Dag 3-5 Vessem

weer: wisselvallig, 5 °C
afstand: 28/20/30
dorpen: vught/boxtel/vessem

Lief dagboek,

Koen liep met mij mee, een klein stukje, richting Den Bosch. (Hij was vandaag jarig, van harte kerel!)

 

Jarige koen
 
Den Bosch. Precies vandaag, zondag 6 maart, was er een feest aan de gang daar. Carnaval. Ik heb níets met carnaval. Niets snap ik er van. Zuipen om het zuipen, verkleed, luidruchtig, massa mensen… rillingen. En dat had ik. Wat een drukte. Iedereen had een soort dirigentenjas aan met kikkers en emblemen. Sjaals en beenwarmers in rood wit geel (kleur van Den Bosch, je weet).

Doorlopen naar Sint Jan voor een stempel.
DICHT!
Door die optocht! Het zal toch niet waar zijn… Er stond wel een man van de kerk maar die kon mij niet helpen. Maar hij snapte mijn teleurstelling, want ik kwam natuurlijk om ‘door de heilige deur te gaan’. Ehm ja. Maar daarna moet er wel gebiecht worden.
Het was mij allemaal toch weer wat. Ik kwam morgen wel even terug, zei ik. Ik zei er maar niet bij dat dit toch echt een nachtje tot mij door moest dringen. Heilige deur, biechten. Ik was echt in de pelgrimswereld beland.

“Hoi”, zei ze met een brede glimlach en ze haalde met een hand haar bruine lokken uit haar gezicht. Het meisje pakte haar roze fietsje op en fietste langzaam naast mij.
“Hoi”, zei ik ook.
Ze keek observerend naar mijn tas op m’n rug. “Heb je vandaag meegelopen in de optocht?”
“Nee, ik loop naar Spanje”, zei ik vermaakt.
Het meisje haar ogen werden groot. “Niet.”
“Echt wel.”
“Echt niet.”
“Echt wel.”
Ze grijnsde en fietste harder. “Niet. Je jokt. Doei.”
“Doei.”
Snel trappend reed ze voor uit. Ze was, ik gok, 8 jaar. Maar ik weet niet zo veel over kinderen. Ze keek over haar schouder. “Echt?”
“Echt.”
Ze stopte en ik haalde haar weer in.
“Maar dan ben je een paar jaar bezig.”
“Nee, over vijf maanden ben ik er zeker.”
Haar ogen weer groot. “Niet waar.”
“Wel waar.”
“Niet waar.”
“Wel waar.”
Haar korte beentjes gingen snel in het rond op het roze fietsje, ze maakte weer vaart.
“Echt”, zei ik.
“Ik kom je opzoeken over een paar maanden in Spanje, kijken of je jokt.”
“Is goed, ik zie je dan.”
En ze fietste hard weg. Haar roze fiets ging van links naar rechts. Bij de bocht keek ze om. “Niet waar!”

Door naar Vught. Daar had ik mijn laatste voorbedachte slaapplaats. De oma van Alard (collega). Hilarisch. Een hele schattige oude vrouw, tikkie dement en vijf keer vraagt of ik nog een koekje wil, of ik genoeg heb gegeten en tig keer over de tijd vroeger.

’s Ochtends was ik warempel eerder op dan Oma en zette ik een kop thee voor beiden. We aten beschuitjes.

Daar moest ik toch echt weg, want ik zou en moest naar Sint Jan gaan. Maar ik had mij voorgenomen niet koppig te zijn en te luisteren naar mijn lichaam. En mijn lichaam zei wel dat ik te hard begonnen was.
Dus ik nam de bus terug naar Den Bosch, ontving mijn stempel, praatte met mensen in de kerk, kreeg nog een hand op mijn hoofd.

Ik was in Brabant. Brabant. Een hele andere wereld. Ik zat een avond bij een kennis, en iedereen praatte plat. Ik verstond er echt níets van. Het was hilarisch. En er kwamen tonen van Marianne Weber (?) voorbij en ze kenden Vivaldi niet. Ik vond het weer machtig mooi. 

 

vriendjes
 
Dinsdag was een zware dag. Ik ben best verkouden, wat wil je met dit weer en deze activiteit. M’n hoofd staat op ontploffen. En ik zou vandaag toch weer bijna 30 km lopen. 

Toch maar lopen want ik kom niet vanzelf in Vessem. Nee. Kreeg een slok koffie van een vrouw in de auto, een sentimenteel en emotioneel verhaal van een andere vrouw wier dochter ook op reis ging en werd aangesproken door Bianca. 

Bianca zag de schelp op mijn rug en vroeg vanalles. Ze liep een stukje met mij mee en toen ik vertelde dat ik langs Oisterwijk liep bood ze meteen aan of ik bij haar thuis koffie kwam drinken. 

Anderhalf uur later zat ik bij haar thuis en at ik hele pittige soep (maar wel heel lekker en gezond), dronk ik sapjes en thee en kletsen we een paar uur vol. Het is dat ik al een slaapplaats had anders mocht ik ook blijven slapen. Ik vind het leuk. Heel leuk. 

Ze had een hond. Een teefje en zij was net loops geweest en dacht dat ze puppy’s had gekregen. Dus de hond, Sam, was heel territoriaal jegens mij. Heel dominante blik. Ik wist helemaal niet dat honden schijn bevallingen kunnen hebben. Of iets. Gehad. Oké enfin. 

’s Avonds in een pelgrimshoeve aangekomen. De start van mijn eerste pelgrimsroute. Tot nu toe liep ik op de bonnefooi.

  
Daar kwam ik Henk tegen. En Henk is de pelgrim die een dag voor mij uit liep en uitgezwaaid werd in Den Bosch. Ik kwam zelfs bordjes tegen met: “Henk zet hem op!” Dus het was geestig om de hoeve in te lopen en er nog een pelgrim te zien (want wie gaat er nou van NL naar Spanje?!). Maar het bleek voor beiden een verrassende ontmoeten te zijn want hij had ook al van mij gehoord. Wat een kleine wereld. Ik dacht dat ik juist even wég ging de grote boze wereld in. 

Conclusie (dat zei m’n oma altijd. Zo pragmatisch): Ik ben pas een kleine week onderweg maar heb nu al door dat ik op de raarste plekken en situaties ga komen. En ja, dit leventje is fysiek en mentaal even wennen. Ik zal niet jokken. 

PS: morgen loop ik Belgie in! Nu gaat het echt gebeuren!!! Woop woop. 

Advertenties
Dag 3-5 Vessem

Dag 1-2

weer: sneeuw, 3 °C
afstand: 25/30 km
dorpen: wijk bij duurstede/zaltbommel

Lief dagboek,

Ik ben weg! Ik ben vertrokken! Mijn reis gaat beginnen. Donderdag nog zulke heldere blauwe luchten en schaapachtige wolkjes. Kus pap, kus mam, kus vriend, kus katten… adieu!
  
Vrijdagochtend 4 maart. Nooit zal ik hetzelfde terugkeren. Amersfoort, tot nooit meer.

drama drama

Want het wás drama. De lucht was grijs, er viel regen uit de lucht.
Maar doorgaan, dat is de regel. Niet gek laten maken.

In Doorn sneeuwde het nog gigantisch, bijna onmenselijk. Alles zag wit. Een rondje om de kerk en een ‘Hallo! Koffie?’ kwam tevoorschijn. Het was dominee Teun. Na uitgelegd te hebben wat ik aan het doen was, liet hij mij de kerk zien en kreeg ik een hand op mijn hoofd en werd ik gezegend voor onderweg. Het was weer een ervaring.

 

Officiele persfoto jawel jawel
 
Nét zoals zaterdag. Na 30km kwam ik aan in Zaltbommel en Koen wachtte mij op bij de Willem Nijhofbrug. Ik mocht bij hem overnachten en mee-eten. Wat een top kerel. Hij begroette mij heel symphatiek en er kwam vanalles uit z’n rugzak. Krentenbollen, super vitaminenwater. Precies wat ik nodig had!

Toen kwam het! We liepen naar de Maartenskerk net buiten het centrum van Zaltbommel. Er was een fuif aan de gang voor alle vrijwilligers van de stichting van de kerk. Inclusief burgemeester dus serieuze zaak. De kiosk werd opnieuw geopend. 

En ik… Ik kreeg een officiele pelgrimsstempel. En dat niet alleen. Er waren blijkbaar persberichten eruit gegooid en drie (DRIE) kranten waren geinteresseerd in mij. Dus huppa … Foto hier. Foto daar. Ik werd zelfs geïnterviewd. Ik stond in de spotlight. Het voelde allemaal heel erg vreemd. Laat mij maar gewoon m’n blog schrijven en in m’n schriftje letters kladden. 

 

Bovenin de kerk
 
Sterker nog, ik werd wel TWEE keer herkend op straat. Ken je dat gevoel? Dat je over straat loopt en een wildvreemde ineens je naam roept?

Ik vond het hilarisch. Het is zo surreëel allemaal. Net als de reis op zich. 

 

Met Willem!
 
Ik kreeg een hele interessante rondleiding door de kerk, alle gangetjes omhoog en boven alles in de kerk uitsteken, stiekem in een donker hoekje van de kerk kijken hoe ze dat vijfhonderdduizend jaar geleden hadden gemaakt. Jeetje MINA, wat een avontuur!

Dag twee volbracht, nog een kleine honderd te gaan!

Liefs,

Zora

Dag 1-2