dat we dóór beekjes moesten om de weg te vervolgen. En dan hebben we het niet over een plasje regenwater. Maar een stromend beekje. Nu kan ik zeggen dat ik een enorm vertrouwen heb in m’n schoenen na deze dagen. Ik heb tot boven m’n enkels in het water gestaan en ik heb geen natte voeten opgelopen. Hashtag Gore-Tex.

 

gezonde maaltijd blikvoer

Het heerlijkste lijkt mij te lopen en wel te zien waar en wanneer ik een slaapplaats vind. Dat hebben we vandaag gedaan. We zijn het gemeentehuis ingelopen, zeiden dat we pelgrims waren en ze keken ons niet gek aan. Dat was al heel positief. We werden als heuse pelgrims gewezen op een slaapplaats en morgen krijgen we ontbijt. En dan weer door.

Het pelgrimsleven van Zora de Ruig. Tot zover!

Pps: bijna alle fotos zijn door Wim gemaakt dus credits aan hem!

Dag 13-15

Dag 10-12

weer: zonnig, frisse wind 10 °C
dorpen: namur, leffe/dinant, givet
afstand: 28/24/28

Lief dagboek,

Ik sliep vannacht in de Abdij van Leffe! Als heuse pelgrim onthaald en in een slaapzaal gedumpt met broodmaaltijd. Tijd voor Teva’s.

In Namur trof ik Regina, mede-pelgrim van mijn leeftijd en als twee jonge vrouwen gaan we samen een stukje de wereld belopen.

 

Lekker tukken met de broeders
Namur is een prachtige stad. De mooie Maas ligt er aan en overal liggen kiezels. Hakken moet je maar niet aan doen, want ze blijven overal haken. Gelukkig gevoel m’n woeste wandelstofjes.

  
Overal in de stad liggen schelpen in de weg voor de pelgrimsroute, overal zijn zwervers en iedereen wil geld van ons.

EN TOEN WAS HET ZO VER! Ik ben in Frankrijk. Ik ben vanaf Amersfoort helemaal naar Frankrijk gelopen. Hoe geweldig.


Met Regina en Wim, drie ondertussen doorgewinterde pelgrims, langs de Maas. Barre kilometers. In het bos, matje uitrollen in een weiland aan het water, Franse radio op. Chocolade broodjes eten, tas zuchtend af doen, cola drinken, tas zuchtend op doen en door.

 

FRANKRIJK WOOP WOOP
Dag 10-12

Dag 6-8 

weer: zonnig, 10 °C
dorpen: dessel/mol/tessenderlo
afstand: 30/10/25

Lief dagboek,

Ik ben verbrand! Vandaag de hele dag langs een kanaal gelopen (dertig km langs een kanaal rechtdoor is sáái!). En de zon scheen best fel. Ik had zelfs m’n thermolegging niet aan. Want POE wat had ik het warm. Het was echt boven de 10 graden. Leek wel lente!


Goed water drinken dus. M’n onderlip was verbrand merkte ik. Dat kreng deed zeer. In Tessenderlo, waar ik einde vd middag terecht kwam, meteen lippenspul met UV gehaald. Ook een crèmepje voor m’n huid.

Ik ben halverwege Belgie en bijna ga ik gedag zeggen tegen de Nederlandse taal. Jonge wat ben ik al ver zeg! En ik ben pas een week weg.

M’n lichaam is zo goed als gewend. Voeten en rug zijn top. Geen pijn, stappen gaat erg goed. M’n keel doet nog wel zeer en m’n neus loopt ook nog, maar een griepje duurt altijd even voordat het weg is. Ik ben wel heel blij dat m’n benen en voeten nog prima aanvoelen. Lijkt mij heel rot als ze helemaal open liggen.

(Gelukkig kreeg ik van de jongen van couchsurfing in Dessel een hele gezonde smoothie met power raw food en soja amandel melk. Dat zou mij wel goed doen.)

 

Uren lang úúren.
België is toch heel anders dan Nederland. Ik word wel aangesproken door mensen maar ik merk dat mensen geslotener zijn. Alles is ruimer, huizen zijn soberder (saaier?) en alles is gewoon groot. Tuinen zij immens, de weg is mega breed. Ik mis sfeer, maar dat kan ook komen omdat het gewoonweg anders is dan Nederland.

Vanavond slaap ik in m’n eigen boerderij. Ja, ja ja! Ik zit met de voetjes omhoog in een oma stoel met de televisie op Pauw. Net de hele avond gekletst met m’n gastgezin van vrienden op de fiets in hun zelf ontworpen en gebouwde huis vol ramen en eclectische deuren. Ik mocht zelfs met ze mee-eten en ben met genoeg bier op naar huis gerold.

Huppa. Ik kan er weer tegenaan!

Dag 6-8 

Dag 3-5 Vessem

weer: wisselvallig, 5 °C
afstand: 28/20/30
dorpen: vught/boxtel/vessem

Lief dagboek,

Koen liep met mij mee, een klein stukje, richting Den Bosch. (Hij was vandaag jarig, van harte kerel!)

 

Jarige koen
 
Den Bosch. Precies vandaag, zondag 6 maart, was er een feest aan de gang daar. Carnaval. Ik heb níets met carnaval. Niets snap ik er van. Zuipen om het zuipen, verkleed, luidruchtig, massa mensen… rillingen. En dat had ik. Wat een drukte. Iedereen had een soort dirigentenjas aan met kikkers en emblemen. Sjaals en beenwarmers in rood wit geel (kleur van Den Bosch, je weet).

Doorlopen naar Sint Jan voor een stempel.
DICHT!
Door die optocht! Het zal toch niet waar zijn… Er stond wel een man van de kerk maar die kon mij niet helpen. Maar hij snapte mijn teleurstelling, want ik kwam natuurlijk om ‘door de heilige deur te gaan’. Ehm ja. Maar daarna moet er wel gebiecht worden.
Het was mij allemaal toch weer wat. Ik kwam morgen wel even terug, zei ik. Ik zei er maar niet bij dat dit toch echt een nachtje tot mij door moest dringen. Heilige deur, biechten. Ik was echt in de pelgrimswereld beland.

“Hoi”, zei ze met een brede glimlach en ze haalde met een hand haar bruine lokken uit haar gezicht. Het meisje pakte haar roze fietsje op en fietste langzaam naast mij.
“Hoi”, zei ik ook.
Ze keek observerend naar mijn tas op m’n rug. “Heb je vandaag meegelopen in de optocht?”
“Nee, ik loop naar Spanje”, zei ik vermaakt.
Het meisje haar ogen werden groot. “Niet.”
“Echt wel.”
“Echt niet.”
“Echt wel.”
Ze grijnsde en fietste harder. “Niet. Je jokt. Doei.”
“Doei.”
Snel trappend reed ze voor uit. Ze was, ik gok, 8 jaar. Maar ik weet niet zo veel over kinderen. Ze keek over haar schouder. “Echt?”
“Echt.”
Ze stopte en ik haalde haar weer in.
“Maar dan ben je een paar jaar bezig.”
“Nee, over vijf maanden ben ik er zeker.”
Haar ogen weer groot. “Niet waar.”
“Wel waar.”
“Niet waar.”
“Wel waar.”
Haar korte beentjes gingen snel in het rond op het roze fietsje, ze maakte weer vaart.
“Echt”, zei ik.
“Ik kom je opzoeken over een paar maanden in Spanje, kijken of je jokt.”
“Is goed, ik zie je dan.”
En ze fietste hard weg. Haar roze fiets ging van links naar rechts. Bij de bocht keek ze om. “Niet waar!”

Door naar Vught. Daar had ik mijn laatste voorbedachte slaapplaats. De oma van Alard (collega). Hilarisch. Een hele schattige oude vrouw, tikkie dement en vijf keer vraagt of ik nog een koekje wil, of ik genoeg heb gegeten en tig keer over de tijd vroeger.

’s Ochtends was ik warempel eerder op dan Oma en zette ik een kop thee voor beiden. We aten beschuitjes.

Daar moest ik toch echt weg, want ik zou en moest naar Sint Jan gaan. Maar ik had mij voorgenomen niet koppig te zijn en te luisteren naar mijn lichaam. En mijn lichaam zei wel dat ik te hard begonnen was.
Dus ik nam de bus terug naar Den Bosch, ontving mijn stempel, praatte met mensen in de kerk, kreeg nog een hand op mijn hoofd.

Ik was in Brabant. Brabant. Een hele andere wereld. Ik zat een avond bij een kennis, en iedereen praatte plat. Ik verstond er echt níets van. Het was hilarisch. En er kwamen tonen van Marianne Weber (?) voorbij en ze kenden Vivaldi niet. Ik vond het weer machtig mooi. 

 

vriendjes
 
Dinsdag was een zware dag. Ik ben best verkouden, wat wil je met dit weer en deze activiteit. M’n hoofd staat op ontploffen. En ik zou vandaag toch weer bijna 30 km lopen. 

Toch maar lopen want ik kom niet vanzelf in Vessem. Nee. Kreeg een slok koffie van een vrouw in de auto, een sentimenteel en emotioneel verhaal van een andere vrouw wier dochter ook op reis ging en werd aangesproken door Bianca. 

Bianca zag de schelp op mijn rug en vroeg vanalles. Ze liep een stukje met mij mee en toen ik vertelde dat ik langs Oisterwijk liep bood ze meteen aan of ik bij haar thuis koffie kwam drinken. 

Anderhalf uur later zat ik bij haar thuis en at ik hele pittige soep (maar wel heel lekker en gezond), dronk ik sapjes en thee en kletsen we een paar uur vol. Het is dat ik al een slaapplaats had anders mocht ik ook blijven slapen. Ik vind het leuk. Heel leuk. 

Ze had een hond. Een teefje en zij was net loops geweest en dacht dat ze puppy’s had gekregen. Dus de hond, Sam, was heel territoriaal jegens mij. Heel dominante blik. Ik wist helemaal niet dat honden schijn bevallingen kunnen hebben. Of iets. Gehad. Oké enfin. 

’s Avonds in een pelgrimshoeve aangekomen. De start van mijn eerste pelgrimsroute. Tot nu toe liep ik op de bonnefooi.

  
Daar kwam ik Henk tegen. En Henk is de pelgrim die een dag voor mij uit liep en uitgezwaaid werd in Den Bosch. Ik kwam zelfs bordjes tegen met: “Henk zet hem op!” Dus het was geestig om de hoeve in te lopen en er nog een pelgrim te zien (want wie gaat er nou van NL naar Spanje?!). Maar het bleek voor beiden een verrassende ontmoeten te zijn want hij had ook al van mij gehoord. Wat een kleine wereld. Ik dacht dat ik juist even wég ging de grote boze wereld in. 

Conclusie (dat zei m’n oma altijd. Zo pragmatisch): Ik ben pas een kleine week onderweg maar heb nu al door dat ik op de raarste plekken en situaties ga komen. En ja, dit leventje is fysiek en mentaal even wennen. Ik zal niet jokken. 

PS: morgen loop ik Belgie in! Nu gaat het echt gebeuren!!! Woop woop. 

Dag 3-5 Vessem