Dag 104 einde

weer: regen regen regen 20°C
afstand: 23
dorpen: santiago

Lief dagboek,

Dat was het.

Dit was het.

Mijn tocht zit er op. Na 104 dagen en bijna 3000km is het gedaan. Al die meters, al die stappen. Het is klaar. Voor mezelf, naar Santiago.

En daar was de kathedraal. Hij verscheen voor mij en ik keek er naar.

DAAR LIGT SANTIAGO

Vanmorgen werd ik om een uur, drie uur en vijf uur wakker. Helemaal op van de zenuwen. Doordat ik geweldige oordopjes heb, keek ik om vijf uur op om te zien dat de groep Spaanse leerlingen al weg waren. Mooi. Ik pakte snel m’n slaapzak in, pakte m’n natte kleren (die nog steeds nat en muf waren) van de railing en verdween naar de gang.

Snel weg. Want Santiago is waiting zoals ze al in St Jean tegen ons zeiden.

Buiten besefte ik mij dat het donker was. Ja natuurlijk is het donker! Het is fucking vijf uur. Ik ben bijna in Santiago! Na een dappere poging de weg te vinden in het donker, pakte ik toch m’n koplamp er bij. De straatverlichting verdween namelijk in het bos en ik zag niets.

“Ja, maar met backpack dat is nu een verlengde van mij.”

Ondertussen regende het weer en m’n koplamp deed het niet goed. Wat een avontuur. Ik ben er bijna! Hinkelend over stenen en takken werd het langzamerhand licht. Mooi, lamp uit en ik kon weer zien waar ik liep en waar de gele pijlen waren.

Bij een bar na vijftien km ja nu ben ik er echt bijna! kwam ik Felix tegen, een Duitse jongen die ik al de hele Frances af en toe zie. We hebben een broodje gegeten en ik ben snel door gegaan nog tien km denk ik te doen dus ik ben er bijna!

En toen

Toen zag ik Santiago. Ik zag het. Ik zag Santiago! Daar lag het! Voor m’n neus! Waar is de kathedraal? Ik liep door, flinke pas er in. Santiago kwam dichterbij. Wat een grote stad zeg. Ik zie de kathedraal nog niet, waar is hij! 

Kathedraal van binnen


Pas na 45 (!) minuten kwam ik in het centrum van Santiago. Het oude gedeelte. Het schoot niet op. En de regen ging harder en harder. Koude benen met die korte broek. Maar goed, doorgaan! WAAR IS DIE KATHEDRAAL! Weggetjes omhoog, klein, oud, ik kom dichterbij. Ik ben er bijna. Jaa ja jaaaa waar is die kathedraal kom op waar ben je waar is dat plein waar is de kathedraal ik ben er bij-..

Jaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!!!!!

JAAAAAAAAAAA DAAR IS HET PLEIN IK STA OP HET PLEIN IK STA BIJ DE KATHEDRAAL

Tien minuten stil gestaan en stilletjes de tranen laten bungelen over m’n wangen. Daarna m’n stok weggegooid, tas af en op de grond in de plassen in de regen en keihard lopen janken.

Ik ben er. Na drie bijna vier maanden lopen, afzien, pijn, genieten, in de natuur, lol, nieuwe vrienden, onzekerheden, veel ontmoetingen, eenzaamheid BEN IK ER. IK BEN ER!!

Geen kilometers meer voor mij. Nul. Ik ben bij het einde van mijn reis. IK BEN ER!

Alles ging door mij heen. Mensen kwamen naar mij toe om mij te feliciteren, een knuffel te geven. Ik zag allemaal bekenden die ik tijdens m’n reis tegen ben gekomen en iedereen was blij, opgelucht, verdrietig en boos tegelijk. In stilte, in tranen, in lachen.

Na een uur was het wel welletjes en ben ik weer eens opgestaan en mezelf bij elkaar geraakt. Tijd voor het echte werk: de Compostela. De oorkonde. Dat hoort er bij.

Wat een bedrijf weer. Allemaal pelgrims in de rij. Pelgrims die 900km, 100km of 3000km hadden gedaan. Ze waren hier allemaal. Na ruim een uur wachten was ik aan de buurt en potverdrie, de vrouw achter de balie deed moeilijk en wilde mij bijna geen Compostela verlenen. Ho eens! “Ik zie geen stempel van Sarria.” (De stad waar je begint als je alleen de laatste honderd loopt.) NEE DAAR LIEP IK DOORHEEN HALLO ZIE EENS IK HEB TWEE PASPOORTEN VOL MET STEMPELS!!

Uiteindelijk kreeg ik m’n diploma, terecht, anders was de hele trip voor niets. Nee grapje.

Ik maakte al grapjes met mensen om de Compostela te verbranden. Stom stuk papier. Alles zit in je hoofd. 

Goed, bed regelen. Oh nee eerst naar de huiskamer. Oh nee de bus. Jee ik moest allemaal dingen regelen en ik wilde helemaal niets. Dus ben ik weer naar buiten gegaan en even naar mensen gekeken. Daarna zag ik een bord naar de huiskamer en ben er gaan kletsen. De Huiskamer is een plek voor alle Nederlandse en Vlaamse pelgrims die Santiago hebben behaald.

Bus geregeld, bed geregeld. Fine. Nothing to do.

Op m’n teenslippers uren door de stad geslenterd. Cadeautjes voor mezelf gekocht, bier gedronken met Felix, Christian, de Zweed, zag ik ook ineens op het plein. Heerlijke inktvis gegeten en daarna was het tijd voor de pelgrimskerkelijke toestand.

Zónder groot wierook toestand, want dat is alleen op vrijdag of je moet vierhonderd euro betalen (sommigen zeggen tweehonderd). Duurde eeuwen. Ik ben gewoon niet zo goed met kerkelijke katholieke toestanden. Zitten, staan, zitten, staan, zingen, spaans, bidden, op de knieen, zitten, elkaars handen schudden (toen schoten Christian en ik in de lach en vanaf daar kwam het niet meer goed).

Ok. Ik ben klaar. Mijn pelgrimsreis zit er op. Míjn reis zit er op.

Het was mooi. België met Wim, Frankrijk met m’n Belgen Kris en Stefan en later Tilburger Guust. En in Spanje te veel om op te noemen.

Maar voornamelijk met mezelf. Zora. En dat heb ik overleefd.

Nu ga ik naar huis. Dertig uur in de bus zitten en de weg in reverse in fullspeed vanachter een glas bekijken en beseffen hoe dit was.

Nu ga ik naar huis. Naar Stefan, Hans van Tol en Juffrouw Nel, m’n ouders en m’n vrienden.

Bedankt allemaal voor de lieve reacties. Voor de steun.

Hele dikke zoen,

Pelgrim Zora

Ps: mocht er nog iemand iets willen weten of vragen. M’n emailadres is zoraderuig@live.nl

Advertenties
Dag 104 einde