Dag 50-56

weer: zonnig maar fris, je weet het maar nooit hier
afstand: 22/30/18/18/26
dorpen: aixe-sur-vienne, flavignac, la coquille, thiviers, sorges, perigieux, (bergerac)

Lief dagboek,

Ik blijf die dorpen ook gewoon opschrijven. Niet dat jullie er ook maar 1 van herkennen. Dat verwacht ik ook niet.

We komen de laatste tijd veel pelgrims tegen en het voelt aan als Spanje, waar alle pelgrims als kudde dieren in een polonaise achtereen volgen. Drie Duitsers, Fransen en natuurlijk Nederlands, want die zitten overal. We komen ze af en toe tegen tijdens het lopen en blijven ze zien. De etappes van afgelopen week was óf 18km óf 45km bijv. zodat er weinig mogelijkheden overblijven. Er is niets hier. We hebben een avond gegeten met een Nederlander die we bij een gîte hebben ontmoet, die gerund werd door HE ZO TOEVALLIG, Nederlanders. Echt, mierenplaag.

vleessokken!

We hebben een nieuw vermaakding voor onderweg gevonden: travel-lingo. En dat is lastig, want Lingo is een heel visueel spel.

“Ik heb een woord met zes letters, begin letter C.”
“Cactus. C-A-C-T-U-S.”
“Ting Ting Uh Uh Uh Uh.”
“Ja verdomme wat begint nou met een C.”

Und so weiter und so weiter. Met een schaapgeluid voor een goede letter op verkeerde plaats, een harde lage brul voor fout en ting ting voor goed. Úren kunnen we het volhouden tot frustratie toe.

hier was zon…

We hebben de afgelopen nachten vaak doorgebracht in Pelgrim refuges. Kleine appartementjes met stapelbedden en een gastheer. Of -vrouw. Daar zien we dus de andere pelgrims die nu onderweg zijn. En horen want wát een gesnurk. Tjonge jonge jonge. Jacques maakte een geluid van je van het. Geen óóg dicht gedaan.

(Gelukkig kwam er na wat slaapzalen een hotel in zicht. Stefan (mijne en niet de Belg dus) kwam woensdag t/m vrijdag langs en nam mij met de auto mee op vakantie. Wat een luxe! Even camino-af. We zijn naar Bergerac gegaan, net ten zuiden van Periqieux.)

KOEKOEK BOVEN OP DE BERG selfie #369

 

Nog klein rondje kijkersvragen!

Hoe zit het met mensen met een kleine blaas?
Wild en bosjes.

Als je van tevoren had geweten hoe het zou zijn, had je het dan weer gedaan?
Absoluut. Waarschijnlijk eerder en langer. Het valt me mee en nog in het positief ook nog. Het is beter/leuker/inspirerender dan ik had verwacht.

Hoe doe je dat met wassen, als het regent en dus niet op kan drogen?
Ik was iedere avond mn sokken en onderbroek. Die hang ik over een verwarming of een stoel. Bijna altijd is het droog en anders hang ik het de volgende dag aan mn tas.

Zo’n pelgrimstocht, hoeveel geld ben je daar nou eigenlijk aan kwijt?
Je moet uit gaan van gemiddeld 30€ per dag. Soms meer, dan ben ik 60€ kwijt aan slapen en eten (als er geen kookgelegenheid is, en uiteten moet. Soms kan ik echt nergens slapen voor onder de 20€ en wordt het ook duurder.) Daar tegenover staat dat ik soms niets of <10€ betaal voor slapen (tent) en eten krijg. Zo’n pelgrimstocht is geen goedkope vakantie ben ik al achter. Zeker niet als je iedere einde vd dag weer vindt dat je een biertje hebt verdiend.

Hoe ga je om met de taalbarriere nu je in Frankrijk bent, vooral als je bij een gastgezin bent.
Ik laat Kris de Belg het woord doen.
(En anders met handen en voeten, wat franse, friese, engelse, zweedse, nederlandse en duitse woorden erdoorheen gooien. Verstaan gaat enigszins nog. Soms.)

Hoe vind je elke dag weer een slaapplaats, is daar een systeem voor voor pelgrims?
Ik heb voor iedere route een boekje die speciaal ontwikkeld zijn voor pelgrims. Ik loop op traditionele pelgrimswegen waar men in de middeleeuwen al liep. Langs iedere route zijn speciale pelgrimsherbergen (hier vanaf midden Frankrijk wat meer dan ervoor). Deze staan op 20/30km van elkaar. Ook staan er in de boekjes particulieren die hun huis beschikbaar stellen waar pelgrims kunnen slapen. Voor midden Frankrijk was het ook mogelijk om het gemeentehuis (dat in íeder klein kut dorp zag) binnen te stappen. De Franse burgemeesters zijn moreel verplicht om pelgrims onderdak te geven. Of natuurlijk in mn tent in de buschbusch.

…en hier regen
Advertenties
Dag 50-56

Dag 46-49 Limoges

weer: zon en ruim 20°C
afstand: 17/21/18(of30)/23
dorpen: saint-goussaud, saint-laurent-les-églises, saint-leonard de noblad, limoges

Lief dagboek,

Gisteren zijn we in Limoges aangekomen! Een hele grote Franse stad, maar toch de kleine pitoreske huisjes en steile weggetjes omhoog, alsof we dat niet genoeg in onze kuiten voelen! En ons gevoel zegt dat na Limoges alles beter wordt. Het weer, de slaapplaatsen, etenswaren.

Van de week werden we wakker zonder eten. Ik had alleen een appel die ik speciaal had bewaard voor het ontbijt. Op 6 km lopen zouden we namelijk in een dorpje komen met een boulangerie en een kleine supermarkt. Wij anderhalf uur later stijgend en dalend in dat dorpje… Niets. Nothing. Inte.

 

Daar ergens sta ik

Sta je daar met je positivisme. Miljaar, dat werd een dag op niets leven behalve op water met chloormoleculen. Maar goed, ook dat is de camino.

Sinds Bourges is het steeds lastiger om slaapplekken te vinden en moeten we vooruit kijken om veel of weinig inkopen te doen. Plannen. En plannen is non-pelgrim. Soms liep ik wel met 5 kg aan etenswaren in m’n tas. Appels, paar rollen geitenkaas, stokbroden, rozijnen, bounty’s. Pain au chocolat heb ik ook al dagen niet gezien, net zoals een goede WiFi verbinding. Hé het lijkt wel een boetedoening, dat pelgrimeren. Koekoek.

Enfin, na Limoges moet alles beter worden.

Ik heb al bijna twee maanden:

– geen Sims gespeeld (serieus.. Ik besefte het mij vd week en dit is echt niet normaal.)
– geen Sherlock gekeken
– iedere dag de zon op m’n huid gehad waardoor ik bijna een indiaan ben
– iedere nacht ergens anders geslapen
– nog steeds geen Harry Potter gezien
– nog steeds geen tosti gegeten (verdikkeme!)
– geleefd op twee paar sokken, twee onderbroeken, een lange broek, een vest en twee t-shirts

Ik heb de laatste, wat zal het zijn, eigenlijk al wéken totaal geen besef van dagen. Het is zo donderdag terwijl het gisteren maandag was. De tijd gaat zo snel. Als ik vandaag iets wilde doen en het komt er niet van kan het net zo goed een paar dagen later gebeuren. Tijd is relatief en dat besef ik hier. Hier zit je niet vast aan dingen, ben je niet afhankelijk. Al ben en zal je altijd afhankelijk blijven. Zoals dat de winkels hier in Frankrijk bijna nooit open zijn. Want maandag zijn ze dicht ‘in Frankrijk doen we rustig aan en op maandag is het weekend net voorbij dus beginnen we op dinsdag’, woensdag is ook alles dicht en op zondag is het rustdag. Dus ja, kijk maar even. Oh ja en tussen 12 en 2 is het lunchpauze. Goed zo. De Mairie is ook nooit open in het weekend, dus pelgrims hoeven daar niet aan te komen op die dagen.

 

Anderhalf uur pauze

Pelgrims hebben nooit weekend. Wij hebben een heel ander ritme. Ons ritme is altijd hetzelfde en iedere dag is anders ondanks een vaste structuur. Snap je het nog? Ik niet, maar ergens ook weer wel.

Het is allemaal heerlijk, dat kan ik wel zeggen. Het komt allemaal wel wanneer het komt, en zo niet dan komt het later wel. Geen haast. Plannen? Nee, we zien het wel. Het komt wel goed. Wat vinden we nu leuk! Per se die 30km halen voor een fijne privé kamer met douche of hier anderhalf uur in de zon liggen en lunchen om misschien gewoon de tent op te zetten…

Ik hoop dat ik dit kan meenemen in het leven terug in Amersfoort. Wat zou dat fijn zijn. Dat relaxte en niet dat eeuwige gehaaste. Altijd in de weer met de smartphone. Altijd in het hoofd met duizend dingen van morgen volgende week en volgende maand… Pfff. Voor je het weet lig je in een bejaardentehuis en geniet je dan pas van je leven. Of besef je dat je nooit echt geleefd hebt en alles aan je voorbij is gegaan.

In ieder geval, het blijft een lastig puntje. Dat is niet erg, en ik ga er ook niet te veel over nadenken of schrijven want dat is het een halve paradox. Ook dat moeten we allemaal maar even zien. Ik wil alleen nog de therapeutische zin ‘Bewustworden is stap 1’, in de groep gooien. Gedaan. Denk daar maar eens over na.

Genoeg. Wat ik heel tof vind is dat ik als pelgrim (ja ja) op plekken kom waar je normaal niet zou komen. Zo sliep ik vannacht in een nonnenklooster, met uitzicht op de kathedraal die naast t klooster ligt. Waar we om zeven uur zo ongeveer er weer uit moeten, om negen uur de deur op slot gaat en mannen en vrouwen apart liggen, omdat dat hoort. Waar de nonnekes in nonnenkledij lopen en ieder uur gebeden wordt.

 

Zweet all over the place, klimmers!

Gisterenavond de kathedraal in begeleid en in een hoekje geduwd achter een deur, katholieke kerk joehoe, om in een groot boek te komen en de paters (of dominees of weet ik veel wat) ons heel enthousiast ontvingen.

De Belgen en ik zijn trouwens al een paar keer een soort van raar aangekeken, of in ieder geval er op gewezen dat pelgrims normaal toch ietwat anders hun pelgrimstocht doen dan wij. Dus hebben we besloten dat wij De Nieuwe Generatie Pelgrims zijn. Dat houdt bijvoorbeeld in dat wij níet om zeven uur vertrekken maar tussen negen en tien. Wij een wijntje bij het eten níet afslaan, net zoals de biertjes bij de eindbestemming. Nou ja, zeker niet de gemiddelde leeftijd hebben.

Want ja, echt iedere pelgrim die wij tegenkomen zijn minimaal veertig en vaak al tegen de zestig. We zijn een man van 79 jaar tegen gekomen die van Vezelay naar santiago liep. Dat vind ik toch wel knap.

Einde dit blog. Over en sluiten. Ok nog een foto:

 

Mijn mini-tent en hun mega-tent

 

Dag 46-49 Limoges

Dag 42-45

weer: overwegend bewolkt met grijze tinten, óf overladen zon taferelen die de 20°C aantikken
afstand: 25/23/24/23
dorpen: eguzon, chapelle-baloue, la souterraine, bénévent-l’abbaye

Lief dagboek,

Na dagen van snelwegen en regen met poncho’s en gevloek was donderdag een geschenk. Misschien wel van Sint Jacob, want Hij waakt toch over ons; de pelgrims. Hij zal altijd aan ons denken. Laat een boulangerie opduiken als wij honger hebben en Hij zal altijd voor water zorgen als er nood is. Want toeval bestaat niet en de Camino zorgt voor je. Amen. HALLELUJA!   

Guust doet handen/voeten werk. Pro.
  
Goed, donderdag. Het was een klimfestijn van heb je mij daar, naast watervallen met handen en voeten, uitglijden, groen mos. Het was gewéldig. De hele dag langs de Creuse gelopen. Een rivier waar we nu een week naast lopen. Overal watervallen, overal beekjes. Klimmen klauteren en bovenaan met een prachtig uitzicht volop in het zweet ‘ahooooeeeeeeeee’ schreeuwen vanuit het diepst van je hart. Wat een sensatie! woop woop.

Schommelen is voor kinderen van 6
 
We werden twee keer zo ontzettend warm opgevangen dat er bijna tranen ontstonden in mijn blauwe tropische-witte-stranden-met-palmbomen-en-kokosnoten ogen. (Ps ik heb een Bountyverslaving op gelopen.) Bij een Schotse vrouw die veel te goed was, veel te veel eten voor ons neus neerzette en veel te lekkere lasagne (lievelings!) had gemaakt. Haar huis bestond uit allerlei huisjes en appartementen en ze ving vanalles op. Mensen, honden, paddestoelen weet ik veel. Voor haar huis had ze bomen en een Frans terrasje. Verdikkeme. Na een lekkere warme welkome douche zaten we heel voldaan met een biertje. Ik voelde me op en top gelukkig. Het is echt niet te omschrijven wat het met mij deed. Een lange dag klimmen en wandelen. Barstend van het zweet, en dan daarna zo relaxed zitten. Wat een voldoening. JA! Niets meer was nodig.

“Leven is makkelijker dan je denkt, maar moeilijker als je denkt.”

– Guido Weijers 
(Ik wil graag Stefan benoemen voor de inspiratie.)

Dag erna bij een Brits stel in een huis dat ik meteen zou kopen als ik kon. Een 17e eeuws krakend huis met grote ramen en houten vloer. Mooie plafonds en grote trappen. Halleluja ja zeg. En eigenlijk wil ik dit helemaal niet vertellen, want pelgrims horen sober te leven en het zwaar te hebben. Maar wij hebben gedineerd in een soort Downton Abbey setting met allerlei glazen wijn, duizend bestek van zilver, open haard, zwart zout, eend waar je u tegen zegt en vanille ijs met rabarber en munt. Alles vers. Het is zo bizar. Soms betaal je 15€ voor een maaltijd waar je eigenlijk onder de tafel de hond zoekt, en soms betaal je nog minder of niets voor zoveel liefde warmte en goddelijk eten. 
 

Garlisse, waar routes bij elkaar komen, rivieren en gedachten.
 
Ik snap niets van de camino. Dat is zeker. De Belg vraagt iedere dag tijdens het wandelen waar we vanavond ook alweer gaan slapen, of we zelfs ons eten moeten maken en hoeveel km het is. Maar… je weet het nooit. Je weet het echt nooit waar je terecht komt, soms begin je de dag met het idee 20 te lopen en komt het ineens uit op 30, soms denk je hard te lopen en de vaart er in te hebben en lopen we 15km in 5 uur tijd terwijl we in 5 uur soms ook bijna 25km lopen. Soms verwachten we geen heuvels, staan er ineens woeste klimpartijen voor ons neus.
En dat is misschien nog wel waar ik het meest van geniet. Het wel zien wat er gebeurt, niets is echt belangrijk of gezeik. Als je maar eet, slaapt en wandelt. Wandelen wandelen wandelen. Want je wil toch eens in Santiago aankomen.

 

Non-pelgrims maaltijd
 
Kijkersvraag van Margriet! Of ik nu vast met mensen loop of ook wel eens alleen. 

Ik ben alleen vertrokken vanaf m’n huis en verwachtte ook alleen aan te komen in Santiago. Nu had ik wel verwacht mensen tegen te komen. Maar opeens blijken er hele sociale dingen te gebeuren. Socialer dan ik mijzelf had gezien. 

Al na een paar weken kwam ik Wim en Regina tegen en daarna ik liep nog geen week alleen of ik kreeg m’n Belgen aan mijn zijde. Het klikte vanaf het eerste moment (ik ging naast ze zitten nadat ze mij hadden aangesproken en bestelde meteen bier. IJs gebroken!), en nu lopen we ruim drie weken samen alweer. Soms loop ik uren voor ze. Met of zonder muziek. En zij ook, dat is allemaal prima. Soms lopen we de hele dag te ouwehoeren. 

Of ik tot Santiago met ze blijf? Ik heb geen idee. Misschien wel, misschien niet. Zolang het leuk is. Het EK komt er blijkbaar aan, en zij willen dat in de kroegen gaan volgen. En ik heb níets met voetbal. 

Wat ik leer van deze camino is in ieder geval dat samen, dingen extra speciaal kunnen zijn. Alleen in de zon in het gras genieten, is ook genieten. Maar zodra je het kunt delen met anderen maakt het net dat beetje extra. Een avond vuur maken is toch minder leuk in je eentje. Samen lachen om de vieze modder waar echt geen einde aankomt, elkaar even aankijken tijdens een regenbui en km lange wegen voor je. Dat je samen bent en het kan delen met anderen om je heen, samenhorigheid. Het is menselijk en ik trap er KEIHARD in hier.  Ja, dat merk ik nu wel. Samen zijn is meer, hoe gadverdamme dat ook klinkt natuurlijk. 

 

JACQUES !
 
Dit is Jacques. En Jacques kwam aangerend en het was liefde op het eerste gezicht. Ik heb helemaal niets met honden, maar deze bleef maar bij mij. Awwwww! De hele dag vrolijk kwispelend ging ze mee. Er stond een 06-nummer op haar halsband en aan het einde van de dag hebben we gebeld en kwam iemand haar ophalen. Ergens zag ik haar wel meelopen tot Santiago. Maar goed, wat moet je daarna met haar? Dromen dromen dromen. Jacques mee, naast en voor de tent. Lijkt me wel tof. 

Waf. 

Dag 42-45

Dag 36-41

weer: 1 dag blauwe lucht en 25°C (meteen verbrand), de rest grijs donker en regen
afstand: 26/27/35/17/21
dorpen: bourges, charost, neuvy-parnogwat, deols, velles, archenton-sur-creuse

Lief dagboek,   

DE ZON! Daar issie…

We lopen door midden Frankrijk en het is niet zo leuk. Alles is doods, geen mooie omgeving en de route loopt vaak langs een grote weg. Het weer begint weer wat mooier te worden maar we hebben veel regen gehad. 

De afgelopen dagen ook totaal afgesloten van de buiten wereld. Nergens was goed bereik of internet. Afgelopen nachten ook enkel in pelgrimsherbergen of andere primitieve gebeurtenissen geleefd. Omgegaan met weinig voedsel, omdat het er simpelweg niet was. Dit is ook de camino. Gelukkig zijn met wat je voorgeschoteld krijgt. Prima. Toch wil ik liever de touwtjes in handen houden. Is dat niet iets met loslaten? Geenchocoladebroodjes iedere morgen met een glas fruitsap. Allemaal heel simpel uit de boodschappenwinkel, maar zelfs dat zat er niet in. 

Dansen in een pelgrimszaal

Enfin. kijkersvraag! Van Yke dit keer. 

“Wat mis je het meeste van Nederland?”

De terrasjes. Ik mis zo ontzettend de roering in Nederland. Overal is iets te doen en kun je winkelen restaurantjes of terrasjes pakken, als je dat wil. Hier loop ik zo vaak door dorpjes waar serieus niemand is. Je ziet niemand! Er gebeurt echt niets. Hoe vaak kom ik in een dorpje waar je al blij bent met een bakker. 

GOED dan draai ik de vraag om… Wat vind ik zo leuk aan Frankrijk? Vind ik überhaupt Frankrijk wel leuk? Want die vraag was nogal suggestief. Wat ik wél leuk vind aan Frankrijk is de knusheid en romantische kleine dorpjes. Ookal is er niets te doen, maar de gebouwen zijn zo schattig. En er is iets wat zo geweldig is; MENSEN LOPEN SERIEUS MET STOKBRODEN! Het is te Frans voor woorden, maar serieus waar. Hoe geweldig is dat! Verder merk ik niet echt een verschil. Hier heb je gebieden waar je geen weg hoort. Dat kun je bijna niet voorstellen in Nederland. De rust en natuur wat het uitstraalt. Ja, dat merk ik wel. 

Maar terug op de vraag te komen… Ik mis de taal. Verdomme… Wat is die Franse taal ingewikkeld en hoe makkelijk is het als je kan praten. Dingen vragen, kletspraatje. Alles is ineens een ding hier in Frankrijk. Ik mis echt een praatje op straat of in het cafe. Of met m’n gastgezin waar ik slaap. Ik kan niets vertellen, niets! Of begrijpen. Het gaat zo snel. Niet normaal.

Maar het is heel dubbel. Als we in een grote stad aankomen wil ik zo snel mogelijk weg. De rust en de natuur in. Naar dorpjes met een bakker, supermarktje en een bar. Meer niet. Het is zo fijn om in zulke dorpjes te slapen. Het is geen chaos en toch is er alles. 

Verse wilde rozemarijn en lavendel in heet water.
 

Op zondag hadden we een dag van ruim 30 km. Nergens was iets. Alles was toe, zoals m’n Belgen zouden zeggen. Rond vijf uur kwamen we langs een golfclub en zijn het terrein op gelopen om te vragen of zij ons uit ons lijden konden verlossen. We kregen een biertje en ze vonden het heel interessant wat wij aan het doen waren. Mensen geloven totaal niet dat we helemaal vanuit Nederland en Belgie zijn komen lopen. We wilden ons tentje opzetten, maar er was enkel een grote weg. Gelukkig dachten ze met ons mee. 

Het was een best leuke golfclub. Niets kakkerigs op polo’s. Nee, kippen op het veld en boeren spijkerbroeken. 

  
DUS. Nu zitten we op cafe met WiFi. Ik heb mijn sexy teva’s aan. We zijn weer eens onder de mensen. Ik ga straks even Skypen met m’n vriend en misschien ook met m’n pa als hij op neemt. Even sociale thuisfront spreken! Want ik ben wel bijna 1000 km van huis. 

1000km. En toch heel normaal om hier te zijn. 

Dag 36-41

Dag 33-35

weer: hagel, regen, wind 13°C
dorpen: varzy, arbouse, la charity
afstand: 17/20/27

Lief dagboek,

Deel 2 van m’n tocht is in gegaan, althans zo voelt het. Ik zit op ongeveer 1/3 nu en ben Vezelay voorbij. Ineens is ‘pelgrim’ een ding rondom ons en lopen we op een een echte traditionele pelgrimsroute ipv een later toegevoegde route. We zijn het echte Frankrijk binnen. Lichaam is gewend en mentaal staat ook omgezet. Deel 2, kom maar op. Deel 3 is Spanje. En daar ben ik totaal nog niet mee bezig. 

Hageltrotsering!
 
Kent iemand het Traditionele Zuid-Afrikaanse Mau? Ik wel. Nu wel. Het is een kaartspel en het is verdikkeme nog aan toe vervelend. De Belgen en ik kwamen een dezer dagen twee mede pelgrims tegen in Arbouse. Guust en pap. Nederlanders, wat heel prettig was. 

Goed, dat kaartspel. Het is een soort pesten maar dan met regels die niemand weet. En als je wint mag je een regel verzinnen maar niemand weet het. Weet jij het nog? Met een paar Belgische leffes werd het toch verdomd lastig om je aan de regels te houden zonder de regels te weten. En maar ‘mau’ roepen, en ‘bier is lekker’ bij kaart nr. 9. 

Prachtige Loire
 

De afgelopen dagen waren heel vlak. Het is een week van doorzetten. Het weer begint nu vervelend te worden. De koud zit in m’n botten van de regen en warm douchen zit er niet altijd in. Doorgaan maar. Het kan niet altijd feest zijn. Ik had echt het idee dat ik al een week niets geplaatst had, maar dat was niet zo. Alles gaat wat trager. 

Er is ook iets nieuws gaande. We hebben problemen, of dat klinkt wel heel dramatisch, als we niet reserveren. We merken steeds vaker dat als we niet reserveren er ongemakkelijke situaties ontstaan. Nu ben ik altijd wel te porren voor ongemakkelijke situaties, maar na een lange dag wandelen wil je op een bed springen, je tas afsmijten en de drukkende schoenen in een hoek gooien. Tijd voor teva’s. Maar goed, we zijn er iedere keer nog mee weg gekomen.  

En dan nu de rubriek Kijkersvragen. Deze keer ingestuurd door Lianneke. Bedankt voor de input. 

“Is de reis anders dan je had verwacht?”

Ja. Totaal. En nee. Absoluut niet. 

Dat, omdat er eigenlijk totaal geen beeld geschetst kan worden van te voren hoe dit is. Ik bedacht mij wel hoe het zou zijn, wat ik zou denken, voelen, zien. Maar het is zo iets raars eigenlijk. Ik lóóp naar Spanje vanaf m’n huis. Dat kun je je ook niet inbeelden. Ik merk wel dat het heel normaal aanvoelt. Ja, soms sta ik er bij stil en dan is het, jeetje ik ben in Frankrijk gelopen. Maar ergens voelt het dus helemaal niet raar want alles gaat z’n gang. Het is allemaal zo normaal. Ik zit zo in het ritme en het leven als pelgrim voelt zo heerlijk aan. Als een jasje. Dus eigenlijk is het anders dan ik had verwacht, want ik had thuis gedacht dat ik het heftiger vond. Wat ik ook vind, maar niet per se voel. Ok ja het is misschien een beetje warrig. Maar mijn hoofd is ook altijd warrig dus dat klopt wel. Koekoek.

Ik had verwacht dat het eenzamer zou zijn. Wat ook is als ik alleen loop, maar ik ben tot nu toe iedere keer mensen tegen gekomen voor meer dan een kort praatje. Mensen die ik langer zie en met wie ik de camino kan delen, gadver dat klinkt echt cliche.

Het gaat ook veeeeeeeel sneller dan ik dacht. Ik ben al/pas vijf weken weg, ben al in midden Frankrijk. 

Maar ergens mis ik de impact. Terwijl het ook niet geforceerd moet worden natuurlijk. Maar ik zit in Franse cafeetjes, ga iedere morgen naar de Franse boulangerie en bewandel heel Frankrijk te voet. Maar echt heftig voelt het niet. Niet negatief bedoeld, want ik vind het heel tof. Maar het is net alsof je al je hele leven uitkijkt om naar Parijs te gaan en als je er bent geniet je en is het heel mooi, maar is het ineens gewoon Parijs, de mooie stad. Misschien tijd voor stukje bewustwording of keihard met de benen op de grond geduwd worden dat niets mooier is dan het lijkt met de rijke fantasie? Voer. 

Kusjes. 

Dag 33-35

Dag 30-32

weer: 1 dag zon 20°C, de rest grijs en rond de 10°C
afstand: 23/25/17
dorpen: arcy, vezelay, asnois

Lief dagboek,

Stukje informatie
Toen ik vanaf de zomer zo ongeveer mij ging inlezen over deze tocht kwam ik veel informatie tegen. Veel te veel zoals dat tegenwoordig gaat op het web. De routes vanaf Amersfoort stond niet in een boekje kant en klaar op mij te wachten. Dat was even puzzelen. Nu had ik vrij snel door dat St Jean Pied de Port, bij de grens met Spanje, aan de voet van de Pyreneeën zoals Art dat bij Peking expres zou zeggen, dé startplaats was. Vanaf daar begint de Camino tot Santiago. De Camino Frances. Een kleine 900 km. Ik geloof dat 70% van de camino-lopers deze route doen. Dan heb je nog de Camino del Norte, begint ook in St Jean en loopt aan de noordkust van Spanje tot Santiago. Verder nog in Portugal naar Santiago en wat varianten. Dat zijn de Spaanse routes. Ok, door naar Frankrijk. Le Puy en Vezelay zijn daar dé twee startplaatsen. De twee aorta’s als het ware. Je hebt in Frankrijk genoeg varianten. Vanaf Le Puy loop je verticaler over de landkaart naar St Jean en vanaf Vezelay bijna recht naar het zuiden. Daar weer boven in België routes die uitkomen in Parijs of Vezelay en zo doorgaan als een Mierennest op de wereldkaart. 

Dat was in de inleiding. 

 

“Ja, daarbóven is het!”
 
Je kunt begrijpen dat na een duik in de pelgrimswereld en al het jargon wat in mijn hoofd gestampt zit (zoals het woord camino en buen camino en ultreia), is Vezelay echt een ding. 

Wij hadden de dag van Vezelay (“Oh ik zal het nooit meer vergeten!”) stralend weer en een etappe van ruim 20km en veel bergen. Maar de laatste 500m waren mij toch een partij intens! Vezelay ligt op een heuvel, lees Kilimanjaro. Heel mooi natuurlijk maar daar moet gij ook geraken. 

We kwamen dichter en dichter bij. Wijzend naar het stadje, daar is het! Kris zei op een gegeven moment dat het voelde alsof we al in Santiago aankwamen en já dat was het ook! Ik was echt enthousiast opgewonden en zenuwachtig. We waren in Vezelay! Fucking Vezelay! Where it al happens. Mijn tweede routeboekje is uit, ik ga aan m’n derde pelgrimsroute beginnen, wauw wat gaat het snel. Wauw wat zijn we ver, wauw wauw wauwie!

Ja ik ben echt enthousiast

Hoe dichterbij we kwamen hoe meer we omhoog moesten kijken. Dit was echt mega steil hoog en heftig. Maar goed, zit niets anders op. Klimmen. En dat deden we. Klimmen. Alsof er ons leven vanaf hing. Zweetdruppels langs m’n gezicht. Rugtas op m’n rug. Stap voor stap. Voeten tussen de stenen op de weg plaatsen en door. Plakkerig t-shirt negeren. Toeristen vriendelijk bonjouren en passeren. Rustig ademen en door. 

Uitzicht vanuit pelgrimsopvang
 
EN TOEN, toen stond ik voor de basiliek van Vezelay. Waar ik al meermaals over gelezen had en ik was er heen gelopen vanaf m’n voordeur! Hoe is het mogelijk. Hoe! En hoe! Hoe hoe. Geen blaren. Geen pijn. Nat t-shirt en hijgend maar verder picobello. 

Wat geweldig was, was dat er geen enkele andere pelgrims waren. Vezelay staat bekend om z’n pelgrims en de mooie oude wegen en cultuur historische blabla. Dus er waren veel toeristen. En wij waren de attractie. Want je zag gewoon in hun ogen: “Ja, er zijn serieus nog pelgrims ook, kijk pelgrims!” Terwijl zij net met hun auto de berg op zijn geregen met airco op vijf. We moesten nog net geen handtekeningen uitdelen of met ze op de foto. 

Dat was dus zondag, de dag van Vezelay. Die dag ervoor hadden we een etappe met Lucy Arcy Bessy en weet ik veel wat voor dorpjes. “Nee, in Arcy is een bakker en we komen zo in Bessy en daar ligt Lucy.” Half uur later. “Dus in Lucy kopen we brood?” “Nee, in Bessy daar komen we zometeen! “Is daar een cafe?” “Nee, in Arcy.” “Nee, in Arcy gaan we slapen.” Und so weiter und weiter. Úren lang want het was ook ingewikkeld. 

En wat een rot dorpjes. Kleine nare dorpjes zonder ook maar een hond op straat, of kat zoals ze in het Vlaams zeggen. Geen bakker, geen cafe, Marie was gesloten. Het begon te regenen. Huilen dus. 

We settelden ons op een bankje in het park, waar aan het water een groep jongeren aan het BBQen waren. Waar die ineens vandaan kwamen, geen idee. De geur van kipsaté en biefstuk met heerlijke sauzen kwamen ons tegemoet. Met de handen in het haar. Wat moesten we nu? Alles was dicht, we konden nergens eten kopen, rammelen deden die magen. De wolken openden zich boven ons en nergens konden we schuilen. Alles in de tassen waren doorweekt. We renden als kippen zonder kop op zoek naar een droge plek en ik ging keihard door m’n enkel. M’n broek vol modder en een dikke enkel strompelde ik door. 

 

poseren
 
Grapje, ik ben in een heel dramatische bui. Het kwam allemaal goed. Na een paar slokken water, suikersnoepje en de poncho weer op, liepen we door naar Arcy. Daar was een supermarkt, open!, en een gîte waar we konden slapen. En als kers op de taart een restaurant waar we heerlijke hamburgers hebben gegegeten. 

Dolletjes!

Dag 30-32