Dag 104 einde

weer: regen regen regen 20°C
afstand: 23
dorpen: santiago

Lief dagboek,

Dat was het.

Dit was het.

Mijn tocht zit er op. Na 104 dagen en bijna 3000km is het gedaan. Al die meters, al die stappen. Het is klaar. Voor mezelf, naar Santiago.

En daar was de kathedraal. Hij verscheen voor mij en ik keek er naar.

DAAR LIGT SANTIAGO

Vanmorgen werd ik om een uur, drie uur en vijf uur wakker. Helemaal op van de zenuwen. Doordat ik geweldige oordopjes heb, keek ik om vijf uur op om te zien dat de groep Spaanse leerlingen al weg waren. Mooi. Ik pakte snel m’n slaapzak in, pakte m’n natte kleren (die nog steeds nat en muf waren) van de railing en verdween naar de gang.

Snel weg. Want Santiago is waiting zoals ze al in St Jean tegen ons zeiden.

Buiten besefte ik mij dat het donker was. Ja natuurlijk is het donker! Het is fucking vijf uur. Ik ben bijna in Santiago! Na een dappere poging de weg te vinden in het donker, pakte ik toch m’n koplamp er bij. De straatverlichting verdween namelijk in het bos en ik zag niets.

“Ja, maar met backpack dat is nu een verlengde van mij.”

Ondertussen regende het weer en m’n koplamp deed het niet goed. Wat een avontuur. Ik ben er bijna! Hinkelend over stenen en takken werd het langzamerhand licht. Mooi, lamp uit en ik kon weer zien waar ik liep en waar de gele pijlen waren.

Bij een bar na vijftien km ja nu ben ik er echt bijna! kwam ik Felix tegen, een Duitse jongen die ik al de hele Frances af en toe zie. We hebben een broodje gegeten en ik ben snel door gegaan nog tien km denk ik te doen dus ik ben er bijna!

En toen

Toen zag ik Santiago. Ik zag het. Ik zag Santiago! Daar lag het! Voor m’n neus! Waar is de kathedraal? Ik liep door, flinke pas er in. Santiago kwam dichterbij. Wat een grote stad zeg. Ik zie de kathedraal nog niet, waar is hij! 

Kathedraal van binnen


Pas na 45 (!) minuten kwam ik in het centrum van Santiago. Het oude gedeelte. Het schoot niet op. En de regen ging harder en harder. Koude benen met die korte broek. Maar goed, doorgaan! WAAR IS DIE KATHEDRAAL! Weggetjes omhoog, klein, oud, ik kom dichterbij. Ik ben er bijna. Jaa ja jaaaa waar is die kathedraal kom op waar ben je waar is dat plein waar is de kathedraal ik ben er bij-..

Jaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!!!!!

JAAAAAAAAAAA DAAR IS HET PLEIN IK STA OP HET PLEIN IK STA BIJ DE KATHEDRAAL

Tien minuten stil gestaan en stilletjes de tranen laten bungelen over m’n wangen. Daarna m’n stok weggegooid, tas af en op de grond in de plassen in de regen en keihard lopen janken.

Ik ben er. Na drie bijna vier maanden lopen, afzien, pijn, genieten, in de natuur, lol, nieuwe vrienden, onzekerheden, veel ontmoetingen, eenzaamheid BEN IK ER. IK BEN ER!!

Geen kilometers meer voor mij. Nul. Ik ben bij het einde van mijn reis. IK BEN ER!

Alles ging door mij heen. Mensen kwamen naar mij toe om mij te feliciteren, een knuffel te geven. Ik zag allemaal bekenden die ik tijdens m’n reis tegen ben gekomen en iedereen was blij, opgelucht, verdrietig en boos tegelijk. In stilte, in tranen, in lachen.

Na een uur was het wel welletjes en ben ik weer eens opgestaan en mezelf bij elkaar geraakt. Tijd voor het echte werk: de Compostela. De oorkonde. Dat hoort er bij.

Wat een bedrijf weer. Allemaal pelgrims in de rij. Pelgrims die 900km, 100km of 3000km hadden gedaan. Ze waren hier allemaal. Na ruim een uur wachten was ik aan de buurt en potverdrie, de vrouw achter de balie deed moeilijk en wilde mij bijna geen Compostela verlenen. Ho eens! “Ik zie geen stempel van Sarria.” (De stad waar je begint als je alleen de laatste honderd loopt.) NEE DAAR LIEP IK DOORHEEN HALLO ZIE EENS IK HEB TWEE PASPOORTEN VOL MET STEMPELS!!

Uiteindelijk kreeg ik m’n diploma, terecht, anders was de hele trip voor niets. Nee grapje.

Ik maakte al grapjes met mensen om de Compostela te verbranden. Stom stuk papier. Alles zit in je hoofd. 

Goed, bed regelen. Oh nee eerst naar de huiskamer. Oh nee de bus. Jee ik moest allemaal dingen regelen en ik wilde helemaal niets. Dus ben ik weer naar buiten gegaan en even naar mensen gekeken. Daarna zag ik een bord naar de huiskamer en ben er gaan kletsen. De Huiskamer is een plek voor alle Nederlandse en Vlaamse pelgrims die Santiago hebben behaald.

Bus geregeld, bed geregeld. Fine. Nothing to do.

Op m’n teenslippers uren door de stad geslenterd. Cadeautjes voor mezelf gekocht, bier gedronken met Felix, Christian, de Zweed, zag ik ook ineens op het plein. Heerlijke inktvis gegeten en daarna was het tijd voor de pelgrimskerkelijke toestand.

Zónder groot wierook toestand, want dat is alleen op vrijdag of je moet vierhonderd euro betalen (sommigen zeggen tweehonderd). Duurde eeuwen. Ik ben gewoon niet zo goed met kerkelijke katholieke toestanden. Zitten, staan, zitten, staan, zingen, spaans, bidden, op de knieen, zitten, elkaars handen schudden (toen schoten Christian en ik in de lach en vanaf daar kwam het niet meer goed).

Ok. Ik ben klaar. Mijn pelgrimsreis zit er op. Míjn reis zit er op.

Het was mooi. België met Wim, Frankrijk met m’n Belgen Kris en Stefan en later Tilburger Guust. En in Spanje te veel om op te noemen.

Maar voornamelijk met mezelf. Zora. En dat heb ik overleefd.

Nu ga ik naar huis. Dertig uur in de bus zitten en de weg in reverse in fullspeed vanachter een glas bekijken en beseffen hoe dit was.

Nu ga ik naar huis. Naar Stefan, Hans van Tol en Juffrouw Nel, m’n ouders en m’n vrienden.

Bedankt allemaal voor de lieve reacties. Voor de steun.

Hele dikke zoen,

Pelgrim Zora

Ps: mocht er nog iemand iets willen weten of vragen. M’n emailadres is zoraderuig@live.nl

Advertenties
Dag 104 einde

Dag 101-103

weer: wat gebeurt hier?! regen regen regen, merk dat ik de bergen over ben en bijna bij zee. 23°C
afstand: 47/45/40
dorpen: a péna, casanova o mato, santa irene

Lief dagboek,

Zo blij zo enthousiast, als een kind! Het einde mijn doel de laatste stappen. Ze zijn er nu. 

Voordat ik wegging had ik nagedacht hoe Nederland, Belgie en Frankrijk zou zijn… Maar Spanje dat was nog zo ver weg. En de dagen net voor Santiago dacht ik al helemaal niet aan.

Maar goed ik ben bezig met de laatste 100km… Verdomme verdikkeme JAA!

Ware blijdschap na lange dag en geen steen. Dan maar zo!

De heftige bergen hebben we achter ons en we lopen nu naar beneden, naar de zee. Maar het blijft klimmen en ik kan niet meer bedenken hoevaak we ‘more climbing, last one’, hebben gezegd. Ja dit is de laatste, ik zweer het. Ik kijk even in m’n boek, nee geen klimmen meer! Allemaal leugens. Wat een zware dagen. 

En ondertussen doen we wel rond de 45km. Het is misschien gek, en veel, maar het voelt heel natuurlijk. Twee maanden geleden was 35 pittig, 30 veel, 25 normaal en 20 ok. Nu is alles met tien omhoog. Maar wat wil je als je al bijna 3000km hebt afgelegd. 

“Ik ga even een rondje lopen met de koeien, joe!”

En wat zegt dit nog meer? Na bergen, komt… Óf zon en droogte óf frisjes en regen. 

En laten we nou net de droogte dorre periode al gehad hebben. REGEN! Vandaag helemaal nat geregend. Maar echt woest. Ik had m’n poncho over mijzelf en m’n tas, maar dat is zo onhandig en koud was het niet, dus er werd een soort sauna gecreëerd onder m’n poncho. Ik deed hem alleen om m’n tas en liet me helemaal nat regenen. HEERLIJK. Want boeie, ik ben toch bijna in Santiago.

Dat bleek ’s avonds tot een verrassing te komen. De roosjes die ik als hippie al vanaf St Jean op mijn hoofd heb, gaven helemaal af en ik was ineens het scandinavisch meisje met roze haar. Oké dan. 

Nu was al bekend dat hoeverre je op de camino komt, hoe drukker het wordt. Maar het hoogtepunt is in Sarria. Een grote plaats net voor de 100km steen. Daar beginnen -serieus- klassen met kinderen van 14 tot 18 jaar. Bij de kathedraal in Santiago krijg je enkel de oorkonde als je de laatste honderd hebt gelopen. Belachelijk natuurlijk want dat doe je in drie dagen! Maar goed. En ik wist dat het heftig was, nog heftiger dan de shock toen ik op de Camino Frances kwam vanuit het rustige Frankrijk, maar een keer liep ik (weer eens) een heuvel op, keek naar de weg voor me en zag serieus HONDERDEN pelgrims. Daar is de pelgrimtrein!

De route die ik heb afgelegd

Op weer een doldwaze dag van bijna 50km kwamen Filippe en ik aan bij een albergue. Tijd om te stoppen. 

Vol. 

Ok dan maar drie km verder. Pff. Al die stomme mensen hebben nu ons bed. Wij verdienen een bed! Meer klimmen ondertussen…

Vol. 

Álles is vol. En bij de privé herbergen kun je reserveren, wat al die fakers doen. Want pelgrims, die lopen gewoon en stoppen als ze moe zijn. Maar dat is ook verleden tijd. (En ja dat mag ik nu zeggen als pelgrim-zijn voor bijna vier maanden.)

Wat nu? Buiten slapen dan maar? Schuilplaats zoeken en slaapzak uitrollen? Nog een plek proberen…

Waar we terecht kwamen was hilarisch primitief, klein en zijn maar snel gevlucht naar de bar. Maar we hadden een bed, een (warme) douche en een dak boven ons hoofd. 

Dorpje bovenop de berg waar zelfs de muziek bij het interieur past. Net een film.

Verandert de sfeer hier, nu de eindstreep in zicht is? Ik vond dat een moeilijke vraag, ook al stel ik hem mijzelf. 

Wat ik persoonlijk merk is dat je groepen krijgt. Je kent de mensen die al langer lopen en serieus de weg lopen. Deze mensen onderling zijn hechter met elkaar. Het is een beetje zoals net in het begin op de Frances, dat er was tussen pelgrims die ook in Nederland, België of Frankrijk waren begonnen. Ja, die groep is heel hecht, want wij hebben het verdikkeme gedaan en zijn er bijna!

Je merkt aan de jonge klasmensen dat het hen niet interesseert en liever met elkaar bezig zijn, harde muziek willen luisteren en het niet zien dat er een grote roofvogel net boven je hoofd vliegt. Dat soort dingen. 

Hier sliep ik!

Ach, ze moeten het ook lekker zelf weten. Ik ga gewoon verder met blij en enthousiast zijn en genieten van de laatste meters!

Kusjes van een bruin gekleurd meisje waarvan de huid helemaal klaar is met de zon, wenkbrauwen en wimpers zo wit als een konijntje, al drie maanden dezelfde kleren draagt en een bonk spier is. 

Dag 101-103

Dag 97-100(!)

weer: zon en 30°C
afstand: 36/35/42/35
dorpen: murias de rechivaldo, riego de ambrós, perejo, fonfría

Lief dagboek,

Er was een heel schattige albergue in een klein plaatsje. Een oud huisje met tien bedden. Het werd gerund door Pédro. Een man van in de zestig met een vissershoedje. Het was allemaal vrij armoedig maar Pédro maakte er het beste van. Hij hield een papiertje omhoog met in het Engels geschreven dat de boiler niet zo groot was en een verzoek of iedereen niet te lang wilde douchen. 

Bij Cruz de Ferro

Tegenover de albergue stond een grote boom met daaronder een aantal bankjes. Ook was er een fontein, Pédro wees er naar en zei in gebrekkig Engels daar ik daar m’n kleren kon wassen en gaf mij een groot stuk zeep en een teiltje. 

Ik werd er heel erg gelukkig van. 

Daar in dat kleine dorpje was 1 bar waar ik wat ben gaan drinken met een Australische fietser en een Zweeds/Frans/Nieuw-Zeelandse man. Binnen zaten allemaal oude mannetjes, het hele dorp waarschijnlijk en werd er om vier uur hele sterke drank gedronken in een speciale kan. De kan gaat rond en rond en iedereen giet iets in z’n mond. 
De volgende ochtend, we grapten dat Pédro waarschijnlijk met ons yoga-oefeningen wilde doen, kregen we zelf geslagen yoghurt te eten met geplukte besjes. Mmmm. 

Leuke barretjes met Triggerfinger langs de camino

Op donderdag kwam ik langs Cruz de Ferro waar de traditie is om een steen neer te leggen als het ware zo een last los te laten. Een hele happening, fietsen gingen op de berg om een foto te maken. 

Wat heel tof was, is dat het op de top van een berg lag. Ja ja ja, Zora is weer aan het klimmen! Cruz de Ferro zat op dezelfde hoogte als waar ik de Pyreneen overging. 

Ik houd van de bergen. Het is zo ontzettend mooi! De ruimte, de frisse lucht, de vegetatie. Prachtig. 

Daar bij Cruz kwam ik Filippe/Philip weer tegen. De Zweeds/Frans/Nieuw-Zeelandse man. Altijd helemaal ingepakt met pet, sjaal en zonnebril, want hij krijgt uitslag van de zon.

’s Avonds kwam ik hem weer tegen in de albergue en bespraken we tijdens een goed glas koud bier het plan voor morgen. Er was namelijk een probleem. Net zoals ik, hield hij ook niet van grote plaatsen en wilde de etappe-plaatsen vermijden om te slapen. De meeste mensen lopen namelijk volgens het boekje, maar ook echt precíes wat het boekje zegt. En dan zouden we óf 32km óf 42km lopen als we die plek wilden vermijden. 

Slapen met de koeien die rondjes lopen

Stilte, we keken elkaar aan en de beslissing was gemaakt. Morgen wordt ons record verbroken! Crazy people.

Dus de volgende dag wij om vijf uur op. Ik lag toen al helemaal in een deuk, wat zal dit voor een dag worden?! Omdat we allebei in ons eigen tempo wilden lopen splitsten we al meteen. Iedere keer als ik hem tijdens de etappe tegenkwam dronken we een koffie en moedigden we elkaar weer aan. 42km. Zotte. 

Toen ik na 36km hem in het etappeplaatsje Villafrance del Bierzo (ja echt) alweer met bier zag zitten hebben we de laatste zes km samen gelopen en keihard liederen gezongen om de moed er in te houden. Want lang was het zeker. 

Maar het voelde zó goed. Wat een voldoening. High five, “WE MADE IT”! Schoenen uit, voetjes onhoog en alles was weer prima. 

Ochtend om 6u!

De volgende dag kwamen we een Zweedse jongen tegen die ik al een paar dagen ben tegen gekomen -ik zie niet vaak meer bekende gezichten omdat ik zoveel km maak, maar daarom zijn juist de bekende gezichten die ik zie specialer- en na een hele dag vol klimmen, want het is me toch een partij klimmen hier, bleven we bij een boer met veeeeel koeien. Dat was lachen. Weg van de pelgrims voor een nachtje. 

Al dagen heb ik het gevoel dat het genoeg is. Maar nu bekruipt mij een soort van zenuwachtig slash opwindend gevoel. Ik ben er bijna!!! Ik ben bijna bij mijn concrete doel. Hier is het dan bijna!! Nog 150km, ik zie het om de kilometer, om de kilometer staat hier in Galicië -of wat de regio ook is- een stenenhuisje met de kilometerstand. WOOOEEIII. Ik ben bijna waar ik het allemaal voor deed.

Bijna in Santiago de Compostela!

Dag 97-100(!)

Dag 94-96 Léon

weer: zon 25°C-30°C, ja nog steeds
afstand: 33/36/33
dorpen: bercianos del real camino, arcahueja, villar de mazarife

Lief dagboek,

Ik kom al twee weken lang zo ongeveer elke dag dezelfde Koreaan tegen. Hij lijkt zestien, is mega schattig en iedere keer als hij me ziet buigt hij, zoals alleen Koreanen kunnen. Hij heeft na het douchen altijd een streepjes t-shirt aan wat hem nog schattiger maakt. En iedere keer als ik hem zie krijg ik een Awww-gevoel. Een mix tussen zieligheid en schattigheid. Want hij kan geen Engels en heeft nooit contact met mensen. 

Zondag passeerde ik hem weer eens en zeiden we hoi. Zoals altijd. Hij buigen en ik zwaaien. Hij zei, of brabbelde eerder, dat ik altijd zo snel loop. Ik vroeg waarom hij altijd zo bepakt loopt. 

Dat zal ik even uitleggen. Op een of andere manier zijn hier heel veel Koreanen en lopen ze allemaal, terwijl het bijna dertig graden is en de zon vollop schijnt, met lange mouwen, lange broeken, soms handschoenen en hoeden met een nekschot op. 

Ik wees naar de zon, zei ‘hot’ en ‘warm’ en wees daarna naar zijn lange mouwen. Hij stroopte zijn mouwen op en ik zag zijn witte arm en bijna vuurrode handen. Oeps! Ik dacht dat ik een albino was maar blijkbaar kunnen die Aziaten er ook wat van. Dat was het gesprek. 

Toen kwam ik hem maandag weer tegen. Op een lang eeuwig grindpad naast een grote weg. Verdikkeme, dacht ik. Hij loopt ook veel! We hebben samen wat opgelopen en geprobeerd te praten. Hij komt uit Korea, heeft al zo ongeveer de hele wereld gezien en is geen zestien maar zesentwintig. Leuk hè. 


Ik had mij voorgenomen om na de rustdag in Burgos rustiger aan te doen in verband mijn bloeddoorlopende open wonden met pus op mijn voeten. Dat is mislukt. Ik nam mij iedere dag voor er maar twintig of vijfentwintig te doen en zoals jullie kunnen lezen bovenaan ieder blog, waar ik braaf mijn feiten bijhoud, heb ik iedere dag tussen de 30 en 38 gedaan. 

Maar HOE DAN OOK, ik loop blaar- en wondloos rond. Dansend op mijn schoenen. Op een of andere manier herstelt mijn huid zo goed dat ik na een dag rust en drie dagen teva’s zonder pijn kan rondlopen. Mijn huid is rustig en dicht. Héérlijk! Knallen maar weer. -Nee, Zora doe nou maar rustig aan en houdt het onder de 40km!-


Sekte. Een grote Disney familie. Dat is het hier op de camino. 

Zondagavond sliep ik bij een kerkelijke instelling gerund door vrijwilligers. Pelgrims krijgen hier een bed diner en ontbijt voor wat je kan betalen. De donativo, zo geheette. Er werd een mega grote pan linzensoep met aardappel en vlees gemaakt. Salade met tonijn en brood. En natuurlijk een fles rode wijn. Met zestig man, en dertien nationaliteiten!, zaten we in een eetzaal. Nadat iedereen het eten op had kwam een vrijwilliger voor staan en begon een soort van apeech. Hij riep alle nationaliteiten een voor een naar voren om een lied in diegen zijn taal te zingen. 

Ja, het is echt gebeurd. En ik kan je zeggen, het was tof. In het begin was iedereen verlegen en bescheiden. Maar op een gegeven moment hing er een super relaxte leuke sfeer. We gingen pas om elf uur naar bed. 

Pas, want hier is het negen uur wel bedtijd. Wat wil je als je om zes uur opgaat om een hele dag te wandelen. Dat is even anders dan thuis! Daar begon mijn dag wel eens om acht uur s avonds tot zes uur s ochtends. 

De weg tussen Burgos en Léon is vlak.

Het lopen gaat zo lekker. Mijn lichaam voelt sterk. Na 38km heb ik het wel gehad, maar mocht een albergue vol zitten kan ik er nog wel tien. Wauw. Dat voelt goed!

en toen
toen zag ik jou

Nee, even geen Frank Boeijen.

En toen kwam ik in Léon. Wat een geweldige sfeer hangt er. Leuke pleintjes en terrasjes. Ik besloot er niet te blijven naar er doorheen te lopen na een lunchbreak en bezichtiging van de kathedraal.

Op het plein kwam ik nog een Zwitser tegen die thuis is begonnen en in heel Frankrijk de trein had genomen, een Duitse hippie die ik weken niet had gezien en een Jeruzalemse gast die van iedereen hield en alle koffies betaalde. Prima. 

LEON

Nu zit ik in een gelikte tuin die zo van de Belgen had kunnen zijn, kort gemaaid en strak bijgehouden. Praat met wat Duitsers, hè want mijn Duits is toch al zo goed, en een koreaan, oh nee amerikaan?, vroeg of hij zich met het gesprek mocht bemoeien nadat ik zei dat iedereen naar perfectie streeft maar dat perfectie niet bestaat en daarom het niet gek is dat mensen zo vaak depressies en burnouts hebben tegenwoordig (ja ik was echt in m’n nopjes). Hij wilde zeggen dat perfectie wel bestond: Jezus Christ. 

Ok later!

Dag 94-96 Léon

Dag 91-93

weer: 28°C zon
afstand: 32/32/37
dorpen: hontanas, frómista, calzadilla de la cueza

Lief dagboek,

De afgelopen dagen kan ik omschrijven als: openspringende blaren. 

En ja dat is net zo funky als het klinkt. Ik heb in Burgos een paar dagen vrij genomen, anderhalf, en op teenslippers gelopen. Daarna heb ik drie dagen op mijn teva’s gelopen.

Mijn vleessokken en tevas sleuren mij door zware tijden

Dat is allemaal prima, want de oude wonden zijn redelijk genezen en rustig geworden. Alleen die rot teva’s hebben nieuwe ontwikkeld. Ook een huge one ónder m’n voet. Ik houd mezelf zo wel bezig inderdaad. 

Het is verrot. Want ik vind de drukke albergues al zo heftig. Geen privacy. Veel mensen in een ruimte. En normaal had ik dan het heerlijke lopen. Maar nu is dat niet meer zo heerlijk, door die stomme voeten. 

Op zaterdag kreeg ik de optie van óf 20km óf 37km. Er was namelijk na het dorpje voor 17km niets meer. En dat is vrij uniek hier op de Camino Frances. 

Overal bloemetjes!

Maar goed hé ik ben wel erger gewend. In Frankrijk hadden we soms zes kilo aan eten omdat er de aankomende zoveel dagen gewoon geen winkel was. 

Maar jézus. Die laatste 17km waren een hel. Ten eerste was het tussen 12-4 dat ik liep. Het heetst van de dag. Er was geen schaduw. De weg was rete saai. Mijn teva’s schuurden aan de onderkant van m’n voeten de nieuw ontstaande blaren weer open. Mentaal ging ik dood, en fysiek dus ook half. 

Nog 5km tot het volgende dorp en er was een schaduw plek en een kamper-iets met drinken. Ik smeet m’n schoenen uit, sokken uit, alle pleisters van m’n voeten en ben gaan liggen voor een uur. Even rust, voeten luchten en sokken drogen. 

Een kerk en daarachter de torens van de kathedraal in Burgos

Daarna heb ik besloten voor het eerst in vier dagen geloof ik mijn schoenen weer aan te doen. Wat ik bijna niet meer durf. Dat ging goed. Het voelde steviger, beter voor m’n voeten/benen/knieen. Morgen weer. 

En toen was ik EINDELIJK bij de refuge. Ik was zo blij. Bijna 40km gelopen in die hitte en met die rot voeten. Maar er waren geen bedden. Ik kon er niet slapen. NOU IK KON WEL JANKEN. Gelukkig was de hospitaleerman een komiek en hij bleek een grapje te maken. Even niet zeg. Zie je niet dat ik zielig ben en het zwaar heb?!

Daar ontmoette ik mensen die ik een tijdje terug al eens gezien had. Dat was wel gezellig. Ook ontmoette ik Paul weer. Een Brit die we in Frankrijk al eens ontmoet hebben. Hij is begonnen in Nevers, bij onze route in la France. Het was tof om met hem te praten over de verschillen hier en voor St Jean. Eigenlijk kom ik alleen maar mensen tegen die alleen in Spanje lopen dus dat was wel erg fijn. ‘Iemand die me begrijpt’, zoiets. 

Albergue in Hontanas, erg gezellig met bar. Dit is dus een leuke, kleinere herberg

Want het verschil, de feiten zijn dat hier overal pelgrims zijn. Voor je, achter je. EVERYWHERE. Op een etappe (+/-25km) zijn rond de twee honderd pelgrims denk ik. Om de vijf km is een albergue om te slapen. Vaak meerdere, overal barretjes in de kleinste stadjes want pelgrims. Alles is hier ingericht op de camino. Dat was er niet in Frankrijk. Laat staan Belgie en Nederland. In Frankrijk, als er al iets was voor pelgrims, sliepen we er alleen en soms kwamen we een andere pelgrim tegen maar echt niet meer dan twee op een dag. Maar hoe ís dat nou?

Nou, dat zeg ik niet. 

Anders. Dat is het woord. Want het is niet per se minder of beter. Ik vind het leuk dat iedere avond ik bekenden tegen kom die ik de afgelopen weken al af en toe zie. Iedereen hier doet hetzelfde en dat geeft een grote familie band. Overal zijn terrasjes en komen er gesprekken. Je bent nooit alleen. Ofzo. Ik denk dat je nergens een plek hebt waar er zoveel verschillende nationaliteiten zijn. (Veel Duitsers overigens. En veel Amerikanen: “Hai, I am John from the United States of America, Arizona”)

Maar soms is het ook echt om ziek van te worden. Overal zijn pelgrims! En jij bent ook een pelgrim dus praten zul je. En de herbergen, albergues of refuges -een pot nat. Met dertig man, als het niet meer is, op een zaal. Om zes uur wakker te worden gemaakt omdat je er uit moet. Waar ik in Nederland, Belgie en Frankrijk goed moest kaartlezen en puzzelen om de weg te vinden (wat ik heel leuk vind) loop je hier achter de pelgrims voor je of er staan zes gele pijlen die de goede kant op wijzen. 

Dus tja. Min en pluspunten. 

MET M’N STOK

Oh trouwens. In Burgos ben ik de kathedraal in geweest en heb er anderhalf uur binnengelopen. Wat een ding! Het is echt te groot. Niet normaal. Heeeeeel mooi en heeel indrukwekkend. Maar jeeeeee wat groot. Ik heb op de camino genoeg kathedralen, kerken en dingen gezien, maar dit was bijna te veel van het goede. Niet te doen. En heel commercieel. Alles was ingericht voor toeristen. Zonde. 

Als afsluiter: over twee weken ben ik in Santiago. En ondanks het verschrikkelijk tof is, kan ik niet wachten om naar huis te gaan! *smile*

Dag 91-93